Etappe – 12 Buren – Beneden Leeuwen
Deze etappe begint in de Oranjestad Buren, gelegen in de Betuwe. Buren mag zich Oranjestad noemen, vanwege de band met de koninklijke familie. Willem van Oranje trouwde namelijk in 1551 met Anna van Buren. Koningin Maxima en Koning Willem-Alexander zijn hierdoor gravin en graaf van Buren.
De Oranjes gebruiken soms de schuilnaam Van Buren als ze incognito willen zijn. Laatstelijk gebeurde dat bij de Elfstedentocht van 1986, waaraan Willem-Alexander meedeed onder de naam W.A. van Buren.
We komen de stad binnen via de Culemborgse poort.




De Huizerpoort of Culemborgsepoort, is de enige nog bestaande stadspoort in Buren. De poort vormt de toegang tot de stad aan de westzijde. De naam ‘Huizerpoort’ zou afkomstig zijn van het kasteel of huis van Buren, dat tegenover de poort lag. De poort werd samen met de overige verdedigingswerken rond 1400 gebouwd. In 1618-1619 volgde een restauratie. Reizigers die de stad in wilden, moesten eerst de Hameypoort door, waarna ze via een brug over de gracht de Huizerpoort bereikten. In 1629 werd deze Hameypoort herbouwd. De houten brug werd in 1730 in steen uitgevoerd.

Een mallejan is een vervoermiddel dat vroeger in de bosbouw werd gebruikt om boomstammen en andere lange voorwerpen te vervoeren.
Sint Lambertuskerk



De kerk werd in 1367 gesticht als een kapel en in 1395 als parochiekerk genoemd naar de heilige Lambertus. De Utrechtse bisschop Frederik van Blankenheim gaf in dat jaar toestemming aan de gelovigen te Buren een zelfstandige parochie te vormen in de Lambertuskerk. In de 15de eeuw werd de kerk uitgebreid met zijbeuken en een nieuw hoofdkoor en kreeg hij zijn huidige gedaante. De kerk heeft een toren in met een bovenbouw in renaissancestijl.

Anna van Egmond-Buren en haar kinderen Philips Willem en Maria nemen afscheid van Willem de Zwijger.
Stadspomp
De tekst boven de kranen luidt vrij vertaald:
“WANNEER DE VLAMMEN HOOG GAAN BEN IK DE BURGERS TOT TROOST”
1732

Uit de stadsrekening van het jaar 1731 blijkt, dat de werkzaamheden al in volle gang waren. Zo kreeg Jan Verkerk, steenhouwer te Utrecht, zijn loon voor het hakken van stenen voor de nieuwe pomp en Hendrik van Maurik kreeg een vergoeding voor het in de kost nemen van de knecht van de steenhouwer. Het jaar daarop kreeg Cornelis Bos, meester smid te Tricht 54 gulden en 5 stuivers betaald voor geleverd ijzerwerk. Gerrit van den Heuvel uit Tiel ontving vijf gulden voor het aftekenen en schilderen van de letters van de pomp. En Jan Brouwer, meester pompmaker te Tiel ontving 34 gulden voor de vervaardiging van een ‘koopere panne’ en ‘koopere knoppen’. Antoni van Beusekom leverde spijkers en de schilder E. van Heumen ontving 9 gulden voor het stroblauw verven van de loden kap op de pomp en het vergulden van het ‘vaasje‘ en de letters. De vrachtrijder Gerrit Hoen kreeg voor zeven maal heen en weer rijden naar Tiel en naar Tricht (een rit naar Tiel was tien stuivers, naar Tricht acht stuivers), 4 gulden en 6 stuivers.
Voormalig stadhuis van Buren.

In oorsprong 16e eeuws woonhuis, aangekocht door de stad op 22 januari 1554 van Gryet Wynen voor 550 Carolusguldens. Tijdens een verbouwing in 1608 krijgt het onder meer dakkapellen met overstekende kapjes en de houten dakruiter met peervormige bekroning. De verbouwing is gefinancierd door een lening van prins Philips-Willem van Oranje Nassau. Om de rente te kunnen betalen moest de stads-accijns op bier omhoog.
De waag.
De openbare waag is een voorziening voor het wegen van handelsgoederen. Hij werd zowel gebruikt om het gewicht te bepalen als om belastingen te innen.


De waag is een 19e-eeuws houten waaggebouw. Het gebouwtje staat tegen de westgevel van de noorderzijbeuk van de Sint-Lambertuskerk. De oudste vermelding van een waag in Buren dateert uit 1608. In 1612 werd de waag hersteld; het was toen een tegen de kerk aangebouwd schuurtje met een lessenaarsdak dat met pannen was bedekt. In 1870 werd de waag afgebroken en vervangen door het huidige bouwwerk. In 1954 volgde een restauratie.
Ook de Travalje ontbreekt niet in Buren.


Korenmolen – Prins van Oranje

De huidige molen is een stellingmolen die als korenmolen is ingericht, met de naam ‘Prins van Oranje’ en gebouwd in 1716. Brand en afbraak zijn schering en inslag in de geschiedenis van windmolens. De ‘Prins van Oranje’ vervangt in 1716 een dan vervallen standerdmolen welke is gebouwd na de stadsbrand van 1575 waarbij de dan bestaande molen in de as werd gelegd. In de jaarrekening over 1576 van de rentmeester is te lezen: “Die wyndt ende rosmoelen staende inder stadt van Bueren, also die deur den grooten brandt geweest ende opgegain sijnde tot Bueren opten eersten dach van October 1575 ganselijck tot in den grondt affgebrandt ende vernielt sijn, is voor dit jair onverpacht gebleven”
Stadswallen van Buren met het stoere kanon Vogel Grijp.





Buren kreeg in 1395 stadsrechten van ridder Allard, de heer van Buren en Beusichem. Met deze stadsrechten verkreeg de stad het recht om stadsmuren te bouwen. Bij de sloop van Kasteel Buren in 1804 werd materiaal van het kasteel gebruikt om de stadsmuren te restaureren.
Buren ligt aan de Korne is een kleine rivier in de Betuwe en is een zijtak van de Linge. De Korne stroomt van Buren naar Buurmalsen. Ten noorden van Buren is de Korne niet meer als aparte rivier herkenbaar, maar is het onderdeel geworden van diverse weteringen (waaronder de Mauriksche Wetering). Ongeveer 2,5 km stroomafwaarts van Buren komt de Korne samen met de Linge.
Burgerweeshuis Buren.









Het Weeshuis is de meest tastbare “Oranje” nalatenschap in Buren. Het initiatief voor de bouw komt van Maria van Nassau, dochter van Willem van Oranje Nassau en Anna van Egmont-Buren. In 1612 gaf Maria van Nassau, dochter van Willem van Oranje, opdracht om in de stad een weeshuis te bouwen.
Hier vind u meer informatie over het “Koninklijk weeshuis” in Buren
Tot 2023 was in het weeshuis het Marechaussee museum gevestigd.





Muurtoren




Liggend in de oksel van de inspringende stadsmuur heeft de ruimte aan de zuid- en westzijden kijk- of schietgaten. Alle muren hebben kaarsnissen en steigergaten. Van de blinde muren is er één voorzien van een flinke nis en de andere van een doorgang naar buiten. De muren van de ruimte zijn aan de bovenzijde afgekapt en zo dik dat hieruit kan worden afgeleid dat het bouwwerk oorspronkelijk hoger was en een muurtoren moet zijn geweest. Sporen van stookplaatsen boven het gewelf wijzen eveneens in die richting. Vanuit de ruimte leidt een gedeeltelijk overwelfde gang met een trap naar de hoger gelegen straat. Deze gang is in de 16e eeuw gebouwd om de ruimte toegankelijk te houden toen de muur werd aangeaard. Een gemetseld riool uit de 17e eeuw loopt vanaf de straat via de gang en de ruimte door de stadsmuur naar de Korne.
Begijnenpoortje

Het poortje ontleent zijn naam aan het in 1420 door heer Willem van Buren gestichte Franciscanessen-klooster van Sint Barbara, dat ook voorkomt onder de naam Begijnenklooster.



We verlaten Buren en wandelen verder richting Erichem.


Over het ontstaan van deze plaatsnaam doet ook nog een mooie legende de ronde. De naam Erichem zou zijn ontstaan dankzij een roofoverval van de Noormannen. Ene Maria die had gezien dat ze de boerderij van haar ouders hadden leeggeplunderd en daarna in brand hadden gestoken, was er daarna ook nog getuige van dat haar ouders werden vermoord door die woestelingen. Maar ineens sloegen de Noormannen op de vlucht. Wat bleek? Een troep Frankische soldaten, die op weg waren van Tiel naar Culemborg, stuitten onverwachts op de rovende Noormannen. Al vechtend sloegen de Noormannen op de vlucht, achtervolgd door de Franken. Maria had zich verborgen in het riet.
Toen het stil werd kwam ze tevoorschijn om haar vermoorde ouders te zoeken. Groot was haar verdriet. Even later vond ze in de schuur die gelukkig niet was afgebrand een bewusteloze Noorman. Met een steen in haar opgeheven hand om hem te doden herinnerde zij zich het Woord dat Lambertus de priester had gezegd: “Gij zult niet doden. Heb uw vijand lief.” Zij knielde bij de man neer en verzorgde hem. Eric was zijn naam.
Hij vroeg haar waarom zij hem niet had gedood. Maria vertelde hem dat haar God dat niet wilde, en dat zij haar vijand moest liefhebben. Eric vertelde dat hij graag iets voor die God wilde doen. Maria zei dat hij van de gestolen sieraden een kerk moest bouwen. Aldus gebeurde. De kerk werd gebouwd en genoemd naar Sint Joris, de bestrijder van het kwaad. Eric en Maria trouwden met elkaar. Samen met hun kinderen bouwden ze een nederzetting bij de kerk, die Eric-heim werd genoemd.







De Liberation Route volgt het pad dat de geallieerden bewandelden tijdens de bevrijding van Europa. De route begint bij Normandië en loopt via Nijmegen en Arnhem richting Berlijn. De regio Arnhem Nijmegen speelde aan het einde van de Tweede Wereldoorlog een hoofdrol op het wereldtoneel. Tijdens Operation Market Garden in september 1944 vond hier één van de grootste luchtlandingsoperaties uit de geschiedenis plaats.



We wandelen verder over het landgoed Soelen richting kasteel Soelen.




Kasteel Soelen

Het is een typisch Betuws landgoed, liggend op de oude stroomwallen van de Waal en de Linge en zo’n 140 hectare groot. Het mooie historische middelpunt is het Kasteel Soelen en haar bijgebouwen uit de 16e en 17e eeuw.






Stefanuskerk Zoelen






Er is weinig bekend over de historie van de kerk. Hoewel de kerk al in 1395 wordt vernoemd. De Stefanuskerk is gebouwd tussen 1450 en 1550. Het oudste gedeelte van de kerk is de toren welke in het midden van de 15e eeuw is gebouwd. Het witte pleisterwerk is een protestantse toevoeging aan het gebouw. De kerk is dan ook sinds 1576 een protestantse kerk.
We passeren de Linge en wandelen verder richting Tiel.


De molen is de Korenbloem, gebouwd in 1775.
De molen heeft van oudsher behoord tot de goederen onder de heerlijkheid Zoelen. In 1775 werd deze, met o.m. de “steene windkoornmolen met het gemaal” verkocht. De molen was op dat moment óf nieuw of nog in aanbouw.
Al de tijd dat de molen eigendom was van de Heerlijkheid Zoelen, was deze uiteraard verhuurd. Rond 1900 was J. van Ommeren hier de molenaar. Hij moest in 1910 meemaken dat een jong kind van hem door de molen werd doodgeslagen.
A15



Begraafplaats “Ter Navolging”

Ter Navolging is gesticht in 1786. Het is een van de eerste ‘buitenkerkhoven’ die in Nederland zijn aangelegd.
In 1785 nam de Tielse patriot, jurist en belastingontvanger Johannes Diederik van Leeuwen deel aan een door het Zeeuws Genootschap der Wetenschappen uitgeschreven prijsvraag. Doel daarvan was het zoeken van een oplossing voor de problemen die men ervoer bij het begraven binnen de kerk en de stadsgrenzen. De vraagstelling van de prijsvraag luidde: “Dewyl de schadelijkheid der begravenissen, binnen de Steden en Kerken, ten vollen beweezen en vry algemeen erkend is: welke zyn de verschillende redenen, dat die nadeelige gewoonte in deeze Republiek blyft stand grypen; en welke zyn de beste middelen, om dezelve te doen ophouden?”.
In de tweede helft van de 18e eeuw werd het gebruik van begraven in of bij kerken steeds kritischer bekeken. De vieze geuren die in een kerkgebouw werden veroorzaakte door het voor een begrafenis moeten lichten van de kerkvloer werden verondersteld de oorzaak te zijn van allerlei ziektes. Van Leeuwen stelde in zijn inzending voor een begraafplaats buiten te stadsmuren in te richten, een voor die tijd vernieuwend idee. Met zijn betoog verdiende hij de ‘Gouden Eerprys’.
Op 6 september 1785 richtte hij, met het oog op een verdere uitvoering van dit plan, het Begraafgenootschap Ter Navolging op. Het verzoek om een ‘buitenkerkhof’ te mogen aanleggen werd op 9 november 1785 aan de magistraat van Tiel gericht. Rond die tijd stelde hij met kerkmeester H.J. van Galen en schepen H. Dijckmeester een conceptverordening en een lijst met voorwaarden en tarieven op. De magistraat reageerde op 29 maart 1786 positief op dit voorstel, waarna het genootschap op 5 mei 1786 aan de Culemborgse Zandweg (de huidige Stationsweg) een terrein aankocht en inrichtte als begraafplaats. Op 30 december 1786 werd Wilhelmina Claszen als eerste op dit nieuwe terrein begraven.
Op de hekpijlers van de poort staat sinds de opening in 1786 de naam ‘Ter Navolging’ met op de tussenhangende banderol de spreuk: ‘De menschenliefde door ’t gezond verstand verlicht, heeft deez begraafplaats tot een voorbeeld hier gesticht.’



Links: Isis, beeld van Ad Arma Midden: Fontein Kalverbos Rechts: Beeld van Meinard Tydeman
Catharinaschool




Sint Maartenskerk






Uit archeologisch onderzoek is gebleken dat de Sint Maartenskerk vele malen is verbouwd, vergroot en opnieuw gebouwd. Men spreekt daarom wel van de ‘tien gedaanten van de Maartenskerk’.
De oudste voorganger van de huidige kerk dateert vermoedelijk uit de 10de eeuw, de Karolingische tijd. In de Romaanse en Gotische tijd hebben belangrijke uitbreidingen plaats gevonden. Veel gegevens van de bouwgeschiedenis in de 15de en 16de eeuw zijn bekend door vermelding in de jaarkronieken van de zogenaamde “Chronicon Tielense’.
In 1431 start de bouw van een nieuwe toren. Nadat bleek dat de toren onvoldoende was gefundeerd werd deze weer afgebroken en begint de bouw van een nieuwe toren met een hoge, houten spits.
Aan het einde van de 15de eeuw bereikt de kerk zijn grootste omvang. Of de geplande kruisbasiliek met aan de noordzijde één en aan de zuidzijde twee zijbeuken ooit geheel is voltooid is niet geheel duidelijk. De oorspronkelijke contouren van het transept en het koor zijn weergegeven in de bestrating.
In 1580 komt de kerk in het bezit van de Hervormden als Tiel overgaat tot de Reformatie. De kerk werd herhaaldelijk getroffen door stormen. Eind 17e eeuw treedt een periode van verval in. In 1785 worden in de resten van het koor een paardenstal gebouwd van de Huzaren.
Monument voor de gevallen krijger.



Het monument ‘Krijger voor hij dodelijk getroffen wordt’ in Tiel is opgericht ter nagedachtenis aan de 30 militairen, illegale werkers en gijzelaars uit die gemeente die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de strijd tegen de bezetter zijn omgekomen.
Oorspronkelijk was de krijger naakt. Dit bracht de gemoederen echter zo in beweging, dat de kunstenaar werd gevraagd een lendendoek aan te brengen.
Cultuurgebouw Zinder, Tiel.

De wereldberoemde inwoner van Tiel…


De Waterpoort



De Waterpoort is in 1647 gebouwd. Tiel was indertijd een versterkte stad met stadsmuren, grachten en poorten. Een jaar eerder was de binnenhaven al gedempt, waardoor het Plein ontstond waaraan de Waterpoort ligt. De poort heeft dus nooit gediend als toegangspoort tot de haven, maar was de buitenpoort van de toenmalige Kleibergse Poort in de stadsmuur. Tot 1782 lag er een gracht met een brug voor de poort. In de laatste winter van de Tweede Wereldoorlog werd Tiel zwaar getroffen tijdens gevechten tussen de Duitse bezetters die in de stad gelegerd waren en de geallieerden aan de bevrijde overkant van de Waal. In november 1944 werd de Waterpoort door de Duitsers opgeblazen, om het de geallieerden te bemoeilijken de stad in te komen. In 1979 werd de poort volledig herbouwd.


De Waal bij Tiel.
Om aan de overzijde te komen en daar de wandeling te vervolgen moeten we met de pont mee.



Wamel aan de overzijde van Tiel aan de Waal.





Het Oude Wiel met in de verte de Prins Bernhardsluizen.
Deze sluizen liggen in de toegang naar het Amsterdam-Rijn kanaal.

En we wandelen verder naar het eindpunt van deze etappe, Beneden Leeuwen en de Prins Willem Alexanderbrug.





Prins Willem Alexanderbrug.







De Prins Willem-Alexanderbrug is uitgevoerd als een betonnen tuibrug met betonnen tuien, de enige van Nederland. De brug heeft 16 tuien omgeven in een betonnen koker van 1 bij 1,9 meter. Het brugdek is 30 meter breed. De brug telt 2×2 rijstroken en heeft een voorziening voor langzaam verkeer aan beide zijden. De brug kruist de rivier de Waal en is de enige niet-snelwegbrug over deze rivier tussen Gorinchem en Nijmegen. De brug verbindt de stad Tiel en de A15 met Wamel en het Land van Maas en Waal. De brug heeft een totale lengte van 1.419 meter en een hoofdoverspanning van 270 meter. De pylonen zijn circa 70 meter hoog. De brug overspant de brede uiterwaarden, met name op de noordoever van de Waal. De Prins Willem-Alexanderbrug is een vaste brug en dus niet beweegbaar.
De brug was oorspronkelijk ontworpen als een tolbrug. Het brede publiek zag de brug als een route van niets naar nergens. De tolheffing maakte de route ook weinig aantrekkelijk voor doorgaand verkeer. Dit alles resulteerde erin dat de exploitatie van de tolbrug steeds verlieslatend was. Al direct na openstelling viel het gebruik van de tolbrug tegen, in 2 jaar tijd was het tekort opgelopen tot 3,8 miljoen gulden. In 1976 opende de Tacitusbrug, waardoor het gebruik van de Prins Willem-Alexanderbrug zelfs nog terugviel. In 1976 reden dagelijks 2.500 voertuigen over de brug. In 1977 was het tekort opgelopen naar 10 miljoen gulden. De provincie Gelderland heeft zich daarna garant gesteld voor het tekort. In 1979 werd er een rechtszaak aangespannen tegen de tolheffing op de brug, maar de rechtbank besliste dat tolheffing niet in strijd met de wet was. Eind jaren ’70 werd gehoopt de tolheffing in 1990 te kunnen beëindigen. De tolheffing is uiteindelijk per 1 januari 1996 beëindigd.

Buren – Beneden Leeuwen. Een wandeling van 20,1 km.
