Brabantse Wal Etappe – 4
We starten in Heerle en wandelen richting Wouw, gaan verder langs het spoorsteken de A58 over en wandelen verder richting Wouwse Plantage. Vanaf daar gaat het verder naar het eindpunt van deze etappe, Huijbergen.
We beginnen bij de H. Gertrudis kerk van Heerle.


Boerin met kalf

Het beeld “Boerin met kalf” is een eerbetoon aan de bevolking van de
agrarische gemeente Wouw. In de laatste anderhalf jaar van het bestaan van de gemeente Wouw stelde de raad geld beschikbaar om in alle vier de dorpen van de gemeente herkenbare kunst te plaatsen.
Via het Kerkpad wandelen we richting Wouw.





Molen de Arend.






De beltmolen is in 1811 gebouwd in opdracht van Jacobus Aerden, die de kans aangreep om kort na de afschaffing van de molendwang in de Franse tijd, een molen te beginnen. Een banmolen of dwangmolen, was een molen waar de naburige boeren verplicht waren hun graan te laten malen. Vaak waren deze molens eigendom van de plaatselijke heer of een andere hogere autoriteit, zoals een abdij, die het wind- of waterrecht voor de molen hadden gekregen. Het feodale recht van molendwang is in West-Europa in de twaalfde eeuw ontstaan. Het doel van deze molendwang was inkomsten te krijgen, gebruikelijk was een deel, bijvoorbeeld een tiende, van (de waarde van) de bemalen goederen als betaling te verlangen wanneer men van de machine gebruik had gemaakt. Toen omstreeks 1789 tijdens de Brabantse Omwenteling en enkele jaren later met de komst van de Franse tijd in de Nederlanden het feodale systeem werd afgeschaft, werd het ook toegestaan om vrije molens, meest windmolens, op te richten, die de voormalige banmolens beconcurreerden aangezien de boeren nu ook daar hun graan konden laten malen. In 1814 is de molendwang in Nederland door koning Willem 1 bij koninklijk besluit officieel afgeschaft.
We wandelen verder langs het spoor.



Naast het nieuwe staat het oude: De O&K rangeerlocomotief nabij Wouw.






Het Duits-Joodse bedrijf Orenstein & Koppel (O&K afgekort) is de fabrikant van deze “Rangeerdiesel”. Het in 1876 opgerichte bedrijf was producent van rails, locomotieven, wagons, smalspoor, roltrappen en grondverzetmachines. Benno Orenstein en Arthur Koppel hadden in 1892 twee fabrieken: een in Berlijn en een in Dortmund. In 1921 exporteerde O&K als een van de belangrijkste en succesvolste leveranciers van spoorwegmaterieel naar diverse Europese landen zoals Italië, naar Midden-Amerika en zelfs naar Nederlands-Indië. De locomotief met fabrieksnummer 25707 is gebouwd in 1956. Het is een type MV 4 a locomotief volgens ontwerp B-dm met een spoorbreedte van 1435 mm. De locomotief werd destijds nieuw geleverd aan de Aktien Zuckerfabrik te Salzgitter-Barum (D). De locomotief heeft echter nooit of te nimmer enige relatie gehad met Roosendaal, Wouw of Bergen op Zoom, niet op het gebied van ‘het spoor’ of wat dan ook. Enige verbinding leggen met het station Wouw getuigt dan ook van veel fantasie of onwetendheid op het gebied van de geschiedenis van ‘het spoor’.
We passeren de A58 als we verder wandelen richting Wouwse Plantage.





Wouwse Plantage.
De in de 2e helft van de 19e eeuw ontstane nederzetting werd aanvankelijk Stenen Kamer, Nieuwdorp, Nieuwe Dorp of kortweg Dorp genoemd. Ook de namen Wildenhoek en Wildebroek werden gebruikt. Later werd de naam Wouwsche Plantage of kortweg Plantage gebruikt, naar het nabijgelegen landgoed Wouwse Plantage. Omstreeks 1920 werd, naast de naam Wouwsche Plantage, ook Pindorp gebruikt. Mogelijk is deze naam afkomstig van de mastepinnen (resten van dennenbomen) die te vinden waren daar waar het bos was gerooid. In 1958 werd de naam Pindorp officieel afgeschaft en sprak men van Wouwsche Plantage, en in 1968 werd dit: Wouwse Plantage.
Gertrudiskerk met naastgelegen voormalige pastorie, gebouwd in 1877.



In 1870 bouwt baron Petrus Constantinus de Caters op zijn landgoed een eigen houten noodkerkje met pastorie. Pas later vraagt hij toestemming voor oprichting van een parochie in Wouwse Plantage tot ergernis van Wouw, Huijbergen en het bisdom. In 1875 wordt de nieuwe parochie opgericht. In 1891 wordt een nieuwe kerk gebouwd en de verering van Nicolaas van Tolentijn ingesteld. In 1925 wordt de kerk vergroot.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt de toren opgeblazen en een groot gedeelte van de kerk verwoest.
In 2001 gaat de Gertrudisparochie in Wouwse Plantage op in de nieuwe parochie Onze Lieve Vrouw in het Woud.
Op 28 april 2024 is in deze kerk de laatste viering gehouden.
De Houthakker of De Pinnenrooier

Voormalig schoolgebouw uit vierde kwart van de 19e eeuw.

Bevrijdingsmonument


Wouwse Plantage werd door de Britten en Canadezen op 25 oktober 1944 bevrijd.
Het Diema lokje uit 1957 van de voormalige steenfabriek.
Locomotief van de Duitse fabrikant Diema (Diepholzer Maschinenfabrik Fritz Schöttler), (Mach. Nr. 2053).





In 1869 werd de steenfabriek nabij het dorp opgericht. Begin 20e eeuw heette deze: Stoom-steen en pannenfabriek Wouwsche Plantage. De handgevormde stenen werden als Wouws bont door het gehele land gebruikt. Zoals zovele steenfabrieken echter heeft ook deze in de jaren 70 van de 20e eeuw zijn activiteiten beëindigd.
Voormalig “Hotel Goense”, later “Hotel Dekkers”, (1911, ca. 1980)
oorspronkelijk behorende bij het landgoed “Wouwse Plantage”.

Oorspronkelijk staat op het landgoed een herberg, maar als er te veel bezoekers komen, besluit landgoedeigenaar Paul Emsens in 1911 om een hotel te bouwen aan de rand van het dorp. Dat is hotel Goense, het latere hotel Dekkers.
We wandelen verder door het landgoed Wouwse Plantage.








De Brabantse Wal is grensoverschrijdend!







De Brabantse Wal bij Huijbergen




De Brabantse Wal bij Huijbergen kenmerkt zich door een steilrand met een abrupt hoogteverschil van ruim 20 meter.
Huisvesting van de scouting.


Voormalige kapel van Huijbergen.


De kapel ligt vrij, aan de kloostertuin van het voormalig instituut Sainte Marie. Sainte Marie was een jongenskostschool voor lager onderwijs, ulo (later mavo) en handelsonderwijs van de Broeders van Huijbergen. De internen van Sainte Marie werden ondergebracht in het oude Wilhelmietenklooster dat door de Broeders van Huijbergen werd bewoond. In 1852 betrokken de broeders de voormalige Wilhelmietenpriorij in Huijbergen. Vanaf dat jaar namelijk werkten een paar (leken)broeders onder de leiding van een priester nauw samen met enkele leken-onderwijzers in een weeshuis en een pensionaat. In 1854 richtte de bisschop van Breda, Mgr. Van Hooydonk, de kloosterorde van de Christelijke Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis van de Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria (kortweg de Broeders van Huijbergen genoemd) op en gaf hun alle rechten op de gebouwen van de voormalige laatste priorij van de Wilhelmietenorde in Huijbergen (die in 1847 gesloten was). De Broeders van Huijbergen geloofden dat je meer mens wordt door lief te hebben, en dat iedereen unieke mogelijkheden heeft om de aarde leefbaarder te maken. In 1278 kwamen de eerste monniken en broeders Wilhelmieten naar Huijbergen. Er werd een klooster gebouwd, grond ontgonnen, zielzorg geboden en later onderwijs gegeven. Het Wilhelmietenklooster in Huijbergen was het laatste huis van de Orde der Wilhelmieten. Ze bleven tot 1847.
Via het Theresiabos wandelen we naar het eindpunt van deze etappe en om de thuisreis weer aan te vangen.



Heerle – Huijbergen. Een wandeling van 19,7 km.

