Zuid-Beveland

Zuid-Beveland, gelegen tussen Ooster- en Westerschelde, is een streek waar land en zee elkaar op een bijzondere manier beïnvloeden. Je vind hier een prachtig polderlandschap, de Zak van Zuid-Beveland, en pittoreske dorpjes en gezellige steden.  Het gebied is ontstaan door talloze kleine inpolderingen, waarmee gestart werd in de twaalfde eeuw door de monniken van Sint Bavo uit Gent. Van hen is de naam Beveland afkomstig. De vruchtbare Zeeuwse klei was geschikt voor landbouw, en langzaam maar zeker neemt de welvaart in het gebied toe. Vanaf de dertiende eeuw verschijnen dorpen en steden. De bevolking leeft vooral van landbouw en visserij. Als centrum van Zuid-Beveland ontstaat de stad Goes. Ook de historische stad Reimerswaal heeft een belangrijke rol. Als gevolg van de Sint-Felixvloed in 1530 verdwijnt een groot deel van het eiland in de golven. Dit leidt tot het Verdronken Land van Zuid-Beveland waar vele dorpen en de stad Reimerswaal in verloren gaan. Ook door de Allerheiligenvloed van 1570 werd het eiland getroffen. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog was het gebied vaak bij oorlogshandelingen betrokken. Van 1572 tot 1577 was het in Spaanse handen. Op 1 december 1578 werden, nadat de kerk van Goes door de gereformeerden was bezet, in zeven dorpen protestantse predikanten benoemd. In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 werd Zeeland getroffen door de Watersnood van 1953. Een groot deel van Zuid-Beveland (met name Goes) kwam er relatief goed vanaf, vanwege de hoge ligging. De oostkant van het eiland stond echter lange tijd onder water. Om een dergelijke ramp in de toekomst te voorkomen, werden vanaf 1958 de Deltawerken uitgevoerd. Een neveneffect hiervan was dat de verbindingen met de rest van Nederland aanzienlijk werden verbeterd. Door opeenvolgende periodes van landwinning en overstromingen kenmerkt het grootste deel van Zuid-Beveland zich door dijken rond polders. De bodem bestaat voornamelijk uit (zee)klei. Zuid-Beveland heeft ook zijn eigen kenmerkende dialect. De varianten van het Zeeuws die men op Zuid-Beveland nog veel spreekt wijken enigszins van het andere Zeeuws af. Dit komt onder meer door de geringe verstedelijking en relatief isolement: Zuid-Beveland stond in het verleden nauwelijks bloot aan Hollandse invloed. Het opvallendste verschil is de i-achtige uitspraak van de Zeeuwse ae-klank. Ook binnen het eiland zijn er duidelijke verschillen.

Zo zag Zuid-Beveland eruit in 1573