Etappe – 9, Hertogenpad

Deze etappe begint in het dorp Griendtsveen en wandelen langs de Helenavaart, genoemd naar Helena Panis, de vrouw van Jan van de Griendt die de vervening startte, en het Griendtsveenkanaal richting het Griendtsveen en de Mariapeel. De Deurnese Peel en de Mariapeel rond de voormalige veenkolonies Griendtsveen en Helenaveen zijn restanten van een zeer uitgestrekte hoogveengebied, de Peel.

Het dorp Griendtsveen

Restanten van een turfstrooisel fabriek en de oude marechausseekazerne waar de agenten woonden die de orde moesten handhaven in Griendtsveen en omgeving.

Villa Sphagnum

Villa Sphagnum werd in 1897 gebouwd in opdracht van de familie Van de Griendt. Eduard van de Griendt stichtte met zijn broer Jozef rond 1885 de kolonie Griendtsveen, met als doel turfwinning. 

Eduard van de Griendt was een van de zonen van Jan van de Griendt. Vader Jan was in 1853 medeoprichter van de “Maatschappij tot ontginning en vervening van de Peel”, later omgedoopt in Maatschappij Helenaveen.  Hij heeft het dorp Helenaveen gesticht. Zijn zoons Jozef en Eduard hebben de peelontginningen voortgezet.  Eduard stichtte samen met zijn broer Jozef en hun twee zussen na het overlijden van hun vader rond 1885 de kolonie Griendtsveen. Dat deden ze met het geld dat na zijn overlijden vrijkwam. Daarna zijn Eduard en Jozef zakelijk uit elkaar gegaan. Eduard kreeg Griendtsveen, Jozef bezittingen in Engeland, Duitsland en Drenthe en de zussen werden uitgekocht. Het hele dorp was eigendom van de familie, later van de Werkmaatschappij Griendtsveen NV en werd bewoond door turfstekers en andere werknemers van de Firma Van de Griendt.  

Apostelwoningen Griendtsveen.

In Griendtsveen staan nog 10 van de oorspronkelijk 12 apostelwoningen. Deze woningen zijn rond 1900 gebouwd en waren eigendom van familie Van der Griendt, verantwoordelijk voor de turfwinning rondom Griendtsveen. De vrijstaande woningen werden (gratis) ter beschikking gesteld aan de stafleden van het bedrijf om hen aan Firma Van der Griendt te verbinden. In de ogen van de veenarbeiders waren de stafleden ‘volgelingen’ van de familie Van der Griendt. Daar komt ook de naam apostelwoning vandaan.

Heel het dorp was ingericht op de afvoer van het veen!

Oorlogsmonument Griendtsveen

Het oorlogsmonument herinnert de inwoners van Griendtsveen (gemeente Horst aan de Maas) aan de bezettingsjaren, de evacuatie van de Griendtsveense bevolking en aan de bevrijding.

De tekst op de plaquette is van onderwijzer Jac. Keijsers:

‘WE WERDEN OPGEJAAGD, VERSTROOID
EN VONDEN EEN GESCHONDEN
GRIENDTSVEEN WEER.
VOOR BARBARIJ EN SLAVERNIJ
VOOR OORLOGSRAMP EN NOOD
EN VOOR EEN ONVOORZIENE DOOD
BEWAARD ONS, HEER
MEI 1945
JK.’

We verlaten het dorp Griendtsveen en wandelen verder door het Griendtsveen.

Land van van Bommel

Voordat men kon turfsteken werd eerst een vrij losse bovenlaag van ongeveer 20 cm dik verwijderd. Dit bonksel bestond uit onbruikbaar kortveen met (dop-)hei en buntgras. Daaronder bevond zich een 80 cm laag grauwveen die als turfstrooisel kon dienen. Onder het grauwveen zat het zwartveen dat als brandstof gebruikt werd. In Drenthe was het verplicht om op de plaatsen waar het zwartveen gestoken was 50% van het grauwveen terug te storten en te mengen met de ondergrond van zand. Zo kreeg men redelijk vruchtbare dalgrond, geschikt voor agrarisch gebruik. Maar in de Peel bestond deze regeling niet. Eerst werd vrijwel alle vale turf (= grauwveen) afgegraven en als turfstrooisel verkocht. In het topjaar 1893 werd bij Griendtsveen door 700 turfgravers bijna 1 miljoen m3 grauwveen afgegraven. Daarna werd het zwartveen gestoken om als brandstof te dienen. Zodoende bleef er enkel onvruchtbare zandgrond over. Gedurende een korte periode heeft men plaatselijk – zoals hier bij het land van van Bommel – met kunstmest geprobeerd de grond geschikt te maken voor agrarisch gebruik.

Mariapeel

Monument Herrezen uit de Vergetelheid

Tijdens de tweede wereldoorlog zijn er in deze omgeving diverse vliegtuigen gecrasht. Hiervoor is onderstaand monument opgericht.

Het stalen monument bestaat uit een silhouet van een vliegtuig met daaromheen een cirkel, die niet gesloten is. Dit staat symbool voor de gesneuvelde piloten die hun missie niet hebben kunnen voltooien. Op het monument zelf zijn stukken van de neergestorte vliegtuigen gemonteerd. Het monument is geplaatst tegenover de crashplek van een Brits gevechtsvliegtuig, een Vickers Wellington stortte hier op 14 maart 1941 neer. De contouren van de crash zijn nog duidelijk zichtbaar, als een litteken in het landschap.

Peellimiet 1716

Om een einde te maken aan de grensconflicten in de Peel werd in 1716 met het Tractaet van Venlo een nieuwe grens vastgesteld door de Republiek der Verenigde Nederlanden en de koning van Pruisen. De grens werd gemarkeerd door stenen grenspalen. In de loop der eeuwen gingen die grotendeels verloren, maar door samenwerking met diverse gemeenten en andere partijen werden ze in ere hersteld en weer in het landschap zichtbaar gemaakt. De Paal tussen Broemeer en Soemeer is nog de originele paal uit 1716, waarop de andere grenspalen zijn gebaseerd. 

Monument “Sporen die bleven”.

De tekst op de plaquette luidt:

Sporen die bleven

In de herfst van 1944 werden in de streek tussen Mas en Peel ruim 3000 jongens en manen bij razzia’s door de nazi’s opgepakt en voor dwangarbeid gedeporteerd naar Duitsland. Deze gebeurtenissen kostten 120 mannen het leven en veroorzaakten en blijvende wond bij de overlevenden en bij hen die thuis achterbleven.

Uit Heel werden 43 personen gedeporteerd. Van hen overleefde 1 man de oorlog niet.

1944 – 2004

Het monument ‘Sporen die bleven’ in Heel herinnert aan de reeks razzia’s in oktober en november 1944, waarbij de bezetter meer dan 3.000 jongens en mannen heeft opgepakt om gedwongen tewerk te stellen in de Duitse oorlogsindustrie. Van hen kwamen 43 personen uit Heel. Een van hen overleefde de oorlog niet. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog waren vrijwel alle Duitse jongens en mannen ingelijfd in het leger. Daarom nam de bezetter in de herfst van 1944 de beslissing om ruim 3.000 jongens en mannen uit het gebied tussen Maas en Peel in Limburg verplicht tewerk te stellen in fabrieken, aan spoorwegen en op boerenbedrijven in Duitsland. Op zondag 8 oktober vond de eerste en grootste razzia plaats. Hierbij werden 2.000 jongens en mannen met geweld bijeengedreven en gearresteerd. Tijdens de kleinere razzia’s die volgden in de weken daarop zijn nog eens ruim 1.000 mannelijke inwoners uit het gebied tussen Maas en Peel opgepakt. De situatie van de meeste dwangarbeiders was slecht: erbarmelijke huisvesting, honger, kou en slechte hygiëne. Daarnaast leefden zij in grote onzekerheid over hun eigen leven en dat van hun achtergebleven familieleden, en heerste er een permanente angst voor geallieerde bombardementen op de fabrieken waarin ze tewerkgesteld waren. Na de bevrijding, ruim een half jaar later, bleek dat 120 dwangarbeiders hun tewerkstelling niet overleefd hadden. De rest keerde, vaak geestelijk en fysiek gebroken, naar huis. De razzia’s van oktober en november 1944 zijn de geschiedenis ingegaan als de Grote Kerkrazzia, omdat een groot deel van de mannen op zondagochtend 8 oktober werden opgepakt toen zij na afloop van de mis hun kerk verlieten. Ook zij die in de weken daarop door de bezetter van hun bed werden gelicht of van de straat werden gehaald behoren tot de groep slachtoffers van de Grote Kerkrazzia.

We wandelen verder naar het eindpunt van deze etappe.

E Palude Emergo (uit het veen kwam ik boven)

Turfsteker Gebbel vond aan de rand van Helenaveen de beroemde Gouden Helm.  Het is een verguld zilveren versierde helm, een zogenaamde paradehelm uit de 4e eeuw. Uit een inscriptie op de helm blijkt dat de eigenaar gelegerd was bij de ruiterafdeling STABLESIA VI. De verguld zilveren helm van een Romeins officier werd misschien bewust in de Peel achtergelaten. Naast de helm werden 39 koperen munten, een mantelspeld, twee bronzen klokjes, een leren dolkschede met zilverbeslag, een ruiterspoor, stukken stof, leren schoenen en leerstukken aangetroffen. Uit de vondsten, de beschrijvingen ter plaatse en de bodemopbouw blijkt het plausibel dat het hier om een votiefgave aan de moerasgoden ging, wat in die tijd heel gebruikelijk was. Mogelijk wilden de bewoners van de Peel de goden op deze manier gunstig stemmen.

Aspergeversperring

Een aspergeversperring is de, vooral in kringen van defensie en leger gebruikte, benaming voor een bepaald soort tankversperring. In Deurne werden aspergeversperringen al in 1939 en 1940 toegepast. Als materiaal werden spoorrails, profielstalen balken of houten palen genomen en soms werden deze ook nog in een betonnen sokkel gegoten om te verhinderen dat de staven in het rulle zand snel omvielen. De aspergeversperring kon ook snel als wegversperring worden aangelegd, maar was moeilijk weer te verwijderen wanneer weerhaken in de kokers waren uitgeklapt. Onderaan de punt van de ‘asperge’ was vaak een landmijn bevestigd, zodat een voertuig dat er tegenaan reed, niet alleen werd tegengehouden, maar ook beschadigd of zelfs vernietigd werd.

Wandelen naar het eindpunt van deze etappe.

De wandeling gaat door een gebied van varkensboeren.

Ten gevolge van de mindere verbindingen van het openbaar vervoer de route wat verlengd, we wandelen naar het dorp Neerkant. Hier zien we de St. Willibrorduskerk staan.

De Rooms Katholieke Sint Willibrord­kerk is gebouwd tussen 1876 en 1877.  De kerk is voornamelijk het product van het St. Bernulphusgilde, een in 1869 in Utrecht opgerichte vereniging van priesters en kunstenaars die zich ten doel stelde om rooms-katholieke kerken te bouwen en in te richten in neogotische stijl.

Griendtsveen – Neerkant. Een wandeling van 18,6 km.