Etappe – 6; deel – 2
Etappe-6 gaat van Waarde naar Korteven. De wandeling loopt van de Westerschelde naar de Oosterschelde. Via het verdronken land van Zuid-Beveland over het Rijn-Scheldekanaal richting Noord-Brabant.
We beginnen de wandeling in Waarde dorp aan de Westerschelde.
Schelderadarketen

De Schelderadarketen (SRK) is een Vlaams-Nederlandse instantie en keten van radarposten in het Schelde-gebied in Nederland en Vlaanderen. De keten bestrijkt op de Noordzee het gebied langs de kust van de Belgisch-Franse grens tot aan Walcheren (Steenbank) en stroomopwaarts over de Westerschelde tot aan de Kallosluis in Antwerpen. Hiermee wordt het scheepvaartverkeer begeleid met de bestemmingen zeehaven van Brugge, haven van Vlissingen, haven van Terneuzen, haven van Gent en de haven van Antwerpen.
Vanaf Waarde aan de Westerschelde wandelen we naar de andere kant van Zuid-Beveland. Naar Krabbendijke aan de Oosterschelde.
De Oosterschelde en de Westerschelde in 1645

De Ooster- en Westerschelde zijn ontstaan door een duizenden jaren lang proces waarbij water diepe geulen in de bodem uitsleet. Na de IJstijd ontstond er in Zeeland een getijdenlandschap. Bij vloed overstroomde het water het land, dat bij eb weer droogviel. Door dat continue stromen van water, ontstonden er na verloop van tijd getijdegeulen. Doordat er ook rivieren in het gebied stroomden, werd dat proces nog sterker. Een van die rivieren is de Schelde. Deze rivier ontspringt in het Noord-Franse Gouy en stroomt door België tot die iets ten noorden van Antwerpen uitmondt in wat nu de Westerschelde is. Het eerste dat geschreven wordt over de Schelde gaat terug naar het Romeinse Rijk en zijn staatsman: Julius Caesar. Caesar beschrijft één van zijn Gallische veldtochten, waarbij hij bij de rivier Scaldis terecht komt, de rivier die wij nu kennen als de Schelde.
In Krabbendijke zien we geschiedenis van korter geleden.



Het ‘Monument voor Britse Vliegers’ in Krabbendijke is opgericht ter nagedachtenis aan de gesneuvelde bemanning van een Lancaster bommenwerper van de Royal Air Force die hier op 11 mei 1944 is neergestort.
We vervolgen onze weg langs de Oosterschelde en wel met name langs het Verdronken land van Zuid-Beveland.

Zeeland telt zo’n 200 verdronken dorpen. Het gros ging in de late middeleeuwen verloren (zo tussen 1000 tot 1500 na Christus – alleen al tussen 1134 en 1530 waren er meer dan 45 stormvloeden). Waarschijnlijk hangt dat hoge aantal vooral samen met de bijzondere geografie van Zeeland. Het is een gebied met wijde riviermonden en een sterke getijdenwerking. Ook de mens zelf had de hand in overstromingen, daar waar dijken werden verwaarloosd, grond was afgegraven voor zout- en turfwinning en land om militaire redenen onder water werd gezet. Reimerswaal is een van de bekendste verdronken plaatsen van Zeeland. Het was ooit de derde stad van de provincie met, naar verluidt, zo’n zesduizend inwoners. De laatste eeuw van Reimerswaal was een lijdensweg van overstromingen en stadsbranden. De stad werd zwaar getroffen door overstromingen in 1532, 1552, 1555 en 1557. Daar kwamen nog een storm en een stadsbrand bovenop en daarna nog een hele serie stormvloeden. En dan liet de Tachtigjarige Oorlog de stad ook nog niet onberoerd … In 1631 verlieten de paar laatste arme mosselvissers die er nog woonden de stad en drie jaar later werden de restanten van het eens zo trotse Reimerswaal in het openbaar verkocht. Aanvankelijk was Reimerswaal nog als eilandje herkenbaar, maar in de negentiende eeuw ging het definitief in de Oosterschelde ten onder.














Lijst van verdronken dorpen in de Oosterschelde, met name in het verdronken land van Zuid-Beveland

50: Kouwerve (1530/1532) 51: Duvenee (1530/1532) 52: Lodijke (1530/1532) 53: Reimerswaal (1631) Reimerswaal ging tijdens de stormvloeden van 1555 en 1557 grotendeels verloren. Bij zeer laag water komen de restanten van de stadmuren nog boven water. 54: Nieuwkerke (1530/1532) 55: Assemansbroek (Broecke) (1530) 56: Kreke (1530/1532) 57: Steelvliet (Steenvliet) (1530/1532) 61: Everswaard (1530) 62: Schoudee (1530/1532) 64: Nieuwlande (1530/1532) 66: Tolsende (1530/1532)
Bovenstaande dorpen zijn verdwenen na de Sint Felix vloed van 1530
Haven Rattekaai














Haven Rattekaai is ontstaan na het bedijken van de naburige Eerste Bathpolder in 1856 als handelshaventje voor Rilland. Vooral in de periode tussen 1850 en 1950 werden landbouwproducten over water vervoerd. De opkomst van de suikerbietenteelt in Zeeland zorgde voor veel kleine havens, waaronder tijhaven Rattekaai. Vanuit het getijdenhaventje werden suikerbieten naar de fabriek gebracht. In de havenkom ten oosten van het plateau nemen de meerpalen je mee in de geschiedenis van het gebied, terwijl aan de westkant van het plateau de laatste overblijfselen van het jachthaventje en aanlegsteiger nog altijd zichtbaar zijn. Bij Rattekaai zijn de betonglooiingen van het ‘trapjestype’. Betonplaten vormen een trapvormige bekleding van het dijkje, om het omhooglopen van de golf te beperken. Bijzonder aan Haven Rattekaai is de betonnen bekleding van het havenhoofd volgens het ‘systeem de Muralt’. R.R.L. Muralt ontwierp deze betonglooiingen en de muraltmuren op de dijk rond de haven. Muraltmuren zijn kleine betonmuurtjes op de kruin van de dijk, bedoeld als dijkverhoging.
Met een laatste blik op de schorren van de Oosterschelde wandelen we verder richting het Rijn-Schelde kanaal.


Muraltmuur

Een muraltmuur is een muurtje boven op een dijk, dat diende als alternatieve en goedkope dijkverhoging. Een muraltmuur bestaat uit drie of vier horizontale betonnen platen, van ongeveer een meter hoog, tussen betonnen staanders. Na de stormvloed van 1906 ontwikkelde jonkheer ir. R.R.L. de Muralt een goedkope manier om dijken te verhogen zonder het dijklichaam te hoeven verbreden. Tussen 1906 en 1935 werd ongeveer 120 km van deze muraltmuurtjes aangelegd, ongeveer een derde van alle toenmalige Zeeuwse buitendijken. Tijdens de watersnood van 1953 bleken ze echter niet te voldoen. Deze muraltmuurtjes zijn nog op diverse plaatsen in Zeeland bewaard gebleven.
Duindoorn

Lichtvervuiling door de kassen in de Bathpolder.




Deze vervuiling is zelfs vanuit de ruimte te zien!

Kreekraksluizencomplex in het Schelde-Rijn kanaal.

Via de Hogerwaardpolder wandelen we verder naar het eindpunt van deze etappe naar Korteven.






Scheldevanger



De Scheldevanger is ooit gebouwd als observatiepost voor oefeningen met bommenwerpers boven het huidige Markiezaatsmeer. Het gebouwtje in de Hogerwaardpolder vormt samen met een Scheldevanger bij Hildernisse en een toren op het eiland Steenvliet in het Markiezaatsmeer een driehoek.
Met een muurschildering van een aubergine komen we aan het eind van deze etappe.

Waarde – Korteven. Een wandeling van 26,1 km.

