Etappe – 13 Beneden Leeuwen – Dodewaard

Deze etappe begint bij de carpoolplaats nabij Beneden-Leeuwen. Vanaf daar lopen we over de Prins Willem Alexanderbrug richting IJzendoorn naar Ochten langs de Waal richting Dodewaard en het eindpunt van deze etappe, station Hemmen Dodewaard.

Prins Willem Alexanderbrug

Voor de wetenswaardigheden van deze brug zie hiervoor etappe 12.

Wit vetkruid

We wandelen verder langs de uiterwaarden van de Waal. Deze worden tegenwoordig gebruikt als wateropslag voor de rivier in tijden van hoge waterstanden.

Door werkzaamheden ter hoogte van IJzendoorn een “kleine” route aanpassing

Kerk IJzendoorn

Het koor van deze kerk is het oudste deel en dateert uit de 14e eeuw. De toren dateert uit de 15e eeuw. In de toren hangt een klok uit 1526. Deze klok is in 1856 door de kerk aangekocht. Wat opvalt is dat het uurwerk niet in het midden van de toren zit, maar in de hoeken van de toren.

Gedenkteken aan een dreigende overstroming in 1995.

Ochten heeft, door de ligging aan de Waal, altijd veel te maken gehad met de strijd tegen het water. Tijdens perioden van hoog water is er altijd hinder van kwelwater. De waterhuishouding is dan ook deels ingericht op het afvoeren van kwelwater. Een grote dreiging voor het dorp was de hoogwaterperiode van 1995. De Waaldijk dreigde het toen te begeven en het hele dorp moest worden geëvacueerd. Met behulp van het leger is de dijk versterkt en heeft de dijk het gehouden. Na deze periode is de dijk versneld versterkt. De bijna-ramp van 1995 was niet de eerste watersnoodramp die het dorp overkwam. Door de ligging aan de Waal en doordat de dijk voor de kom van het dorp een schaardijk is – een dijk vlak langs de rivier-, werd het dorp al veel vaker door het water bedreigd. Overstromingen waren er onder meer in 1409, 1725-1726 en 1809.

Steenfabrieken langs de Waal

In de zeventiende en achttiende eeuw bloeide de steenbakkerij in het westen van het land op. In Gelderland, waar het economisch minder goed ging, was veel minder vraag naar stenen. Pas vanaf ongeveer 1780 werd het aantrekkelijk om ook langs de Gelderse rivieren op grote schaal stenen te bakken. De lonen waren hier nog laag. Omdat op grote steenfabrieken veertig tot meer dan honderd mensen konden werken, scheelde dat enorm in de kostprijs. In deze periode lukte het ook steeds beter om de rivier door kribben vast te leggen en op diepte te houden. Daardoor kon met grotere schepen brandstof worden aangevoerd en baksteen worden afgevoerd. Omstreeks 1830 waren steenfabrieken al een vertrouwd beeld in de uiterwaarden langs de Waal en omstreeks 1906 waren er in Gelderland 183 steenfabrieken.

De aard van de steenfabrieken veranderde wel in die tijd. In de loop van de negentiende eeuw werden de meilers vervangen door veldovens, die niet na elk bakproces werden afgebroken. De vormelingen en de brandstof, meestal in de vorm van steenkool, werden opgestapeld tussen blijvende muren met stookgaten. Daarboven werd het geheel afgedekt met aarde en plaggen. Een bakcyclus (stapelen in de oven, stoken, afkoelen en leeghalen van een partij van ca. 50.000 stenen) duurde ongeveer een maand.

Eind negentiende eeuw kwam de ringoven in gebruik. Grote voordeel was dat deze vier keer zoveel baksteen kon bakken met de zelfde hoeveelheid steenkool. De 12 tot 24 ovenkamers lagen in een cirkelvormig, later ook rechthoekig bouwwerk. De hete lucht (zo’n 1000 graden Celcius) van de kamers waar werd gebakken, werd gebruikt om net geplaatste vormelingen in andere kamers voor te verwarmen. Na het bakken werd het vuur verplaatst naar de naastgelegen voorverwarmde ovenkamers.

Een variant op de ringoven was de vlamoven, waar vooral straatklinkers in konden worden gebakken. Daar was vraag naar omdat in Nederland steeds meer zandwegen werden verhard. Bunswaard  was in 1917 de eerste steenfabriek met een vlamoven. Na de Tweede Wereldoorlog werd de tunneloven gangbaar. Het vuur blijft hier steeds op dezelfde plek, terwijl de stenen langzaam door de oven schuiven.

Een scheepswerf mag langs de Waal mag natuurlijk ook niet ontbreken.

Met het pontje naar d’n overkant.

In Druten was er in de vorige eeuw een pontveer (dus ook voor wagens) naar de noordoever, waar een weg evenwijdig aan de Waal een verbinding vormde met de plaats Dodewaard. Het pontveer is in 1957 opgeheven. Later is hier een voet/ fietsveer geopend. Aan de noordkant van de Waal ligt de aanlegsteiger zo ongeveer tussen Dodewaard en Ochten in. In het niemandsland dus.

In de verte zien we de H.H. Ewaldenkerk van Druten.

Hervormde kerk Dodewaard

Het oudste gedeelte van de kerk te Dodewaard dateert uit de 11e of 12e eeuw. Het bezat vroeger een bijzonder kostbaar reliek, een heilig kruis. Uit andere plaatsen kwam men dikwijls naar Dodewaard om dit kruis te eren. In 1315 gaf graaf Reinald het bevel, dit kruis over te brengen naar Arnhem.
Na de hervorming zijn de kerkelijke gemeenten Hien en Dodewaard samengevoegd. De eerste hervormde predikant was Hermannus Brockhusius (1603).

In de kerktoren van de Dodewaardse Hervormde kerk was tot 1863 een Romeinse grafsteen gemetseld. Het reliëf op de steen toont een dodenmaal. We zien de overledene liggend op een bank met daarvoor een tafel met eten en drinken. Aan het voeteneind staat een slaaf. Uit de inscriptie valt af te leiden dat de steen bedoeld was voor het graf van ene Marcus Traianus Gumattius, veteraan van de ruiterafdeling van Afrikanen.

Pastorie van de NH kerk te Dodewaard.

De pastorie is gebouwd in 1893.

Landhuis Buitenlust uit 1893.

Hervormde kerk Hien.

De toren en de kerk zijn gebouwd tussen 1300 en 1312. De oude toren is in zijn geheel afgebrand op 20 april Pas 146 jaar later in 1787 werd de toren weer hersteld en voorzien van een nieuwe spits.

    Indien u meer wil weten van de Hervormde kerken van Dodewaard en Hien, klik dan hier.

    Op weg naar het station Hemmen – Dodewaard passeren we de A15.

    Station Hemmen – Dodewaard.

    Het station is geopend in 1882. Tot 2007 was het pand in gebruik als dienstwoning van de Nederlandse Spoorwegen. In 2004 is het pand aan de buitenzijde gerenoveerd en is het volledige dak vernieuwd. Tot op heden is erg nog geen herbestemming gevonden voor het pand en verkeert het door gebrek aan onderhoud in een desolate toestand.

    Etappe 13 van Benden Leeuwen naar Dodewaard. Een wandeling van 20,3 km.