Fietsen langs de Schelde

We starten de fietsroute in het Vlaamse Kruibeke. We fietsen vanaf de parkeerplaats langs de Schelde, door de polders van Kruibeke, richting Bazel met kasteel Wissekerke. Via Rupelmonde gaan we verder richting Steendorp en Temse. We fietsen verder richting Tielrode langs de Durme. We steken de rivier over via de Mirabrug en gaan verder richting Moerzeke. In Baasrode nemen we de pont Baasrode – Moerzeke over de Schelde waarna we verder gaan richting Sint-Amand en Mariekerke. We passeren via de sluis van Wintam en wederom een pontje Schelle – Wintam de Rupel over. We fietsen daarna richting Hemiksem waar we weer met het pontje Bazel – Hemiksem de Schelde oversteken om naar het eindpunt te fietsen. Al met al een fietstocht van 81 km.
Kasteel Wissekerke. Het kasteel Wissekerke is een waterburcht gelegen in het dorpje Bazel.


In de eerste helft van de 19de eeuw leefden in het kasteel van Wisserkerke Graaf Philippe Vilain XIIII en Sophie Louise Zoë barones de Feltz. Zij waren kind aan huis bij keizer Napoleon, bij koning Willem I van de Nederlanden en later ook bij Leopold I van België.

Het kasteel is bekend om zijn ijzeren hangbrug, de oudste nog overgebleven brug van dit type in Europa. Het is een kettinghangbrug met houten loopplanken die in 1824 werd gebouwd. Bij de bouw werd niet de gebruikelijke timmermansverbinding gebruikt, maar er werd gekozen voor een vernieuwende verbindingstechniek met bouten. Hij bedacht ook een stevige en materiaal besparende manier om de hangstructuur en de bakstenen borstweringen te integreren.

Duiventoren.
Duiventorens vond men vroeger bij kastelen en hoeven. Ook kloosters en abdijen hadden vaak een duiventoren. De duiven werden in duiventorens gehouden voor de consumptie maar ook voor de gegeerde mest. Tijdens het ancien régime was het houden van duiven middels het duivenrecht streng gereglementeerd wegens de schade die duiven konden berokkenen aan de graanoogst. De aanwezigheid van een duiventoren was een teken van rijkdom. Heren mochten 1 koppel duiven houden per hectare grond die ze bezaten.

De ronde bakstenen duiventoren gaat mogelijk terug tot in het begin van de 16e eeuw. Het torentje heeft een kegelvormige spits en paalt aan de horecazaak en stallingen. Het bevat nog steeds een 680-tal nestholtes en is sinds 1981 een beschermd monument. Tegen deze duiventoren werd in de 19e eeuw trapruimte gebouwd. Op die manier werd de bovenverdieping van de toren toegankelijk gemaakt. Dit deel van de oude constructie werd toen als waterreservoir gebruikt. In het Waasland is deze Duiventoren het enige nog bewaarde exemplaar.



‘boer en boerin’

Zicht op de Schelde


Er is een grootverschil in waterstand bij eb en vloed! Nabij Rupelmonde bedraagt het gemiddelde hoogteverschil tussen eb en vloed ongeveer 4,5 tot 5 meter.
Rupelmondse kreek


Aan de rand van de Rupelmondse Kreek prijkt het Karperhuisje, een van de weinige bouwsels die de aanpassingswerken in de polders overleefden. Het Karperhuisje werd opgetrokken uit gerecycleerde materialen. Daardoor lijkt het ouder dan het in werkelijkheid is. Het gebouw dateert van 1961 en was oorspronkelijk een vakantiehuisje.
The King of Kingabwa


Dit kunstwerk refereert niet enkel naar het Afrikaans geboorteland van de kunstenaar, maar ook naar de koloniale geschiedenis van de scheepswerf CNR. Tussen 1928 en 1955 werden hier schepen gebouwd voor Congo. De scheepswerf heeft intussen plaats gemaakt voor een nieuw woonproject waar dus nu het kunstwerk een plaatsje heeft gekregen.





Graventoren Rupelmonde

De Graventoren in Rupelmonde is een overblijfsel van de waterburcht uit de 12de eeuw die werd gebouwd ter verdediging van de Schelde en de Rupel een kolossale vesting, omgeven door een brede wal, die rechtstreeks in verbinding stond met de Schelde.
Getijdenmolen Rupelmonde


De Getijmolen, Watermolen of Spaanse Molen is een getijmolen op de monding van de Vliet in de Schelde. Bij opkomend tij wordt een spaar- of spuikom gevuld, waarna het uitstromende water de molen aandrijft. Het is dus een enkelvoudige molen: hij werkt wel bij eb maar niet bij vloed.
Zwarte Madame

De vrouw, met haar grootse, wulpse en sensuele vormen, symboliseert de Schelde: prachtige natuur, grootsheid, onstuimigheid, kracht van het water.
Kapel O.L.V. van de Schelde


We zijn ondertussen in Temse belandt.
De kaailopers.


Drie beelden van de beeldengroep zijn gebaseerd op authentieke kaailopers (scheepslossers en -laders van voor de Tweede Wereldoorlog) met name den bruine, de mekker en de schele wringer. De 4de kaailoper, tweede van rechts, staat symbool voor alle kaailopers.
De Temsebrug, brug over de Schelde.

De Tuysscher en de Azijnzeker


Den Tuyscher is een middeleeuwse spotnaam voor een Temsenaar en in het bijzonder een man die voor grof geld kaart speelt. Aangezien in de achttiende eeuw in deze streek veel azijnbrouwerijen ontstonden was de spotnaam Azijnzeker in vervanging van Tuysscher snel gevonden. Tegelijk is het een verwijzing naar het dialectwoord ‘zeker’ of ‘zeiker’, wat zuurpruim betekent.


De Vliegweek die in Temse werd georganiseerd van 7 tot 16 september 1912, was dan ook een hoogst uitzonderlijk evenement.
O-L-Vrouwkerk van Temse




De parochie Temse zou al bestaan hebben in de 9de à 10de eeuw. Daarmee is ze een van de oudste parochies in het Waasland. De achthoekige vieringtoren uit 1721 is uit de baroktijd.
Voormalig stadhuis van Temse.




Het (oud-)gemeentehuis van Temse is opgetrokken in eclecticistische stijl. Het verving het vorige, afgebroken gemeentehuis (afbraak van 1900 tot 1902) dat op dezelfde plaats stond. Het nieuwe gemeentehuis werd in 1906 in gebruik genomen. Het 31 meter hoge belfort, een vierkante toren, is bekroond met vier spietorentjes en een centrale lantaarntoren.
Boelwerfkraan Temse


De torenkraan werd in 1957 gebouwd in opdracht van het scheepsbedrijf Cockerill Yards. Na het faillissement van het scheepsbedrijf kwam de torenkraan naar Temse, waar ze nog altijd waakt over de Schelde. De Boelwerf was tussen 1829 en 1994 een grote Belgische scheepswerf in Temse aan de Schelde. De herinnering aan de Boelwerf, in 1829 opgericht, blijft tot op vandaag zeer levendig. Het bedrijf was vergroeid en verweven met Temse. Het faillissement heeft diepe wonden geslagen.
We fietsen verder langs de Durme met de veerdienst Tielrode – Hamme




De Durme is een zijrivier van de Schelde. Men beschouwt de Durme als de verzamelnaam voor de Bovendurme en Benedendurme. Ook hier het grote verschil tussen eb en vloed.
Den Toeter.


Het monument stelt de legendarische veerman, 1905-1977, met als bijnaam ‘den toeter’, voor.


We fietsen verder naar de “Mirabrug”, bekend uit de film Mira. Deze brug dateert uit de 19e eeuw.






De speelfilm Mira uit 1971 is gebaseerd op het boek “De teleurgang van den Waterhoek” van Stijn Streuvels




In het dorp Moerzeke een poging ondernomen om ergens te kunnen lunchen. Echter er viel weinig te genieten. Jammer genoeg.



Dus onze route maar weer verder vervolgd, nu verder langs de Schelde, richting de veerdienst Baasrode-Moerzeke in het dorp Baasrode. De Durme hebben we achter ons gelaten.









Mariekerke met de O-L-V-Hemelvaartkerk.





We naderen Temse weer, maar nu vanaf de overkant van de Schelde.


De Notelaer.



De Notelaer is een paviljoen aan de Schelde in de plaats Bornem. Het werd in opdracht van hertog Wolfgang-Willem d’Ursel en zijn vrouw Flore d’Arenberg gebouwd tussen 1792 en 1797 en dankt zijn naam aan een markante notenboom die in de zeventiende eeuw op de Scheldedijk stond
De Dijkgravin

“De Dijkgravin” is het hoofdpersonage uit de gelijknamige roman van Marie Gevers. De dijkgravin vertelt het verhaal van een energiek en onafhankelijk meisje dat na de dood van haar vader diens functie als dijkgraaf in de Scheldestreek nabij Temse overneemt, tegen alle vooroordelen in. Op het vlak van de liefde moet zij kiezen tussen een jongen van lagere afkomst tot wie ze zich lichamelijk aangetrokken weet en een jongeman van haar eigen stand die haar zowel emotioneel als verstandelijk bekoort. Of is haar ware geliefde de Schelde, met wie ze haar krachten meet tijdens een springtij dat iets heeft van een mythisch paringsritueel? De dijkgravin is een lange ode aan die rivier, die de omwoners werk verschaft en die in ieder seizoen een andere gedaante aanneemt.
We fietsen verder naar de zeesluis van Wintam.

De Zeesluis van Wintam of kortweg de sluis van Wintam vormt de verbinding tussen het Zeekanaal Brussel-Schelde en de Schelde.

Na de sluis nemen we het volgende veer, het pontje Schelle – Wintam.
Als laatste nemen we de pont Bazel – Hemiksem over de Schelde om daarna verder te fietsen naar het eindpunt van deze route.

Wat ons verwonderde was dat alle pontje gratis waren!
