Variant – 6, Groenendijk – Terneuzen
Deze wandeling gaat via Strooienstad en Kampen richting de Westerschelde. Daarna over de dijk richting de Griete en Terneuzen.
Met een laatste blik op de H. Martinuskerk van Groenendijk verlaten we Kloosterzande en wandelen verder richting de Westerschelde.


Strooienstad is een buurtschap in de gemeente Hulst
Kampen




Kampen werd tot 1840 geschreven als Campen. Bij Kampen liggen het voormalige fort Campen en het gemaal Campen. Vroeger had Kampen een haven aan het kanaal de Oude Haven. Campen is mogelijk de verbastering van Cambron. De abdij van Cambron werd in deze omgeving door gravin Johanna van Vlaanderen met uitgestrekte gronden begiftigd, welke schenking door gravin Margaretha in 1269 werd bevestigd. Campen was in vroeger dagen een voorhaven van Hulst. Er lag een overzetveer naar de Groote Huissenpolder, aan de andere zijde van het Hellegat. Mogelijk als een gevolg van de invallen van de Watergeuzen werd hier rond 1575 een fort gebouwd, dat na het doorsteken van de dijk in 1584 door een nieuw fort werd vervangen. Bij de bedijking van de Stoppeldijkpolder (1644/45) werd bij Campen een dubbele houten (in 1740 arduinen) zeesluis gebouwd die na korte tijd tevens ging fungeren voor de afwatering van het v.m. waterschap Lamswaarde. Na ca. 1850 kreeg deze sluis de functie van wachtsluis. In de archieven uit 1841 is ook terug te vinden dat er vanuit het haventje van Campen marktschuiten op Rotterdam en Middelburg varen. Er wordt daar veel graan ingescheept op Antwerpen en elders.

Wandelend langs één van de vele dijken komen we bij de Westerschelde
Met zicht op het slik van de Westerschelde wandelen we richting Terneuzen



Een slik is een droogvallende plaat in een getijdengebied. Slikken vallen droog bij laagwater en lopen onder water bij hoogwater. In deze zin heeft slik vrijwel dezelfde betekenis als wad. Het onderscheid tussen slikken en schorren (of kwelders) is dat slikken bij (bijna) elk hoogwater onder water staan en schorren alleen bij hoog springtij. Hierdoor zijn slikken, in tegenstelling tot schorren, onbegroeid. Desalniettemin komt er veel leven voor op slikken, met name waterdieren die zich verbergen in het zand. Deze vormen een rijke voedselbron voor vogels. Slikken worden bezocht door pierenstekers die op zoek gaan naar zeepieren om deze te gebruiken als aas, door de slikgrond om te scheppen.
Op de glooiing is er wel lamsoor te vinden.

Soms is er verwarring tussen de streeknamen en de officiële -vaak van oorsprong Hollandse- Nederlandse naam. In Zeeland liggen ‘lamsoren’ bij de groenteboer, maar dat zijn blaadjes van de plant die officieel zeeaster heet. Echte lamsoor is beslist niet eetbaar. Een andere naam voor lamsoor is ‘Zeeuwse heide’. Je kunt je ook wel voorstellen dat een vlakte vol bloeiende lamsoor op een heideveld lijkt. De Engelsen hebben ook een mooie naam voor lamsoor: ‘sea lavender’, oftewel zeelavendel. Zij vergelijken de lamsoorvelden dus met de even paarse lavendelvelden in het zuiden van Frankrijk. Net als heide produceert lamsoor veel nectar, en daar komen veel insecten op af, onder andere honingbijen. Lamsoorhoning is zeer geliefd. In België heten ze zwinneblommen, omdat ze daar alleen groeien in het Zwin, een kweldergebied op de grens met Nederland.
We wandelen buitendijks verder richting “de Griete”.






Haventje van de Griete.



In 1873 besluit de gemeente Zaamslag dat buurtschap Griete de meest aangewezen plaats is voor een nieuwe haven, ter vervanging van de Poonhaven die door de sterke verzanding van het Hellegat bijna onbereikbaar is geworden. Dank zij de nieuwe haven kan Zaamslag weer beschikken over een eigen landbouwhaven. Er is een weegbrug en verder alle andere voor die tijd noodzakelijke faciliteiten. Twee kleine binnenschepen kunnen aan de kade een ligplaats vinden. De voornaamste transportgoederen zijn in die tijd aardappelen, stro en suikerbieten.
Kustbatterij St. Marguérite



De Franse keizer Napoleon wilde hier een grote marinehaven aanleggen met arsenaal, kazernes, magazijnen, werf en werkplaatsen: 30.000 tot 50.000 mensen zouden hier werken en wonen! In 1807 werd alvast een kustbatterij aangelegd, met een halfronde voorzijde en een rechte achterkant van circa 150 meter. De haven zelf kwam er nooit, evenmin als de nieuwe stad die Napoleon op de linker Scheldeoever tegenover Antwerpen wilde bouwen. In 1809, tijdens de mislukte Engelse invasie, werd het Britse fregat ‛Impérieuse’ onder kapitein Thomas Garth dapper beschoten vanuit de batterij. Het schip antwoordde met dodelijke granaatkartetsen (granaten gevuld met kogels). Het kruitmagazijn van de batterij werd getroffen en explodeerde. Na terugtrekking van de Engelsen werd de batterij aangepast en hersteld; Napoleon zelf bezocht haar in 1811, op doorreis naar Antwerpen. In februari 1814 vertrokken de Fransen; het fort viel later ten prooi aan dijkwerkzaamheden.
MUD paal Terneuzen


Een restant van een defensiesysteem uit de koude oorlog . Meer weten over deze palen, klik dan hier.
Jachthaven Terneuzen


De steiger in de jachthaven was vroeger de aanlegsteiger voor het pontje Terneuzen -Hoedekenskerke. In 1781 werd een veerdienst opgericht van de stad Terneuzen naar Biervliet, Ellewoutsdijk, Baarland, Hoedekenskerke en het Land van Hulst. De aanleiding was dat het vaarwater voor de stad steeds ondieper werd. Vanaf nu is er pas sprake van de veerdienst Terneuzen-Hoedekenskerke. In 1932 bestelde de provincie drie identieke zijladingveerboten die in 1933 op de kleine Westerscheldediensten en Oosterschelde zouden gaan varen. Deze veerboten konden circa 10 auto’s meenemen op het achterdek. Tot 1972 was de Veerhaven in gebruik door de provinciale stoombootdienst.
Sluizencomplex Terneuzen
Oostsluis



De Oostsluis of binnenvaartsluis, die een lengte heeft van 280 meter en een breedte van 23 meter. De sluis is gebouwd in 1968.
Middensluis

De oudste, Middensluis geheten, is in 1910 geopend, heeft een lengte van 140 meter en een breedte van 18 meter.
Westsluis


De Westsluis of zeesluis, die een lengte heeft van 290 meter en een breedte van 40 meter. Ze is geschikt voor zeeschepen met een diepgang tot 12,5 meter en een laadvermogen van 83.000 ton. De sluis is gebouwd in 1968
Nieuwe zeesluis.







De nieuwe sluis krijgt een nieuwe sluis met een afmeting van 427 meter lang, 55 meter breed en 16,44 meter diep. Het is daarmee één van de grootste sluizen ter wereld. De haven van Gent wordt bereikbaar voor schepen tot 150.000 ton of containerschepen met een capaciteit van 12.000 TEU.

Impressie van het sluizencomplex zodra de nieuwe sluis eind 2024 gereed is.

Kloosterzande – Terneuzen. Een wandeling van 21,4 km

