Etappe – 2 Maasland – Geervliet

Deze etappe begint op de Commandeurskade in Maasland.

Maasland voelt een beetje als thuiskomen. Ergens in de 17e eeuw vertrok een van mijn voorvaderen vanuit Maasland(er)sluis richting Zeeland. Begraafplaats, Commandeurskade, Maasland Meest voorkomende namen: Dijkshoorn (35x),

Maasland heeft een eeuwenoude en rijke geschiedenis. Ontstaan in de Middeleeuwen, rond een kerk en de Commanderij van de Ridderlijke Duitsche Orde. De vele monumenten en het bewaard gebleven oude centrum zijn uniek in de omgeving, evenals de 14e-eeuwse ontginningen in het buitengebied. Het in 866 voor het eerst vermelde dorp werd in de tweede helft van de 12de eeuw verplaatst naar een Karolingische vluchtburcht, gelegen in een kromming van de Gaag ter plaatse van de huidige kerkring. 

De Oude Kerk van Maasland (vroeger de Hervormde Kerk) staat midden in het dorp op de plek waar vroeger een burcht heeft gestaan. Van de burcht is helaas niets meer over. Rond het jaar 1400 werd op de plek van de vervallen burcht de bouw gestart van de kerk. De Herv. kerk (Kerkplein 1), oorspronkelijk gewijd aan Maria Magdalena, is een forse tweebeukige kerk met vijfzijdig gesloten koor en nevenkoor en een ingebouwde toren van drie geledingen met ingesnoerde naaldspits. De toren verrees in de eerste helft van de 15de eeuw en in het midden van die eeuw volgden het laat-gotische schip en koor. De noordbeuk met nevenkoor, alsmede de doopkapel en sacristie aan de zuidzijde, werden rond 1500 toegevoegd. De in 1945 uitgebrande kerk heeft men in 1948-’54 hersteld. Het nevenkoor bezit nog de oorspronkelijke bakstenen vensterharnassen. De kerk werd in 1241 door graaf Willem II aan de Duitse Orde geschonken. Het hier in 1273 gestichte convent werd in 1365 vervangen door een (verdwenen) commanderij ten noordoosten van de kerk. 

Wandelen langs de Gaag.

De Gaag is een kanaal van ongeveer 2 km lengte tussen Schipluiden en Den Hoorn. Het deel na Den Hoorn tot Delft wordt de Buitenwatersloot genoemd. Bij Schipluiden komt de Gaag samen met de Vlaardingervaart. De Oostgaag gaat ten zuidwesten van Schipluiden verder richting Maasland, de Zuidgaag, en gaat verder over in de Westgaag. De Westgaag kruist de A20 en komt bij de voet van de Maasdijk uit op het Nieuwe Water. De Gaag tussen Den Hoorn en Schipluiden is in het midden van de dertiende eeuw gegraven.

Verder wandelen richting Maassluis langs de Zuidvliet. Omstreeks 1330 zijn de Zuidvliet en de Noordvliet aangelegd door de ambachten Wateringen en Monster. Een ambacht was een rechtsgebied rondom een dorp, waar de ambachtsheer het voor het zeggen had, ook op het gebied van de rechtspraak.

Viaduct over de A20.

Windmill Gemaal van de Sluispolder 1726

De Wippersmolen in Maassluis staat er sinds 1726 om de Sluispolder te bemalen. De molen verving een bouwvallig geworden wipmolen op dezelfde plaats. Het scheprad stond naast de molen en waarschijnlijk is de Wippersmolen naast het oorspronkelijke rad van zijn voorganger gebouwd

Schuurkerk Maassluis.

De geschiedenis van de rooms-katholieke kerk in Maassluis gaat terug tot het jaar 1787. Op 29 juni van dat jaar, het feest van de heilige Petrus en Paulus, werd op de graanzolder van een woning aan de Veerstraat de eerste heilige mis opgedragen. Er was toestemming verkregen voor het oprichten van een eigen kerkgebouw. Voorwaarde hierbij was dat het gebouw niet het uiterlijk van een kerkgebouw mocht hebben.

Een jaar later, op 29 juni 1788, werd deze, op een schuur gelijkende, kerk in gebruik genomen.

Gevelsteen

De eerste bewoners die zich bij de luchten of sluizen vestigden waren sluiswachters en vissers. Rond de Monstersche Sluis groeide een nederzetting. Omdat de sluizen op grondgebied van het ambacht Maasland lagen kreeg de nederzetting de naam Maaslandsluis.

De Fortegrachtbrug aan de Noordvliet.

De Monstersche Sluis

De Monstersche Sluis verbindt de Noordvliet met de haven van Maassluis en was bedoeld als spuisluis. De eerste echte sluis op deze plek werd in 1602 gebouwd in opdracht van het bestuur van Monster. In 1889 werd de sluis omgebouwd tot schutsluis, met name om de tuinders van het Westland een vaarroute naar de haven te bieden.

En zo komen we bij de Kolk.

De Schansbrug

De Schansbrug is een van de oudste bruggen van Maassluis. Hij begon als enige toegang tot het versterkte fort in de haven en heeft daarna vele verschijningsvormen gehad. Aan de huidige brug is ook een bijzonder verhaal verbonden.

Het Schanseiland was van oorsprong een drooggevallen zandbank in de rivier. In het begin van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) bouwde men hier een versterking van aarden wallen, enerzijds ter bescherming van de uitwateringssluizen, de Monstersche en de Wateringsche Sluis, anderzijds ter bewaking van de Maasmond. De bouw van het fort was begonnen door Willem van Oranje, maar voortgezet door de Spanjaarden. Er heeft een hevige strijd gewoed tussen Watergeuzen en Spanjaarden om het bezit van het fort. Het forteiland kon door een valbrug, die toegang gaf tot de Noorddijk, volledig worden afgesloten. Dat betekent dat er in 1570 al een ‘Schansbrug’ bestond.
Na het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) vonden er nagenoeg geen oorlogshandelingen meer plaats in en om Maassluis. Men besloot om het fort te slechten en op het eiland een kerk, woningen en scheepswerven te bouwen. In 1650 liet het dorpsbestuur in Antwerpen een draaibrug bouwen. De ‘Groote Draay’ gaf toegang tot het Kerkeiland. De ‘Kleine Draay’ lag aan de andere zijde, waar nu de Hellinggatbrug ligt.
In 1836 is de draaibrug vervangen door een balansbrug. Kennelijk was deze houten balansbrug aan het einde van de 19e eeuw versleten of besloot men om tegelijkertijd met de vervanging van de houten mastkraan ook de Schansbrug te vervangen door een stalen constructie. In 1896 was deze brug gereed, dat jaartal stond op de boog vermeld. In 1920 is de Kerkendam, de vaste verbinding tussen het Kerkeiland en het Stort, weggebaggerd. Deze dam sloot het Hellinggat af van de Noordgeer. Men overwoog om in plaats van de dam een brug te maken. De brug is besteld en geleverd, maar omdat er geen geld was om de bijkomende werken en plaatsing uit te voeren, kwam er geen brug naar de woonwijk ’t Stort. De brugdelen hebben jaren op de kant bij het ziekenhuis in de Kapelpolder gelegen. Ze zijn uiteindelijk in 1937 gebruikt voor vernieuwing van de Schansbrug. Een veel robuustere brug dan de voorgaande en hij doet nog steeds dienst.

Groote Kerk van Maassluis

De Groote Kerk (ook wel Nieuwe Kerk) is een kerk die tussen 1629 en 1639 is gebouwd. Op 9 oktober 1639 is de kerk officieel geopend. De kerk staat op het Kerkeiland, waar een halve eeuw eerder een schans was opgericht ter bescherming tegen de Spaanse troepen. De bevolking was de Tachtigjarige Oorlog echter moe en heeft, jaren voor het einde van de oorlog, de schans afgebroken. De bouw van de Groote Kerk werd gefinancierd door heffingen op de haringvangst. Bijzonder is dat het gebouw vanaf het begin als Protestantse kerk gebouwd is. Het is hiermee een van de eerste Protestantse kerken in Nederland.

Gevelsteen met afbeelding van een vaartuig van het type Hengst dat destijds als veerboot werd gebruikt

Gemeenlandshuis

Het Gemeenlandshuis is een voorbeeld van de Renaissance bouwstijl van de eerste helft van de 17de eeuw. Het werd gebouwd in 1626 in opdracht van de dijkgraaf en hoogheemraden van Delfland. Het gebouw staat aan de haven van Maassluis, in de nabijheid van de uitwateringssluizen. Het Hoogheemraadschap van Delfland gebruikte het Gemeenlandshuis als uitvalsbasis voor de bewaking van de belangrijke Maasdijk, als sluiswachterswoning en als vergaderruimte.

Johannes Fenacolius

Op 16 december van het jaar 1601 werd Johannes Fenacolius dominee van de kerk van ’t Woudt. Hij heette eigenlijk Vennecool, maar hij heeft zijn naam veranderd in het Latijns klinkende Fenacolius. Het was een knappe man. Hij vertaalde boeken van Romeinse schrijvers in het Nederlands. Eén zo’n schrijver was veldheer Julius Caesar. In 1608 werd Fenacolius predikant in Maaslandsluis, dat toen nog bij het dorp Maasland hoorde. De dominee heeft ervoor gezorgd dat deze plaats zelfstandig werd. Zo ontstond in 1614 Maassluis. Hij heeft zich ook ingezet voor de bouw van de Grote Kerk in deze plaats. Johannes Fenacolius stierf op 13 mei 1645. In Maassluis eren ze hem met een gedenkteken en een straatnaam.

Het nationaal sleepvaart museum

Het kleine maar fraaie oude stadhuis daterend uit 1676 was te klein geworden als stadskantoor en kwam leeg te staan. De ontwerper is niet bekend. Het gebouw heeft kenmerken van classicisme en is voorzien van een schilddak met gemetselde hoekschoorstenen en een houten dakruiter. Een haringbuis dient als windvaan. De dakkapellen zijn versierd met haringen, dit alles om te blijven herinneren dat de welvaart van de stad aan de visserij te danken is. In dit gebouw zetelt nu het museum.

Stoom zee sleepboot de Furie.

De Furie is een door stoom aangedreven Nederlandse zeesleepboot. Het schip is indertijd in 1916 voor eigen rekening gebouwd door Scheepswerven v.h. Gebr. G & H. Bodewes, gevestigd te Martenshoek in Nederland en gedoopt als Bodewes VI. In 1918 werd het schip verkocht aan Holmen Bruks & Fabriks AB, een papierfabriek in Norrköping, Zweden. Het werd onder de Zweedse vlag geregistreerd onder de naam Holmen III. Om te voorkomen dat het als schip van een neutraal land werd aangevallen werd er met grote letters SVERIGE (Zweden) op de zijkanten geschilderd. Het werd gebruikt voor het slepen van houtvlotten over de Oostzee.

In 1976 werd het schip aangekocht voor de AVRO, die het boek Hollands Glorie van Jan de Hartog wilde verfilmen voor een televisieserie. Het arriveerde op 30 april 1976 in IJmuiden. Het werd weer onder Nederlandse vlag gebracht en geregistreerd als Furie. De opnamen werden gemaakt in de Bantry Bay, Ierland, waar het schip in verschillende gedaanten optrad, eerst als Jan van Gent en later als Furie.

Schroef van de Ebro, de laatste zeegaande stoomsleepboot van Smit & Co’s Internationale Sleepdienst.

De Hudson

De Hudson, gebouwd in 1939, is de enige overgebleven vooroorlogse zeesleper in Nederland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland was het schip vijf jaar in dienst van de geallieerden. 

De wandeling gaat weer verder langs het Hellinggat richting de Koepaardbrug.

Koepaardbrug

De Koepaardbrug, deel van de Industrieweg over de Maassluise haven, werd in 1956 in gebruik genomen. Hij kreeg toen van ‘het stadhuis’ de naam Havenbrug. Maar in de Maassluise volksmond veranderde de naam al snel in Koe-Paard Brug, zoals zoveel dingen in de omgangstaal van de stad hernoemd worden. De gemeente bewoog hierin mee en stelde in 2007 dit vast als officiële naam, geschreven als Koepaardbrug. En zo staat het sindsdien op de naamborden aan de zijkant. Boven die borden staan twee beelden van natuursteen, op een verhoging links en rechts aan de westkant. Aan de kant van de buitenhaven is het een beeld van een liggende koe. Met haar voorpoten houdt zij een wapenschild vast met daarop het symbool voor de handel, de Mercuriusstaf. Aan de kant van de binnenhaven is het beeld een liggend paard met op zijn schild het symbool van de scheepvaart, het anker. Handel en scheepvaart, beeltenissen dus voor de eeuwenlange hoofdmiddelen van bestaan in Maassluis.

De havenspoorbrug en de Coppelbrug

M.S. Rigel

Het m.s. Rigel kent een bewogen geschiedenis. Na haar kiellegging als Groenlandtrawler is zij in 1942 door de Duitse bezetter gevorderd om dienst te doen luchtafweerschip. Na de oorlog werd de Rigel samen met haar twee zusterschepen Deneb en Algol omgebouwd tot loodsvaartuig, om de tijdens de oorlog verloren gegane vaartuigen te vervangen. Na de ombouw bij de Arnhemsche stoomsleephelling is ze afgebouwd bij de werf van L. Smit in Kinderdijk en op 14 oktober 1948 in dienst gesteld. In haar hoedanigheid van loodsvaartuig heeft de Rigel altijd dienst gedaan in de regio Rijnmond, met als uitvalsbases Maassluis en Hoek van Holland.

Als loodsvaartuig voer de Rigel voornamelijk op de rede van Hoek van Holland om met de vier loodsjollen die zij aan dek had loodsen af te zetten en op te halen bij de te beloodsen zeeschepen. De Rigel had hiervoor een accommodatie voor 24 loodsen en 6 leerling loodsen, die ook aan boord konden overnachten. Naast haar taken als loodsvaartuig werd ze ook ingezet om lichtschepen te bevoorraden. Ook heeft de Rigel nog dienst gedaan als weerschip. Na de watersnoodramp van 1953 was het noodzakelijk om accuraat op de hoogte te zijn van de weersomstandigheden op zee, zeker in de periode dat de dijken nog niet versterkt konden worden. In deze periode heeft de Rigel een aantal reizen als weerschip ondernomen. Toen het loodswezen overging tot nieuwbouw is de Rigel na een korte periode van oplegging is in bezit gekomen van het zeekadetkorps Maassluis, waarna een geheel nieuw leven als opleidingsschip begon.

Op 10 maart 1979 werd de Rigel voor een bedrag van 100.500 gulden overgenomen door Zeekadetkorps
Maassluis en begon de Rigel aan een nieuw leven als opleidingsschip. De Rigel wordt door het
zeekadetkorps Maassluis, vrijwel in originele staat onderhouden en is in 1999 als historisch varend
monument erkend

Aan de rechter kant het monumentale gebouw dat vroeger onderdak bood aan het Loodswezen en het kantoor voor de Sleepdienst van L. Smit & Co. Links is het voormalig kantoor van het Loodswezen. Maassluis lag als de eerste plaats van betekenis aan de vaarweg en was een logische locatie voor de vestiging van die dienstverleners. Daarom vestigde Smit zijn sleepdienst in Maassluis in 1872. In 1897 liet hij een groot pand neerzetten. Vanaf het markante torentje boven de hoofdingang had men vrij uitzicht over de rivier. Behalve de riviersleepdienst had Smit inmiddels ook een kleine vloot zeeslepers.

We verlaten Maassluis en gaan met de pont naar de overzijde van de Nieuwe Waterweg, richting Rozenburg.

De tonnen op het terrein van Rijkswaterstaat.

De route gaat verder langs het Calandkanaal richting de Calandbrug. We passeren daarbij de opslagterminal van Vopak. Deze terminal heeft een opslagcapaciteit van 4.000.000 m3.

De Calandbrug

De Calandbrug is een stalen hefbrug over het Calandkanaal. De doorvaartopening van de hefbrug is 50 meter hoog en 60 meter breed. De Calandbrug werd officieel geopend op 6 juni 1969 door toenmalig staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat Mike Keyzer. De brug telt 2×2 rijstroken, twee voormalige goederensporen, een voetpad en een fietspad. De goederensporen op de brug maakten tot november 2021 deel uit van de havenspoorlijn Rotterdam en de Betuweroute. De autoweg is onderdeel van de Rijksweg 15. Tot 2004 ging ook het doorgaande verkeer over de Calandbrug, in dat jaar werd namelijk de Thomassentunnel geopend voor het doorgaande verkeer.

Brittanniëhaven

Achter de Calandbrug ligt de Brittanniëhaven, waar jaarlijks 250 autoschepen aankomen. Deze schepen liggen hoog op het water. Om een brugpassage ook boven windkracht 5 mogelijk te maken is bij de Calandbrug langs de zuidkant van het kanaal een windscherm gebouwd van 1750 meter lang en 25 meter hoog,

Zwartewaalse brug

De Zwartewaalse brug is een spoorbrug over de Thomassentunnel.

Neckarhaven

De A15, de Thomassen tunnel en op de achtergrond weer de Zwartewaalse brug.

De Burgemeester Thomassentunnel, plaatselijk ook bekend als Ferraritunnel door zijn opvallende rode kleur, en de Calandtunnel, omdat hij onder het Calandkanaal doorloopt, is een moderne tunnel onder het Calandkanaal in de havens van Rotterdam, vernoemd naar Wim Thomassen, burgemeester van Rotterdam van 1965 tot 1974. Hij overleed in 2001 op 91-jarige leeftijd. De officiële naam voor de tunnel, eerst Calandtunnel geheten, werd op 18 juni 2004 bekendgemaakt, tijdens de opening door minister Peijs van Verkeer en Waterstaat. De Thomassentunnel ligt tussen de Calandbrug aan de noordzijde en bedrijfsterreinen aan de zuidzijde in. De tunnel heeft een lengte van 1.102 m.

Foto rechtsonder is de Harmsenbrug

De Harmsenbrug is een brug in Zuid-Holland, en onderdeel van de rijksweg N57. De brug uit 1968 overspant het Hartelkanaal en de rijksweg A15. De brug omvat een basculebrug over de zuidkant van het kanaal die voor de scheepvaart geopend kan worden en een tuibrug over de noordkant van het kanaal. Direct ten zuiden van de brug is een ongelijkvloerse aansluiting naar een recreatiegebied. Ten zuiden daarvan ligt de Brielsebrug die het Brielse Meer overspant. De brug is vernoemd naar Willem Harmsen (1886-1954), voormalig directeur-generaal van Rijkswaterstaat.

Het Brielse meer

Het langgerekte meer vormt de scheiding tussen Voorne en het Europoortgebied en vormde tot 1950 als Brielse Maas een deel van de verbinding tussen de Oude Maas en de Noordzee. De afdamming van de Brielse Maas werd in 1950 gerealiseerd door de bouw van de Brielse Maasdam aan de noordwestkant, die het meer scheidt van het later ontstane eveneens kunstmatige Oostvoornse Meer.

En zo komen we op Voorne Putten en wandelen verder richting Zwartewaal.

Ook de Roompot is actief op Voorne Putten met het Lakeside Resort.

Zwartewaal

De naam Zwartewaal is een samenstelling van waal ‘diepe ronde plas, gat ontstaan bij dijkdoorbraak’ en zwart, naar de kleur van het water.

St. Martinuskerk is een historische kerk met toren die oorspronkelijk gewijd was aan Sint Martinus. De kerk werd in de 12e eeuw gebouwd op een terp.  Eerst was hij van hout, rond 1330 werd de kerk opgebouwd van steen, dit was rond 1400 klaar. Vanaf 1461 hoorde de St. Martinuskerk tot het katholieke Bisdom Utrecht. Na de reformatie werd de kerk een Hervormde kerk.  Linksboven de oude school uit 1890. Verder is er het specifieke dorpsgezicht , de haven en het oorlogsmonument op de foto’s te zien.

Verder komen we bij bij het begin van de haven onderstaand beeld tegen.

We wandelen verder langs het scheepsvaart en voedingskanaal richting Heenvliet

Heenvliet

Onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van Heenvliet is het kasteel Ravesteyn. Dit kasteel is halverwege de dertiende (!) eeuw gebouwd door Hugo van Voorne, de eerste heer van Heenvliet. Het kasteel, dat vier hoektorens had en omringd was door een gracht, diende als woonhuis en verdedigingswerk. Bijzonder aan het kasteel is niet zozeer dat het in 1572 door de watergeuzen is vernield, maar dat de ruïne er nog steeds staat. Een ander markant en historisch gebouw in Heenvliet is het Ambachtsherenhuis, het grote gebouw dat met zijn witte gevel het schitterende marktplein domineert. Dat marktplein, kortweg de Markt, is een van de mooiste marktpleinen in de regio en is grotendeels in oude staat bewaard gebleven. Eén keer per jaar, en al sinds de zeventiende eeuw, vindt op en rond dat schitterende plein de jaarlijkse Paardenmarkt plaats. 

Wilt u meer weten over Heenvliet klik dan hier.

Via de brug over de Bernisse verlaten we Heenvliet en wandelen verder richting Geervliet.

Door hier te klikken vind u meer over de geschiedenis van Geervliet

Het oude stadhuis van Geervliet.

Ook dit kom je tegen als je door Geervliet wandelt!

Midden in historische plaats Geervliet staat de mooie Lieve Vrouwe Kerk, een rijksmonument uit 1307.

We eindigen deze imposante wandeling met een rustiek beeld

Maasland – Geervliet. Een indrukwekkende wandeling van 19,8 km.