Etappe 13 Waterliniepad
We starten de wandeling in Nieuwegein.

In het gebied tussen Jutphaas en Vreeswijk stond vroeger een nederzetting genaamd Geyne. Deze nederzetting heeft in 1295 stadsrechten gekregen maar werd korte tijd later, in 1333, verwoest in een oorlog tussen de bisschop van Utrecht en de graaf van Holland. Vandaag herinnert alleen Huis Oudegein nog aan deze tijd. Nadat de besturen van Vreeswijk en Jutphaas enige tijd gedebatteerd hadden over de naam van de nieuwe plaats (o.a. het alternatief “’t Gein” als verwijzing naar Geyne, sneuvelde) besloten ze de nieuwe plaats te noemen naar deze oude nederzetting.
Het 19de-eeuwse huis Stormerdijk te Jutphaas (Nieuwegein) staat op de plaats waar eens het gelijknamige middeleeuwse kasteel stond.

Het middeleeuwse kasteel zou rond 1400 gesticht zijn. In de 18de-eeuw was het kasteel erg vervallen, daarom besloot eigenaar Willem Hendrik Philibert baron van Utenhove, het kasteel af te laten breken. Op dezelfde plek liet hij een nieuw huis bouwen; het huidige Stormerdijk.
Fort Jutphaas




Het fort bij het dorp Jutphaas werd gebouwd rond 1820 op de oude route van Houten naar Montfoort. Toen kreeg het fort waarschijnlijk zijn langgerekte vorm. Later zijn enkele gebouwen toegevoegd. Onder andere een verdedigbaar wachthuis dat fungeerde als reduit (laatste vluchtplaats). Het fort diende als verdediging van een smalle terreinstrook die niet onder water gezet kon worden. Het fort werd niet vernieuwd omdat de Batterijen aan de Overeindseweg gebouwd werden. Wel kwam er een wachterswoning op het terrein bij de toegangsbrug. In de Tweede Wereldoorlog is het fort gebruikt als zendstation voor de Duitse Marine.
Kasteel Rijnhuizen








Kasteel Rijnhuizen kent een lange en roerige geschiedenis. Deze geschiedenis begint in het midden van de dertiende eeuw, wanneer de familie Van Rijn opdracht geeft tot het bouwen van een aantal kastelen, waaronder Rijnhuizen. Daarvoor stond op diezelfde plek een houten huis, gesticht door Dirk van Jutfaes, de eerste ambachtsheer van het dorp. Sinds de bouw is het kasteel meerdere malen vernield en weer opgebouwd. Op 10 oktober 1481 gaat het voor het eerst goed mis. De Utrechtse bisschop David van Bourgondië geeft de opdracht om het Nedereind in Jutphaas te veroveren. Joost van Lalaing, dan stadhouder van keizer Maximiliaan, voert deze taak vol vuur uit. Met een bende van vierduizend woeste mannen plundert hij alles wat op zijn pad komt, waarbij huizen en kastelen in brand worden gestoken. Ook kasteel Rijnhuizen gaat in vlammen op. Om de status van de familie hoog te houden, bouwt kasteelheer Adriaan van Rijn van Jutfaes het kasteel weer op. Vijftig jaar later, in 1528, herhaalt de geschiedenis zich echter weer. Wederom is het de bisschop van Utrecht, nu Hendrik II, die opdracht tot vernietiging geeft. Ook nu besluit de eigenaar om het kasteel te herstellen. Johanna (Anna) van Rijn, overleden in 1607, is de laatste telg van het geslacht Van Rijn die het kasteel in bezit heeft. Na haar overlijden koopt Hendrik van Tuyll van Serooskerken het kasteel aan. Na diens overlijden laat zijn zoon en erfgenaam, Reinoud van Tuyll van Serooskerken, het kasteel tot de grond toe afbreken om het, geheel volgens de mode van die tijd, in sterk classicistische stijl weer op te bouwen. In 1640 is het nieuwe kasteel gereed. Sindsdien is er weinig meer aan de uiterlijke kenmerken van het kasteel veranderd. Het is echter nog niet gedaan met de onrust. In 1672 trekt de koning van Frankrijk, Lodewijk XIV, Nederland binnen met als doel het land te annexeren. Kasteel Rijnhuizen, inmiddels van eigenaar veranderd, wordt al snel door de Fransen bezet, waarna het wederom flink lijdt onder de door hen aangerichte schade. Na vertrek van de Fransen keert jonkheer Louis de Geer, de rechtmatige kasteelheer, terug naar Rijnhuizen. Ook hij geeft de moed niet op en herstelt het kasteel weer in oude luister.
Na het overlijden van Louis de Geer blijft kasteel Rijnhuizen nog acht generaties lang in het bezit van zijn familie. De laatste eigenaar, jonkvrouwe Ada Matilda Rutgers, biedt ten slotte het kasteel samen met het omliggende landgoed te koop aan het Rijk in 1958.
Voormalig Gemeentehuis Jutphaas

Het gemeentehuis van Jutphaas is in 1910 gebouwd. Het is tot 1971 in gebruik geweest als stadhuis. Toen werd Jutphaas onderdeel van Nieuwegein.
Merwedekanaal

Het Merwedekanaal verbindt het Amsterdam-Rijnkanaal in de stad Utrecht met de Boven-Merwede ten zuiden van Gorinchem. Het Merwedekanaal is gegraven tussen 1880 en 1892, als deel van de verbinding tussen Amsterdam en Duitsland. In de beginjaren van het Merwedekanaal moesten schippers verplicht hun (trek)schuit laten voorttrekken door nonnen. Een bijzondere bron van inkomsten voor de nonnen.
Verder wandelend langs het water zien we onderstaande voorbij komen.
Herberg De Witte Zwaan.

Het huidige pand is gebouwd in 1790, maar als herberg staat voormalig café ‘De Zwaan’ al bijna 200 jaar langer bekend, maar dan als ‘De Witte Zwaan’. Het woord ‘zwaan’ of ‘zwaantje’ in de naam van een herberg gaf aan dat de
‘meiskes van plezier’ de gasten wachtten.


Hoefsmederij


Deze oorspronkelijke smederij is gebouwd tussen 1800 en 1825. Op deze locatie werden onder andere de paarden voor boeren beslagen. Aanpalende werkzaamheden kwamen voort uit deze basis. Zo werden wagenwielen voorzien van ijzeren hoepels, maar waren er ook ijzeren hoepels voor wastobbes, kruiwagenwielen of kaaskuipen die gerepareerd moesten worden.
Kort na 1903 is het smeedijzeren ornament met de tekst ‘Hoefsmederij’ op het dak geplaatst. Vóór de smederij ligt in de stoep de koelput met
granieten rand.
De Batavier, restanten van een stoomkorenmolen.

Stoomfabriek De Batavier is een uit 1888 daterende stoomkorenmolen in Jutphaas.
De stoomfabriek bij de Doorslagsluis aan de Vaartsche Rijn/het Merwedekanaal is gebouwd op de fundamenten van een 18e-eeuwse molen die de Batavier heette, die in 1888 volledig afbrandde. De molen is gebouwd zoals een graanmolen eruitziet, alleen zijn de kap en de wieken weggelaten. In 1913 is de aandrijving aangepast door de inbouw van een elektromotor.
Huis van waarde en wederkeer


Weer volwaardig meedoen in de samenleving, dat is waar ze voor staan bij het Huis van Waarde & Wederkeer.
Het Huis van Waarde & Wederkeer is een bijzonder samenwerkingsinitiatief en heeft als doel om binnen een echt bedrijf, met echte klanten, zinvolle mogelijkheden en activiteiten te bieden voor mensen met een arbeidsachterstand.
Doorslagsluis

De Doorslagsluis is een voormalige schutsluis met puntdeuren, gelegen tussen het Merwedekanaal benoorden de Lek en de Doorslag, bij Jutphaas, op het punt waar de Vaartsche Rijn Doorslag gaat heten. De sluis stond vroeger gewoonlijk open en heeft nu geen sluisdeuren meer. De aanleiding voor de bouw van de sluis in 1671 waren de vele jaren van wateroverlast. Bovendien moest de sluis kunnen voorkomen dat het water van geïnundeerde gebieden zou wegvloeien via de Hollandse IJssel.


We wandelen verder door het park Oudegein.


Het uiterste westen, waar de Kromme IJssel een aftakking vormt van de Hollandse IJssel, is de plek waar de historische stad Geyne zich bevond en in latere tijden de buurtschap Geinoord. De naam was afgeleid van het riviertje de Geine dat vanaf het huidige Oudegein naar de IJssel stroomde. Na het graven van de Vaartsche Rijn in 1127 werd het deel van een belangrijke waterverbinding met de stad Utrecht. Geyne kreeg stadsrechten in 1295 van de Utrechtse bisschop Jan van Sierck. Na het graven van kanaal de Doorslag in 1295 verlandde de Geine; een restant bevindt zich nog in het huidige park Oudegein. In 1333 werd de plaats door de Hollanders verwoest toen de graaf van Holland het Sticht Utrecht wilde veroveren, nadat bisschop Jan van Diest het door zijn wanbeleid verzwakt had. De functie van voorhaven voor de stad Utrecht werd vervolgens overgenomen door de plaats Vreeswijk. Geyne kwam vervolgens niet meer tot bloei. Begin 15e eeuw kwam het hier nogmaals tot verwoestingen en de plaats werd grotendeels verlaten. In 1423 is er het klooster Nazareth gesticht. In 1572 werd het klooster verlaten en bleef er alleen een buurtschap over, genaamd Geinoord en een gelijknamige weg. De voormalige buurtschap en weg zijn sinds het ontstaan van Nieuwegein onderdeel van de wijk en het park Oudegein. Deze laatste is vernoemd naar Huis Oudegein, welk zijn oorsprong heeft in de tijd van Geyne. Toen in 1971 de gemeentes Jutphaas en Vreeswijk fuseerden kreeg de nieuwe gemeente de naam Nieuwegein (‘Nieuw Gein’).
Watertoren Nieuwegein


De Watertoren van Nieuwegein werd gebouwd in 1911. De toren is gebouwd van beton en heeft een hoogte van 28,5 meter. Het gietijzeren reservoir heeft een inhoud tot 200 m³.
Geluidschermen langs de A2


Verder wandelend komen we aan de rivier de Lek.



Links zien we het pontje over de Lek richting Vianen, rechtsboven de snelweg, de A2 en linksonder de A27.
Koninginnensluis met de Emmabrug



De dubbele ophaalbrug is gebouwd in 1884 – 1885 over het zuidelijke hoofd van de Koninginnensluis. De Hoge brug is de Emmabrug, de lage brug is de Wilhelminabrug.

De Koninginnensluis is een schutsluis met dubbele kolk in het Merwedekanaal. De sluis is tussen 1882 en 1886 gebouwd tijdens de aanleg van het Merwedekanaal om de nabijgelegen Oude Sluis (Vaartse Sluis) te ontlasten. De Koninginnensluis is in 1892, in aanwezigheid van de Koninginnen Emma en Wilhelmina, officieel geopend.
Hervormde kerk Vreeswijk.


Op initiatief van de Utrechtse vroedschap werd vermoedelijk in 1638 begonnen met de bouw van een nieuwe kerk aan de westzijde van de Oude Sluis, bij de bovenkolk. Het werd een fraai protestants kerkje met vier gelijke, tamelijk korte kruisarmen – een zogenaamd) Grieks kruis – als grondvorm. In het najaar van 1641 kwam het gereed en konden er kerkdiensten worden gehouden. In het “rampjaar” 1672 werd het kerkgebouw door de Fransen verwoest en verbrand; ook een groot deel van het dorp ging in vlammen op. In het voorjaar van 1682 werd een begin gemaakt met de herbouw op de oude fundamenten. De kosten werden voor een deel gedragen door de stad Utrecht. Ook werden obligaties uitgegeven, waarvoor de stad garant wilde staan. Bovendien werd in 1681 door de Staten van Utrecht bepaald dat “op ijder persoon De Vaert passerende” (dat wil zeggen met de veerpont de Lek overstekende) een bepaald “hooftgeld” geheven moest worden. Het hoofdgeld, een soort veerbelasting, was bestemd voor de diaconie van de “Gereformeerde Kerk”. In 1683 kon de herbouwde kerk weer officieel in gebruik genomen worden.
De Oude sluis in de Vaartsche Rijn.





De eerste sluis, de huidige Oude Sluis, werd in 1373 aangelegd en bestond uit niet meer dan één sluiskolk. In 1561 werd een tweede kolk aangelegd. De huidige vorm ontstond in 1824. Bij deze sluis werd een verdedigingswerk aangelegd, de Gildenborch, dat van 1374 tot 1482 regelmatig het doelwit van krijgsgeweld was. De Gildenborch lag op het huidige Raadhuisplein. De komst van de sluis zorgde voor veel activiteiten. Er vestigden zich kooplieden en neringdoenden in de onmiddellijke omgeving en zo ontstond langzamerhand Vreeswijk. In 1815 perste het Lekwater met grote kracht onder de vloer van de binnenste sluiskolk door. Uit onderzoek bleek, dat het sluizencomplex en de waterkering in zeer slechte toestand verkeerden en dringend herstel en renovatie behoefden. De sluis van de rivier zou tijdelijk moeten worden afgedamd. Het probleem was, dat de scheepvaart op Utrecht en Amsterdam echter wel doorgang moest hebben en in 1817 besloot men daarom tot de aanleg van een hulpschutsluis.
Vaartsche Rijn




De Vaartsche Rijn of Vaartse Rijn is de naam van twee korte kanalen in respectievelijk Utrecht, tussen de Stadsbuitengracht en het Merwedekanaal, en in Vreeswijk, tussen het Merwedekanaal en de Lek. Oorspronkelijk was de Vaartsche Rijn een belangrijke vaarroute die de stad Utrecht met de rivier de Lek verbond.
Fort Vreeswijk



De geschiedenis van Fort Vreeswijk begint al in de 16de eeuw. Er verrees destijds een verdedigingswerk dat bescherming moest bieden tegen de Spaanse troepen. In latere eeuwen is dit verdedigingswerk verder uitgebreid. Het huidige fort werd omstreeks 1820 aangelegd pal achter de Lekdijk. Het werd een bescheiden aardwerk met opstelplaatsen voor geschut achter de frontwal. Het geschut diende onder andere als verdediging van het sluizencomplex van Vreeswijk. Het fort werd gemoderniseerd in 1853.
De rivier de Lek met op de achtergrond de A27.

Prinses Beatrixsluis.












In 1931 werd de aanleg bevolen van een nieuw kanaal van Amsterdam naar Tiel, het Amsterdam-Rijnkanaal. Ter hoogte van Jutphaas kwam een aftakking naar de Lek ten oosten van Vreeswijk met twee naast elkaar gelegen sluizen voorzien van hefdeuren. Op 23 maart 1938 werd deze nieuwe sluis officieel geopend.

Schalkwijksche Wetering




De Schalkwijksche wetering, die werd gegraven voor de ontginning en ontwatering van de gronden rond het tegenwoordige dorp Schalkwijk scheidt westelijk twee polders van elkaar. Aan de noordzijde is dat de polder Vuijlcop (die samen met de polder De Knoest het gerecht Schonauwen vormde) en aan de zuidzijde de polder Het Rietveld of Waalse veld. Het Rietveld is ongeveer 450 morgen groot. Ook hier werd de moerasgrond in het begin van de 12de eeuw door de Bisschop van Utrecht uitgegeven volgens het zogenaamde cope-stelsel waarbij het te ontginnen gebied in “hoeven” van zestien morgen werd verdeeld. Dat de polder door de eeuwen heen in zes tiendblokken was verdeeld wijst op de uitgifte aan zes of zeven geestelijke instellingen. Nog in 1600 is 30 procent van de polder eigendom van Utrechtse kloosters en kapittels. In de loop van de 17de eeuw wordt dit bezit nagenoeg gehalveerd. De overige gronden zijn dan al vrijwel geheel in handen van grootgrondbezitters: adel, stedelijke regenten en grote kooplieden. De polder heeft nog veel van zijn oorspronkelijke open karakter bewaard. In het einde van de 19de eeuw zijn een inundatiekanaal en verdedigingswerken als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie door de polder gegraven
Terwijl in de verte de contouren van Houten opdoemen komen we aan het eind van deze etappe. Aan de bouwstijl van de woningen zien we de Romeinse invloeden terug. Houten was ooit een onderdeel van de Romeinse Limes. We wandelen verder langs het Amsterdam-Rijn kanaal, over de brug, naar het station Houten Castellum.




Nieuwegein – Houten. Een wandeling van 21,8 km.

