Variant – 2, Zelzate – Rode Sluis

Deze etappe doet eer aan het Grenslandpad i.v.-m. de vele grenspalen die  er op deze route staan. En dat niet alleen de “normale” grenspalen , maar ook een aantal Oostenrijkse grenspalen uit een ver verleden.

Grenspaal 307A

Zodra we de N62 bij Zelzate oversteken zien we GP307a staan. Deze is pas in het jaar 2000 geplaatst. Hij dient om de grens te markeren bij de Traktaatweg.

De wandeling gaat op het Belgisch grondgebied over van het Meetjesland in het Waasland. Deze grens hiervan ligt  ten oosten van Zelzate nabij Wachtebeke.

Grenspaal 307

Het Fort Sint-Elooi was een fort op ruim 2 km ten zuidoosten van Westdorpe. Het werd in 1586 aangelegd om het gebied te beschermen tegen Staatse aanvallen vanuit het Land van Axel en maakte deel uit van de Linie van Communicatie tussen Hulst en Sas van Gent. Ook nadat de Staatsen Sas van Gent in 1645 hadden ingenomen, bleef dit fort in Zuidelijke handen. De plaats van het fort behoort dan ook tot de Belgische gemeente Zelzate, en ligt in het uiterste oosten daarvan, tegen de Belgisch-Nederlandse grens aan, tegenover Grenspaal 307. Het fort was gelegen aan de Stekkerweg, een liniedijk tussen Sas van Gent en de Langelede.

Grenspaal 306

De grens wordt gevormd door een sloot tot aan de St Franciscuspolder en is tevens het contactpunt tussen Zuiddorpe (NL), Wachtebeke (B) en Zelzate (B).

De wandeling gaat verder langs een kanaaltje, genaamd “de Langelede” richting Wachtebeke. Het kanaaltje is 5,5 km lang en werd gegraven in de 14de eeuw voor het vervoer van turf, zand en beer. Later in 1774 werd het kanaal verbreed en rechtgetrokken. De Langelede werd nog een tijdje gebruikt voor vervoer van suikerbieten naar de suikerfabriek in Moerbeke. De Langelede eindigt op de Nederlandse grens op de Oudenburgse Sluis.

Via het grensgehucht Berdelingebuurte loopt de etappe verder richting d’n Overslag. Overslag is ook weer een middeleeuws dorp.

In Overslag loopt de Belgisch-Nederlandse grens dwars door het dorp.

In het dorp Overslag vinden we ook deze Oostenrijkse grenspaal.

Na een geschil in 1754 tussen de magistraat van het Ambacht van Assenede en de magistraat van het Ambacht van Axel over de grenzen van hun jurisdictie in de wijk Overslag werd in 1768 een conventie getekend in Gent. Volgens deze conventie zouden in Overslag 14 grenspalen opgesteld worden die de grens vastlegden tussen de Republiek der Zeven provinciën (Noordelijke Nederlanden) en de Oostenrijkse of Zuidelijke Nederlanden. In 1770 werden de palen geplaatst. Deze zogenaamde ‘Oostenrijkse’ grenspalen zijn vierkante arduinen palen met een afgeknotte geprofileerde top. De zijde gericht naar Nederland draagt in reliëf een medaillon met een Nederlandse leeuw, met daaronder de inscriptie ‘Haar Hoog Mogende’. Aan de Belgische zijde staat een medaillon met de Oostenrijkse dubbele arend.

Grenspost Overslag.

Eén van de oudste grensposten in de Zuidelijke Nederlanden is grenskantoor ‘Overslagh’ dat al in de Oostenrijkse tijd (1713-1795) bestond. Toen de Douane-Unie op 1 juli 1968 in werking trad, verloor het huidige pand zijn functie en is nu in gebruik als ‘Frituur De Grenspost’.

De grenspalen 298 en 299 naast dit douanekantoor staan nergens op de Belgisch-Nederlandse grens zo dicht bij elkaar als hier.

Grenspaal 297 en Oostenrijkse grenspaal

Door de Vrede van Utrecht in 1713 moest Spanje de Zuidelijke Nederlanden aan Oostenrijk afstaan. Men weet dat Spanje ongeveer 150 jaar lang de baas over onze gewesten speelde. In deze periode werden de 17 Provinciën opgericht, doch door hun strijd tegen de Spaanse dictatuur, werden ze terug uit elkaar gerukt: Noord en Zuid werden gescheiden. De Spaanse Successieoorlog nam in 1715 een einde en Filips V van Spanje liet de Zuidelijke Nederlanden aan Karel VI van Oostenrijk. Van deze machtswisseling vinden we langs de oude Nederlands-Oostenrijkse grens nog sprekende getuigen terug. Zo bleven op verschillende plaatsen grenspalen bewaard, met in reliëf de uitgekapte wapens van de twee landen: de Nederlandse Leeuw en de Oostenrijkse Arend. Naast grenspaal 297 staat de Oostenrijkse grenspaal nog op de originele grenslijn van toen.

D’n Overslag.

In de middeleeuwen lag Overslag langs een kreek die via vanuit de Honte diep landinwaarts liep en via kanalen met Gent verbonden was. Om overstromingen te vermijden werd de kreek afgedamd ter hoogte van Overslag. Nu moesten de goederen ter hoogte van deze dam overgeslagen worden van de ene boot in de andere, vandaar de naam. In die tijd behoorde Overslag bij de parochie Zuiddorpe. Met de voltooiing van de Sassevaart in 1547, die grotere schepen toeliet om rechtstreeks naar Gent te varen, ging het snel bergaf met Overslag. Na de vrede van Münster in 1648 en het sluiten van de grens tussen de Noordelijke Nederlanden en de Spaanse Nederlanden verloor Overslag zijn handelsfunctie volledig. 

Uit het Zeeuws archief:

Het dorp Overslagh ligt op de alleruiterste grenzen, en bestaande, behalve uit een ruim plein of marktveld, dat een bijzonder eigendom is, en eene achterbuurt, beide geheel op het Belgische gedeelte gelegen, uit eene straat, strekkende Z. en N. en O. en W., van welke straat de rei huizen, staande te Z. op Belgisch, en die ten N. op Zeeuwsch grondgebied, gelegen zijn. Tot de kom van dit dorp, op laatstgenoemd grondgebied, behooren 45 huizen, bewoond door 51 huisgezinnen, uitmakende eene bevolking van 320 zielen.

Overslagh ontleent haren naam van het overslaan of overhalen der vaartuigen, die van Neuzen, langs dit dorp, naar Gent voeren door eene vroeger alhier bestaan hebbende vaart, waarvan nog de sporen in eene met riet bewassen watergang aanwezig zijn.

Bron: Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, deel 8, A.J. van der Aa, 1846

De wandeling gaat verder richting Rode Sluis. Daar staat GP 294.

Roodesluis is vernoemd naar een sluis die vroeger bij de buurtschap lag en onderdeel was van de verbinding tussen Gent en de Westerschelde via onder meer de Moervaart en de Gentsevaart.

De Grote Kreek bij Rode Sluis. Onderdeel van een krekencomplex in de grensgemeente Moerbeke

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) kwam dit gebied onder sterke invloeden van overstromingen. Uit strategische overwegingen werd het onder water gezet door noordelijke dekzandruggen, onder meer die van Zuiddorpe-Nieuwenmolen, door te steken. Als gevolg daarvan ontstond een getijdengeul die het gebied onder invloed van zeeoverstromingen deed komen. Opeenvolgende inundaties vormden kreken. In dit gebied zijn nog verschillende relicten van deze religieuze oorlog terug te vinden.

Het laatste deel van deze etappe komt langs “het Pereboomsgat”.

De Pereboomsgatkreek is een uitloper van de Moerspeye (waarvan het restant nu nog Moerspuische watergang noemt) die via de Braakman (toen nog een zeearm) in verbinding stond met de Honte. In 1767 werd de Moerspuipolder bedijkt, maar het Pereboomsgat, dat niet volledig op “Staten bodem” lag, bleef onaangeroerd. Daartoe diende men de dijk dwars door de kreek te bouwen.

Het Pereboomsgat is gesitueerd in het noorden van de gemeentes Wachtebeke en Moerbeke Waas. Het gebied maakt deel uit van het krekengebied van Overslag – Zuiddorpe, een overgangsgebied tussen een groter krekengebied dat zich verder uitstrekt naar het noorden en Zandig Vlaanderen in het zuiden. De Grote Dekzandrug Maldegem-Stekene, die zich net ten zuiden van het gebied bevindt, vormt een natuurlijke grens tussen deze gebieden. Het gebied wordt gekenmerkt door beboomde dijken en kreekrestanten waarvan o.a. het Pereboomsgat een van de meest opvallende is.

Grenspaal nr. 292 dateert uit 1843. De grenspalen op Moerbeeks grondgebied dragen de nummers 290 tot 296. Ze werden geplaatst nadat het vastleggen van de officiële grens bij de onafhankelijkheid van België enige jaren op zich liet wachten. De grens loopt door het midden van de kreek en is afgebakend met houten palen, die zich onder de waterlijn bevinden.

Let op de speciale vorm van het cijfer twee op de grenspaal!

Wandeling van Zelzate naar Rode Sluis. Een wandeling van 21 km.