Grote Rivierenpad Variant A – Etappe -1
Variant A is de Variant via de Rottemeren rond Rotterdam. Deze etappe begint bij het Loetbos en gaat via het natuurgebied de Berkenwoudse boezem richting Gouderak waar we de Hollandsche IJssel oversteken richting Moordrecht. Vanaf daar gaat het richting Nieuwerkerk aan de IJssel en het eindpunt van deze etappe, Nesselande.

De Loet is een kleine rivier in de Krimpenerwaard.
Via het Loetbos gaat de wandeling verder richting de Berkenwoudse Boezem.






Boerderij uit 1905.


Berkenwoudse Boezem.









De Berkenwoudse Boezem tussen Ouderkerk aan den IJssel en Berkenwoude werd vroeger gebruikt om overtollig polderwater in te verzamelen.

Het meest in het oog springende kenmerk van de Krimpenerwaard is ongetwijfeld het slagenlandschap. De lange, smalle percelen vormen samen het grootste slagenlandschap dat er bestaat en de Krimpenerwaard telt in totaal zo’n 3.000 kilometer sloot.







Nijlganzen in de Krimpenerwaard.

En nu…?

Gezien eerdere ervaringen met wegafsluiting maar besloten om de route aan te passen en wandelen richting de Hollandsche IJssel.



De Hollandsche IJssel nabij Gouderak.





De Hollandse IJssel was oorspronkelijk een zijarm van de Lek, die voorbij Vreeswijk begon. Om twee redenen moest die arm in de 13e eeuw worden afgedamd: de afdamming van de Rijn bij Wijk bij Duurstede had van de Lek een grotere rivier gemaakt en de ontginning van het Hollandse veengebied vroeg om een gedegen afwatering. Dat kon alleen bij een lager waterpeil in de Hollandse IJssel, die ook wel de Goudse IJssel werd genoemd. Op last van graaf Floris V werd een dam aangelegd, die in 1285 gereedkwam (de Dam bij het Klaphek). Sindsdien wordt de Hollandse IJssel uitsluitend door gegraven wateren gevoed, met name de Doorslag. Toch heeft de rivier, tussen Oudewater en Hekendorp bijvoorbeeld, nog kleinschalige uiterwaarden, waarbij de buitenste dijk (de winterdijk) hoog en steil is. De binnenste dijk (zomerdijk) is laag.
Boerderijen langs de Hollandsche IJssel.


In de verte doemt de voormalige watertoren van Moordrecht op.



De watertoren in Moordrecht is ontworpen in de stijl van de Late Amsterdamse School, als onderdeel van de Koninklijke Verenigde Tapijtfabrieken. Het fabrieksgebouw, dat in dezelfde bouwstijl werd opgetrokken, is in 1996 gesloopt. De toren is behalve bij de fabriek ook in gebruik geweest voor drinkwaterlevering aan de inwoners van Moordrecht en deed dienst als openbaar badhuis. Sinds 1978 is de toren als watertoren buiten gebruik. De watertoren heeft een hoogte van 33 meter en bevatte een waterreservoir van 100 m³.
Gemaal M. Verdoold.

Het gemaal M. Verdoold Cz. werd in 1866 gesticht na een lange strijd tussen voor- en tegenstanders van stoombemaling op deze plaats. Het gemaal werd ontworpen met een stoomschepradgemaal met een horizontaal stoomwerktuig van 34-43 pk en twee stoomketels van circa 5,5 meter lang en een diameter van 1 meter. De schoorsteen bevond zich voor het gebouw; aan de dijk was daarnaast een kolenopslag opgetrokken. Het gemaal had een capaciteit van 150 m³ water per minuut bij een opvoerhoogte van 1,0 meter en loosde via een al bestaande uitwateringssluis op de Hollandsche IJssel.
Het stoomgemaal voldeed echter niet aan de verwachtingen. Al bij de oplevering bleken er nogal wat defecten aan zowel de installatie als het gebouw, die door de aannemers moesten worden hersteld. In de zomer van 1868 bleken er al belangrijke herstellingen en verbeteringen aan de stoominstallatie en het scheprad te moeten worden verricht, wat het waterschap op een zeer forse onvoorziene uitgave van meer dan drieduizend gulden boven op de normale kosten voor onderhoud, brandstof en personeel kwam te staan. Ook het rendement bleef achter bij de verwachtingen, wat waarschijnlijk te wijten is geweest aan de toepassing van een scheprad op deze plaats, waar de opvoerhoogte zeer sterk kan wisselen. Het gemaal werd uiteindelijk al in 1880 vervangen.
Veerpont Gouderak – Moordrecht.








Tussen Gouderak en Moordrecht vaart al sinds jaar en dag een veerpont voor auto’s, fietsers en voetgangers. Bijzonder aan deze veerpont is het feit, dat het een koplader betreft. Auto’s die vooruitrijdend de pont opgaan moeten aan de andere oever achteruit de steile helling oprijden. Mensen die dit weten draaien voordat zij de pont oprijden de auto om, en laten deze achteruit de pont op rijden. Dan gaat het afrijden de steile helling op gemakkelijker.
Dorpskerk Moordrecht.





Gerrit Bernardus Lalleman, ook bekend als ‘Meester Lalleman’, was onderwijzer en schoolhoofd in Moordrecht van 1844 tot 1887. Met publicaties (onder andere in De Economist in 1855) en aanhoudend publiekelijk aandacht vragen voor de slechte positie van kinderen droeg hij bij aan het tot stand komen van het Kinderwetje van Van Houten (1874). Lalleman was ontevreden met deze wet: het verbod was niet van toepassing op huishoudelijke en persoonlijke diensten en in de landbouw. Omdat er geen controle was, werd de wet in de praktijk ontdoken. Met deze wet werd een begin gemaakt aan het verbod op kinderarbeid in fabrieken en werkplaatsen. Hierop voortbordurend werden uiteindelijk de kinderwetten van 1901 ingevoerd, waarbij de leerplicht voor kinderen tot 12 jaar ingevoerd. Door zijn publicaties, levenslange inzet voor onderwijs aan kinderen en bestrijding van het schoolverzuim wordt Lalleman gezien als een van de belangrijkste voorvechters voor het recht op onderwijs voor kinderen.

We wandelen verder langs de ringvaart van de Zuidplaspolder.
Boezembrug over de Ringvaart van de Zuidplaspolder te Moordrecht


Gemaal Abraham Kroes

Nergens anders in Nederland staat een gemaal dat in één gebouw zowel het water vanuit de polder als het water vanuit de boezem naar de rivier pompt. En het verschil tussen het waterpeil in de polder en de rivier is nergens in Nederland zo groot als hier: tussen de 6,5 tot ruim 9 meter, afhankelijk van wind en het getij in de Hollandsche IJssel.
We wandelen verder richting Nieuwerkerk aan de IJssel. In Nieuwerkerk aan de IJssel vinden we het laagste punt van Nederland (-6,76 meter NAP).





Op de onderste foto, het wandelpad…
Veerpontje



We wandelen door het laagste deel van Nederland. Dus niet zo verwonderlijk dat er veel bruggen zijn die we tegen komen.



Links de Francoisebrug en de beide foto’s rechts de Kleinpolderbrug.
De waterdrager. Aquaduct dat twee delen van het dorp in twee verschillende polders verbindt, zonder gebruik te maken van een brug.

De Gele Brug met het beeld “de Polderjongen”.


Houten ophaalbrug uit 1880. Het beeld de Polderjongen staat symbool voor de arbeiders die dijken bouwden en polders droog legden.
De maalderij.




Het enige industriële gebouw dat op het Oude Dorp te vinden was, is de maalderij van de Cooperatieve Landbouwvereniging. Deze vereniging werd in 1902 opgericht en was daarmee de eerste in Zuid-Holland. De coöperatie was toen nog een onbekende ondernemingsvorm; zo werden de inkopers eerst geweigerd op de Rotterdamse graanbeurs. De maalderij begon in een houten gebouw, maar in 1907 werd het karakteristieke stenen pand gebouwd. Het lag gunstig aan de Ringvaart voor de aanvoer per schip.
We passeren de A20 en wandelen verder het eindpunt van deze etappe.




Vanaf recreatiepark Loetbos naar Groeneweg (Nesselande) Rotterdam. Een wandeling van 20,3 km.
