Westerscheldepad; Etappe – 3.
We wandelen op deze regenachtige en grijze dag vanaf Breskens langs de Westerschelde richting Hoofdplaat en verder naar de Paulina polder en de Braakman.
We starten de wandeling in Breskens bij de jachthaven.


Nabij de jachthaven zien we een tweetal kunstwerken.



Rode pinguïns op een 14 meter hoge stellage en een polyester krab. Gedachte achter deze stellage: De kunstenaar heeft bij de ontwikkeling van dit kunstwerk de sterke band van Breskens met de zee als uitgangspunt genomen. De pinguïn is een wild en mystiek zeedier wat symbool staat voor een ongerepte en beschermde natuur. Hij is intelligent, weet zich aan te passen aan de omgeving en leeft in harmonie met de natuur. Rood is de signaalkleur die aanzet tot nadenken over wat er op dit moment te doen staat en waarschuwt voor de gevolgen van o.a. klimaatverandering.
Port Scaldis.





We wandelen verder naar het gemaal van Nummer Eén.



- Muurpeper
- Spoorbloem


Uitwatering Gemaal Nummer Eén van de Gaternissekreek. De Gaternissekreek is een restant van een voormalige zeegeul die via het Jonkvrouwengat in verbinding stond met IJzendijke.




Uit het stadsarchief van de gemeente Sluis: Numero-Een of Nommer-Een, gehucht in Staats-Vlaanderen, in het Vrije-van-Sluis, provincie Zeeland. Dit gehucht ontleent zijnen naam van eene aldaar liggende sluis. Deze sluis is gelegd, in het jaar 1778, bij het bedijken van de Hoofdplaat omdat de sluis aan de Sasput daardoor werd afgesloten. Zij is haren naam verschuldigd aan hare ligging in kavel No 1, van het bedijkingswerk van de Hoofdplaat. In 1778 wordt hier begonnen met het indijken van buitendijkse schorren van zandplaat Hooge Plaete, wat leidt tot het ontstaan van de Hoofdplaatpolder. Het werk wordt aanbesteed door een consortium van de Staten van Zeeland en de Generaliteitslanden. Daarbij wordt de 10 kilometer lange dijk in 10 stukken verdeeld, die de namen Nummer Een t/m Nummer Tien krijgen. Van de meeste nummers is vrijwel niets meer terug te vinden.
Voorland Nummer Eén.






Voorland Nummer Eén ligt aan de rand van de Westerschelde, tussen de dorpen Hoofdplaat en Nummer Een. De Westerscheldekust tussen Hoofdplaat en Nummer Een ligt direct langs zeer diep water met hoge stroomsnelheden. Er zijn dan ook in de loop der eeuwen veel dijkdoorbraken geweest. Op plaatsen waar men een doorbraak vreesde, legde men vroeger landinwaarts een ‘reservedijk’ aan, de inlaagdijk. Inlagen liggen tussen twee dijken in. De aanwezigheid van een reeks inlagen ter plaatse moest het landverlies bij het optreden van calamiteiten verkleinen. Een moderner maatregel om de kwetsbare kustlijn te beveiligen vormde de aanleg van een soort brede voorberm voor de aanwezige zeedijk.
Landzijde Voorland Nummer Eén










- Gewone zoutmelde
- Lamsoor
- Groot kaasjeskruid
- Muizenoor
- Het interne rugschild van een zeekat ook wel sepia genoemd.
Zeezijde, Springergeul


Buurtschap Hoogeweg.


Hangmossel cultuur Hoofdplaat




De mosselkweek nabij Hoofdplaat in de Westerschelde is voornamelijk gericht op het invangen en opkweken van mosselzaad voor de traditionele bodemcultuur, en het kweken van volwassen mosselen via de hangcultuur. Lokale kwekers in deze regio gebruiken de voedselrijke wateren om mossellarven op te vangen en uit te laten groeien.


Monument stroomgat ZV 01





Tijdens de Watersnoodramp in 1953 sloeg het water gaten in de dijken in Nederland. Zo ook nabij Hoofdplaat
Village Scaldia Hoofdplaat




Inlaag Hoofdplaat










In sommige van de binnendijkse gebieden komt zout water (kwel) onder de dijk door, zodat er zoutplanten groeien. In andere gebieden, zoals Inlaag Hoofdplaat, overheerst juist het kalkrijke karakter door de vele schelpen in de voormalige zeebodem. De inlagen vormen het noordelijk deel van de in 1778 ingedijkte Hoofdplaatpolder. Toen deze polder werd aangelegd was er nog een aanzienlijke breedte aan schorren voor de dijk aanwezig. De aanleg van de polder had echter een versmalling van de Westerschelde ten gevolge, waardoor ook het stromingspatroon veranderde. Reeds in 1795 had de stroming deze schorren opgeruimd en vreesde men voor de dijk. Men moest toen de eerste inlagen aanleggen aangezien regelmatig dijkval voorkwam. Ook in 1811 en 1814 werden weer inlagen aangelegd , terwijl men in 1921 en 1922 de dijk nog verder landinwaarts verlegde. De huidige inlagen liggen tussen de dijken van 1922 en die van omstreeks 1811.
Sint-Eligiuskerk, voormalige Rooms Katholieke parochiekerk.


Hoofdplaat ontbeerde een katholiek kerkgebouw, hoewel de meeste polderwerkers van katholieken huize waren. Het duurde tot de Franse bezetting, in 1795, voordat de katholieken een kerk mochten bouwen. Deze kerk werd in 1861 gesloopt en vervangen door het huidige kerkgebouw.
Herenhuis uit 1890



De voorm. R.K. St.-Jozefschool (Schoolstraat 14) is een vierklassige middengangschool uit 1921. Dit is nu het “Turpsuus” Hoofdplaat

Voormalige pastorie uit 1860. Ernaast staat een wegkapel van 1953, gebouwd uit dankbaarheid voor het gespaard blijven van het dorp voor de Watersnood van 1953.

Voormalig gemeentehuis uit 1913.








Het ontwerp is met aan de jugendstil verwante details.
Voormalige Hervormde kerk.


De kerk, met portiek voorzien van fronton en festoenversiering in Lodewijk XVI-vormen, werd in 1783-’85 gebouwd naar plannen van ‘landsfabriek’ (provinciaal architect) Coenraad Kaijser en gefinancierd door ambachtsheer Willem Schorer. In de dakruiter hangt een door Fritsen uit Amsterdam gegoten klok (1733), geschonken in 1785 door de Staten van Zeeland. Bij de restauratie na de oorlogsschade in 1947-’49 heeft men de kerk ontpleisterd.



Het rond 1895 gebouwde dwarse eenlaagspand heeft een opvallend rijke dakrand met siermetselwerk. Bij het omstreeks 1910 opgetrokken herenhuis zijn jugendstil-details en bricorna-stenen toegepast.
Vrijheidsbank / liberation route






Het oorlogsmonument in Hoofdplaat is opgericht ter nagedachtenis van 22 medeburgers die tijdens de bevrijding van de dorp in 1944 door oorlogshandelingen om het leven zijn gekomen. Operatie Switchback maakte voor West-Zeeuws-Vlaanderen een einde aan de Tweede Wereldoorlog. Oktober 1944 vielen de Canadezen onverwachts binnen tussen Biervliet en Hoofdplaat. Na een bittere strijd van bijna een maand gaf de Duitse bevelhebber zich op 3 november over.


Bushalte boven op de dijk….
Zeebrug.









We wandelen verder richting de Paulinapolder.




Plaskreek (Staat in verbinding met het uitwateringskanaal Nol Zeven)


Uitwateringskanaal Nol Zeven.


In de waterbouwkunde en in het Zeeuwse dialect verwijst een nol (of nolle) naar een overgebleven stukje oude, doorgebroken zeedijk of een zandheuvel.
Zeven: Deze toevoeging is historisch. Toen in de 18e en 19e eeuw de buitendijkse schorren van de zandplaat ‘Hooge Plaat’ werden ingepolderd, werd de nieuwe zeedijk opgedeeld in tien verschillende percelen en secties. Deze werden genummerd van Nummer Een tot Nummer Tien. De waterwerken en het kanaal bij het zevende deel kregen zodoende de naam ‘Nol Zeven’.
Paulinaschor



Het natuurgebied is een overblijfsel van de monding van de voormalige zeearm: de Braakman. En tot na de Tweede Wereldoorlog was het schor in gebruik als weidegrond voor schapen. De manier waarop het gebied in het verleden gebruikt is, is nog altijd terug te zien in het landschap. Als overblijfsel uit de tijd van de schapenhouderij zie je in het gebied zogenaamde schapendammetjes. Dit zijn lage dijkjes die opgeworpen zijn om delen van het schor, die gescheiden worden door de getijdenkreken, met elkaar te verbinden. Daarnaast werden de dammetjes ook als uitwijkplaats bij hoog water gebruikt.
Canadese Landingsmonument Paulinapolder




Op 9 oktober 1944 kwam hier het bataljon van de 9e brigade van de Highland Light Infantry of Canada aan land om van hier uit -in het kader van de Slag om de Schelde, op te rukken naar België.


De Paulinapolder is één van de plaatsen welke in 2025 worden genoemd om nieuwe kerkcentrales te bouwen.
We wandelen verder naar het eindpint van deze etappe, de Braakman.










De Braakman is een voormalige zeearm van de Westerschelde. De Braakman, oorspronkelijk ook Dullaert genoemd, is ontstaan door een opeenvolging van stormvloeden in de 14e en 15e eeuw. Bij de stormvloed van 1375 werd ten westen van Terneuzen (in het noordelijke deel van de latere Braakman) een groter binnenwater gevormd in wat eerder een landschap van slikken en schorren was. Dit woelige binnenwater wordt de Dollaert of Dullaert genoemd (vergelijk met Dollard). Tijdens de Sint-Elisabethsvloed van 1404 verdween het eiland Wulpen, waardoor er meer water in het westelijke deel van de latere Westerschelde kon worden opgestuwd. De Dollaert vergrootte naar het zuiden en werd de Braakman. Tegelijkertijd ontstond er een verbinding tussen de Dollaert en de Honte in het oosten, wat later de Westerschelde zou worden. Door het stijgende zeeniveau werd de invloed van de Braakman steeds groter en reikte de Braakman aan het einde van de achttiende eeuw, zoals zichtbaar op de Ferrariskaarten, tot aan Axel. Op 30 juni 1952 werd de Braakman afgesloten, op 16 juli van dat jaar was de afsluiting volledig. De kustlijn werd verkort van 28 km tot 2,7 km. Tijdens de Watersnood van 1953 bewees deze dam zijn waarde: hij hield stand en voorkwam overstromingen in het achterland.
Zo zijn we aan het einde van deze etappe gekomen. Breskens – Braakman, een wandeling van 20.5 km.

