Etappe – 4, Hertogenpad

Deze etappe begint in Nieuwkuijk en wandelen via de Moerputten over het talud van het Halvezolen lijntje richting ‘s-Hertogenbosch. Vanaf daar wandelen we verder door het Bossche Broek verder langs Vught richting het eindpunt, Poeldonk. We starten in Nieuwkuijk.

De Emmamolen

Schuttersgilde St. Joris te Nieuwkuijk

Het gilde St. Joris, de oprichtingsdatum is onduidelijk, bestaat al heel lang. In 1924 werd het 275-jarig bestaan gevierd, maar in 1880 bericht de krant ‘de Echo van het Zuiden’ dat men in mei het 310 jarig bestaan vierde! In 1912 bericht dezelfde krant dat het gilde in 1606 is opgericht, en in andere publicaties wordt 1549 als oprichtingsdatum genoemd. Kortom de oprichtingsdatum is een grote onbekende.

Nieuwkuijk- grenspaal 1785

Op deze grenspaal komen het wapen en de naam van Heusden voor getooid met een kroon, alsmede het jaartal 1785. Ze staat precies op de plaats, waar de grens was van het Land van Heusden en het graafschap, het latere gewest Holland en het hertogdom Brabant het latere Generaliteitsland. Deze plaats was ook de grens van Nieuwkuijk, dat Brabants en Vlijmen dat Hollands grondgebied was.

Nieuwkuijkse Wiel of Nieuwe Wiel

De Nieuwkuijkse Wiel, een kolk, is ontstaan op de plaats van de dijkdoorbraak in 1880. In de nacht van 29/30 december 1880, brak door hoog water en storm, de Heidijk door en ontstond de Nieuwkuijkse Wiel. Door een sloot die te ver doorliep was een zwakke plek in de dijk ontstaan. Door een gat van meer dan 150 meter stroomde water met grote kracht en ontstond de Wiel, het heeft een inhoud van ongeveer 100.000 kubieke meter water en is 10 M. diep. In totaal stond er toen bijna 20.000 ha. onder water.

Vanwege het feit dat het honderd jaar geleden was dat er zich een watersnoodramp voltrok in Nieuwkuijk maakte Legs Boelen in opdracht van de voormalige gemeente Vlijmen een monument. Hij liet daarvoor een zestal grote blokken zandsteen langs, op en achter de dijk plaatsen. Als symbolisch doorbraakpunt nam hij de plek van waar de dijk, met een bocht, na de ramp, om de Nieuwkuijkse Wiel is heen gelegd.
In alle stenen is een golfpatroon gehakt om de associatie met het water op te roepen. De stenen buitendijks maken als het ware een vallende beweging in de richting van de dijk en de stenen binnendijks verwijzen naar de oude loop van de dijk en de wiel, het eigenlijke teken dat van de ramp is overgebleven. De laatste van de zes stenen ligt in de wiel en is alleen zichtbaar bij laag water.

Vlijmens Ven.

Het Vlijmens Ven is onderdeel van aan groter moerassig gebied waar ook De Moerputten en de Bossche Broek deel van uitmaken. Dit laaggelegen gebied werd vroeger gebruikt als overlaatgebied voor het water dat van de zuidelijk gelegen dekzandruggen afstroomde. Die functie heeft het gebied nu weer, dit om overstromingen in Den Bosch te voorkomen.

“Rond 1870 werden ten behoeve van de brandweer een aantal brandputten aangelegd, die bij verschillende branden hun nut hadden bewezen. Na een vergadering werd op 5 oktober 1877 besloten, om nog 3 brandputten aan te leggen. Later is op de HEIDIJK een stenen pomp (waterput) gebouwd ter voorziening van drinkwater voor de aldaar wonende mensen, die daarvan dankbaar gebruik maakten. Zelfs de boeren die hun vee in de polder hadden lopen, gingen in droge zomers daar water pompen, wat zij dan in melkbussen naar het vee transporteerden

Zicht op Vlijmen

Circa 33 meter lange spoorbrug over de Bossche Sloot, “Venkantbrug”, in 1886 gebouwd als onderdeel van de Langstraatspoorweg.

De brug leidt het Halve Zolentracé over de Bossche Sloot en geeft toegang tot de verderop gelegen Moerputtenbrug. De brug bestaat uit slechts twee delen. De middenpijler en de landhoofden werden zwaar beschadigd, maar ze zijn na de laatste restauratie weer hersteld.

De Moerputten

De naam geeft aan dat het een moerassig gebied is, ter plaatse loopt een verlande prehistorische rivierbedding waarin sterke veenvorming heeft plaatsgevonden. De veenlaag was dik genoeg om te worden ontgonnen. Zo ontstonden twee plassen, de Lange Putten, waarover nu de grote Moerputtenbrug ligt, en een kleinere, de Moerput. Sporen van veenontginning zijn nog te zien in het landschap, zo zijn er talrijke legakkers. Het waterrijke gebied maakte eeuwenlang deel uit van de inundatiezone rond ‘s-Hertogenbosch. Dat betekende dat als het militair noodzakelijk werd geacht het waterpeil nog verhoogd moest kunnen worden. De aanleg van een spoorweg in het laatste kwart van de 19e eeuw was daarom alleen mogelijk als de spoordijk ter hoogte van de Moerputten werd onderbroken door een lange brug op pijlers.

Moerputtenbrug

De Moerputtenbrug was onderdeel van de Langstraatspoorlijn, ook wel het Halve Zolenlijntje genoemd vanwege de vele schoenfabrieken die langs de spoorlijn te vinden waren. Aan de Moerputtenspoorbrug is vanaf het najaar van 1881 tot 1887 gebouwd. Pas eind 1890 reden er over deze brug dagelijks treinen tussen ’s-Hertogenbosch en Geertruidenberg (- Lage Zwaluwe). Bij de bouw had men rekening gehouden met een eventuele spoorverdubbeling. De 35 bakstenen pijlers zijn breed genoeg uitgevoerd voor een tweede ijzeren brugdeel. De lijn is echter tot aan de sluiting in 1972 altijd enkelsporig gebleven.

We wandelen verder langs de Honderdmorgen polder richting den Bosch.

De naam van de polder is afgeleid van de oppervlaktemaat morgen, dat verwijst naar de hoeveelheid akkerland in een morgen kon worden omgeploegd.

We passeren het Jeroen Bosch ziekenhuis.

Het ziekenhuis is ontstaan door een fusie van het ‘Bosch Medicentrum’ en het Carolus-Liduina ziekenhuis. Het Bosch Medicentrum was op zijn beurt ontstaan door een fusie van het oorspronkelijk protestantse Willem-Alexander Ziekenhuis en de van oorsprong rooms-katholieke ziekenhuizen Groot Ziekengasthuis, welke deel uitmaakte van de Stichting Godshuizen. Het ziekenhuis is vernoemd naar de Bossche schilder Jeroen Bosch. Op deze plaats werd in 2009 en 2010 een geheel nieuw ziekenhuis gebouwd, dat groot genoeg was om de drie voormalige locaties in ‘s-Hertogenbosch te vervangen.

Ook voor deze vechtende ganzen breekt de lente weer aan….

Via de wijk “Het Paleiskwartier” wandelen we verder richting het station van ‘s-Hertogenbosch. Deze wijk is ontwikkeld en gebouwd beginnend eind jaren 90 van de vorige eeuw en is nog steeds ontwikkeling.. Dit is o.a. te zien aan de moderne architectuur.

Station “Oeteldonk Centraol”.

Het eerste station in ‘s-Hertogenbosch werd geopend op 1 november  1868  aan de spoorlijn Utrecht – Boxtel. Omdat ‘s-Hertogenbosch nog de vestingstatus had, moest men vrij zicht kunnen hebben op de polder ten westen van de stad en mochten er buiten de vestingwerken geen blijvende, stenen bouwwerken staan. Het station was daarom opgetrokken in houten vakwerkbouw, zodat men het snel af kon breken wanneer er gevaar dreigde. In 1896 werd het houten gebouw vervangen door een monumentaal bakstenen station naar een ontwerp van Eduard Cuypers. Dit station werd een paar honderd meter zuidelijker gebouwd, en de sporen werden wat westelijker gelegd. Het station werd verplaatst om vanuit de stad en de wijk een mooier aanzicht te krijgen. Men kon dan vanuit de stad rechtuit het station inlopen. Het gebouw was 140 meter lang. Boven in het station waren woningen voor machinisten, restauratiehouders en de stationschef. Op 16 september 1944, tijdens Operatie Market Garden, werd het station in brand geschoten door jachtbommenwerpers en raakte zwaar beschadigd. Ook werd op het NS-terrein een opzichterhuisje beschoten. Het stadsbestuur besloot uiteindelijk om het beschadigde station niet meer te herbouwen, hoewel veel inwoners van Den Bosch dit wel wilden. Het uitgebrande station werd – mede op aandringen van NS – in 1951 vervangen door een bescheidener, modern gebouw. Het nieuwe station was een ontwerp van architect Sybold van Ravesteyn. De oorspronkelijke perronoverkapping is tot op heden behouden. Een paar oude karakteristieke kunstwerken van het tweede station werden ook bewaard, maar lang niet alles. In 1998 is het derde station op zijn beurt vervangen door een moderner passage-station. De overkapping werd daarbij uitgebreid naar het tweede eilandperron. Het lag in de planning om ook de oude stationsoverkapping, die dateerde van 1896, in haar geheel te vervangen, maar na protest van een lokale actiegroep vanwege monumentale waarde ging dit toch niet door. Dit vierde station werd op 14 mei 1998 officieel geopend.

Vanuit het station wandelen we het centrum in waar de voorbereidingen voor het Carnaval volop bezig zijn.

Drakenfontein

Jonkheer Bosch van Drakesteijn, Commissaris van de Koning(in) in Noord-Brabant van 1856 tot zijn overlijden in 1894, had een legaat van 10.000 gulden vermaakt aan de gemeente ‘s-Hertogenbosch om een gedenkteken op te richten voor zijn tweelingdochters, die in 1881 op 17-jarige leeftijd waren overleden.

Waarom een draak?

Er zijn twee verhalen die verklaren waarom het beeld op de fontein een draak is. Draak van een stad. ‘s-Hertogenbosch is van oudsher — deels gelegen in een moerasgebied. De omgeving van de stad was makkelijk onder water te zetten. De stad werd de Moerasdraak genoemd en gold als een onneembare vesting. In 1629 wilde Frederik Hendrik ‘s-Hertogenbosch veroveren. De inwoners van de ‘s-Hertogenbosch maakten zich aanvankelijk geen zorgen vanwege de drassige ondergrond, maar door het gebied rond de stad droog te malen lukte het Frederik Hendrik toch om de stad in te nemen.

Commissaris Jhr. P.J. Bosch van Drakesteijn Een ander verhaal is, dat het vanwege de achternaam van de legator is. De draak houdt een schild vast met het familiewapen van Bosch van Drakenstein.

Wilhelminabrug

De Stationsbrug, zoals de oorspronkelijke Wilhelminabrug werd genoemd, was een houten brug die tegelijkertijd met het eerste station in 1870 werd gebouwd. Toen in 1896 het nieuwe station meer naar het zuiden werd gerealiseerd, kwamen brug en station tegenover elkaar te liggen. De houten brug werd in die tijd vervangen door een moderner constructie die in staat was om het gewicht van de stoomtram te dragen.
Omstreeks 1923 is een nieuwe, bredere brug van gewapend beton gebouwd die de naam Wilhelminabrug kreeg. Pilasters met lantaarns en beelden moesten zorgen voor een waardige stadsentree. Bij de bevrijding in 1944 liep de brug zware schade op, die provisorisch werd hersteld. Pas in 1954 volgde een totale vervanging, ook weer in gewapend beton, waarbij alleen de boogvorm (niet de constructie) werd gehandhaafd.
Opvallend zijn de twee dubbele pilasters aan de stationszijde die getooid zijn met lantaarns en beeldhouwwerk. Het beeldhouwwerk stelt taferelen voor uit de Bossche stadsgeschiedenis. De enkelvoudige pilasters aan de stadszijde zijn als getordeerd siermetselwerk uitgevoerd. In het smeedwerk van de leuningen is de letter W van Wilhelmina opgenomen.

Carnavalsmonument

Oorspronkelijk waren ter weerszijden van de stationsklok aan de voorgevel van het ‘derde treinstation van ‘s-Hertogenbosch’ twee grote gevelbeelden aangebracht, waarvan dit er één was. Het beeld aan de linkerzijde verbeeldde Mercurius met Pegasus. Dit beeld werd verplaatst naar de binnentuin van Koning Willem I College. Het andere beeld stelde Carnaval  voor, een mannenfiguur met in de linkerhand een masker en aan zijn voeten een wapensteen met het stadswapen van ‘s-Hertogenbosch. Dit beeld werd in 1996, bij de bouw van het vierde station van ‘s-Hertogenbosch, verhuisd naar het aangrenzende busstation.

Janus en Bet

Twee vereenvoudigde menselijke figuren, een man en een vrouw die een gesprek voeren. Het zijn volkstypes met karikaturale koppen. Het is een herinnering ‘Aan Henk Teulings, unne Bosschenaar’, zoals op de sokkel staat vermeld. Henk Teulings schreef vijftien jaar lang stukjes in ‘De Bossche Omroep’ en nam daarbij het stadsgebeuren met humor op de korrel.

Binnendieze

De Binnendieze is de verzamelnaam van een aantal stromen in de binnenstad van ‘s-Hertogenbosch. Op de plaats waar ‘s-Hertogenbosch ontstond moeten een groot aantal stroompjes zijn geweest die tussen de opgewaaide donken meanderden en onderdeel vormden van het riviersysteem van de Dommel.

Plaquette Jan van der Eerden en Hein Bergé

Eerbetoon aan beide heren die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan het behoud van de Binnendieze.

De halve peer van de oetels

Het bronzen beeldje met de beeltenis van een halve Peer boven het water van de Binnendieze aan de Molenstraat siert sinds 1988 de ingang van de wijk de Uilenburg. Het door Ton Buijsters vervaardigde monumentje lijkt verdacht veel op Frans Vennix, die van 1976 tot en met carnaval 1987 de functie van burgervaojer van Oeteldonk vervult. Als de Oeteldonksche Club Vennix, de oprichter van het Oeteldonkse Aauw archief, benadert met de vraag of hij die functie op zich wil nemen, is hij lid van carnavalsvereniging De Oetels. Frans en de carnavalsvereniging hebben geen bezwaren. Wel stellen de organisatoren van het Oetelkonzert een leasecontract op dat al na enige jaren verwatert en niet meer wordt nagekomen. Althans dat blijkt als Frans Vennix is afgetreden, en de wens te kennen heeft gegeven dat hij naar zijn oude vereniging, wil terugkeren. Die oude vereniging heeft in een reusachtige doos inmiddels al wel van de Oeteldonksche Club zijn’ vuile was’ teruggekregen. Het nodige overleg tussen beide verenigingen volgt. De oplossing blijft uit. Er rest De Oetels weinig anders dan het aanspannen van een rechtszaak. In zijn vonnis komt de president van de rechtbank, voor deze gelegenheid bijgestaan door elf vrouwelijke griffiers, tot de uitspraak dat de Oeteldonksche Club middels één vat goed bier en twee flessen Jägermeister De Oetels moest schadeloos stellen. Verder eist hij dat beide partijen een waardig gedenkteken voor het instituut Peer moeten oprichten. Op de uitvoering van dat vonnis hebben De Oetels volgens eigen verklaring een jaar lang tevergeefs gewacht. Het wachten beu verscheen er op 11-11 1988 een half gedenkteken met alleen een bijdrage van De Oetels.

Uilenburgerstraatje

De Munt

Van 1613 tot 1629 werden er gouden, zilveren en koperen munten geslagen in dit pand, dat daarom onder de naam “De Munt” bekend staat. De gloeiend hete muntjes werden dan afgekoeld in de Binnendieze, die achter De Munt stroomt.

Vergane glorie, de oude V&D.

Het warenhuis werd gebouwd, in 1929 werd begonnen met de bouw en voltooid eind 1931, opdracht van Vroom & Dreesmann Kenmerkend zijn de meerruits stalen vensters met uiteenlopende vorm en grootte. Deze zijn veelal voorzien van bovenlichten in glas-in-lood met gestileerd libellenmotief. Het middengedeelte van de voorgevel wordt verticaal geleed door smalle penanten en telt horizontaal dertien vensterassen met vijftienruits vensters op kunststenen dorpels. De voorgevel wordt bekroond door twee met koper gedekte hoektorens.
Boven de hoofdingang zijn de twee beelden van August Falise te zien. Het linkerbeeld stelt Ceres voor, de godin van de nijverheid. Het rechterbeeld is Mercurius, de god van de handel. De V&D werd gebouwd op de plaats waar in voeger tijden hotel De Gouden Leeuw stond. Hier herinnert de gouden leeuw aan.

Stadhuis ‘s-Hertogenbosch

Het gebouw dateert uit de tweede helft van de 14e eeuw. Vanaf 1366 zetelde het stadsbestuur van ‘s-Hertogenbosch op deze plek aan de Bossche Markt.

Op de protestante kerk geen versieringen in het kader van carnaval…

Op 10 mei 1810 kregen de katholieken de Sint-Janskerk (die de Grote Kerk werd genoemd) toegewezen door keizer Napoleon. De hervormden kregen de Sint Geertruikerk (die in 1847 gesloopt zou worden) en de katholieken moesten 60.000 gulden betalen aan de hervormden. Dit bedrag gebruikten ze onder andere om een nieuwe kerk te bouwen op de plaats van de middeleeuwse Sint-Annakapel die werd afgebroken. Tussen 1818 en 1821 werd er een nieuw kerkgebouw gebouwd. Op 6 januari 1822 werd de nieuwe kerk ingewijd.

Sint Janskathedraal.

Oorspronkelijk als parochiekerk gebouwd, werd de Sint-Jan in 1366 tot kapittelkerk en in 1559 tot kathedraal van het nieuwe bisdom ‘s-Hertogenbosch verheven. De Sint-Janskathedraal is een van de zeven kathedralen van Nederland. Hier kunt u meer te weten komen over de geschiedenis van de Sint Jans kathedraal.

Tegenover de Sint Jan vinden we het Gereformeerd Burger Weeshuis.

Gevelsteen uit 1619

De tekst op deze steen: EGENTIBUS QUOD ORPHANIS OPUS DATU IUVA MEMOR 1619
(help door te geven wat arme wezen nodig hebben) (Nog steeds heel erg actueel)

We verlaten het centrum van ‘s-Hertogenbosch en wandelen verder richting het Bossche Broek.

We wandelen daarbij langs de stadswallen.

Met toestemming van Hertog Jan III werd in 1300 een nieuwe stadsmuur gebouwd en nieuwe grachten gegraven. De omvang van de stad vertienvoudigde en omvatte nu ook de Sint-Jan, waarvan de bouw inmiddels in volle gang was. In de eeuwen daarop werden de vestingwerken gestaag uitgebreid. Om de toenemende kracht van het geschut te kunnen blijven weerstaan, werden de muren met aarden wallen versterkt.

Bossche Broek

Tot 1629 was het Bossche Broek een moeras, dat in tijden van oorlog een natuurlijke verdediging vormde voor de stad ‘s-Hertogenbosch. Hierdoor slaagden verschillende belegeraars er niet in om de stad in te nemen en verkreeg de stad de bijnaam “de onoverwinnelijke moerasdraak”. In opdracht van prins Frederik Hendrik van Oranje werd het moeras voor het beleg van 1629 met behulp van dijkenstelsels en rosmolens leeggepompt zodat de Staatse soldaten de Bossche zuidwal konden bestormen en de stad innemen.

Verboden kringen

Bij de wandeling door het Bossche Broek kom je hier en daar metalen paaltjes tegen met het raadselachtige opschrift ‘Verboden Kring’ en een afstand van 300, 600 of 1000 m tot een bastion (bijv. Bastion Oranje of Fort Anthonie). Deze verboden kringen komen uit de zogenaamde Kringenwet, die alles te maken heeft met de verdediging van de vesting ’s-Hertogenbosch. De Kringenwet werd in 1814 uitgevaardigd, waarna in 1853 nog een aanpassing kwam. In de wet wordt exact geregeld waar de verboden kringen liggen en welke gebieden open moeten blijven als vrij schootsveld.

De bruggen van de A2 over de Dommel

Zicht op kasteel Maurick.

Het kasteel dateert van ± 1400, maar is niet meer in oorspronkelijke staat. In 1504-1509 is het vermoedelijk verbouwd

Grondwatermeter

De grondwatermeter is een buis met een schaalverdeling, een  meetinstrument, waarop af te lezen valt hoe diep het grondwater onder het maaiveld staat. Een vergelijkbaar instrument is de peilbuis, maar deze heeft een iets andere functie.

Boerderij Out Herlaer

Oud-Herlaar (ook: Oud-Herlaer) was een kasteel aan de Dommel. Onduidelijk is wanneer dit kasteel is gebouwd, maar reeds in 1645 werd al geschreven dat Out-Herlaer een impostante geschiedenis had. De rijkdom van de heren van Oud Herlaer dateert al van de elfde eeuw. Zij waren voogd over de goederen van de abdij van Echternach in deze streek. Langzaam maar zeker eigenden ze de bezittingen zelf toe. Een rentmeester hield toezicht op de jaarlijkse inkomsten. Aan het kasteel waren maar liefst drie watermolens verbonden. Het waren alle ‘banmolens’: lieden die onder de ‘ban’ van een heer woonden of werkten waren verplicht hun grondstoffen bij zijn molen te laten verwerken. Al wat van Oud Herlaer rest, is een boerderij die rond 1840 op de oude terp van het kasteel is gebouwd met de stenen van de sloop. Het zijn zogenaamde ‘kloostermoppen’. 

Theater La Damoiselle

Dit openluchttheater is ontstaan uit de wens om een plek te creëren waar de verhalen die in de lucht hangen beleefd kunnen worden. Een historische en uitnodigende plek op het kruispunt van verbindingswegen tussen het Kwartier van Frederik Hendrik en het Kwartier van Brederode.

Zicht op Vught

De Grote Mugheuvelse Wiel

Kampement van Brederode

Om de plek te duiden, staat er vlak bij het vroegere Kampement Brederode een aandenken. Het monument legt een link met de gevolgen van oorlog en geweld van álle tijden Wachttoren ‘Onverlout’ – ‘altijd moedig blijven’ – is een ontwerp van architect Laura Weeber en kunstenaar Milou van Ham. Van Ham liet teksten uit Geuzenliederen uit de tijd van het Beleg in het staal perforeren. Die teksten geven de verschrikkingen weer van het beleg. Het kampement van Van Brederode huisvestte 3000 soldaten. Graaf Johan Wolfert van Brederode moest vanuit hier de Pettelaarse Schans aanvallen. In juli 1629 probeerden Spaanse ruiters onder leiding van Hendrik van den Bergh hier een doorbraak vanaf de andere kant – uit de stad –  te forceren. Dat mislukte. Net als Van den Berghs aanval vlakbij Vught, tegelijkertijd. Hoogmoed kwam voor de val. Tot verbazing van Frederik Hendrik trok Van den Bergh zich hierna terug. Reden: de gebrekkige communicatie binnen het Spaanse leger.

Kapelletje aan de keer

Schutskooi

De prei oogst wordt gereedgemaakt voor de verkoop

Waarschijnlijk 18e eeuwse boerderij van het staldeeltype met 19e eeuwse, aan de oostzijde inspringende langgeveluitbouw onder met riet en pannen gedekt wolfdak. 

Met een plaatje wat laat zien dat de lente in aantocht is, komen we aan het eind van deze wandeling.

Nieuwkuijk – Poeldonk. Een wandeling van 24,7 km.