Grote Rivierenpad Variant A – Etappe – 2

Deze etappe begint bij het Metro station Nesselande. We wandelen langs de ringvaat van de Zuiderplaspolder richting Zevenhuizen, langs de Willem-Alexander roeibaan naar de Rottemeren. Vanaf daar verder langs de Rotte richting Oud Verlaat en verder richting de Bergsche Voorplas en de Bergsche Achterplas. En verder richting het eindpunt van deze wandeling, Metrostation Melanchtonweg.

We beginnen deze etappe bij het Metrostation Nesselande.

Nesselande is een Vinex-wijk in het Rotterdamse stadsdeel Prins Alexander.

Bij de brug over de ringvaart van de Zuiderplaspolder komen we op de officiële route en wandelen verder langs de ringvaart richting Zevenhuizen.

Zevenhuizen.

Natuurspeeltuin Hennip Gaarde.

Hennip is Zevenhuizens voor hennep. Deze plant groeide vroeger in het Rottegebied. Er werd touw en linnen van gemaakt. Hennep (het vlas) werd in een omdijkt stuk water (de huidige Hennipsloot) naast de Catjespolder (nu een deel van de Tweemanspolder) geweekt, geknuppeld en vervolgens vervoerd naar onder andere de touwslagerij in Moordrecht en naar Rotterdam. Het vervoer van de hennep ging via het water naar de sluis van de Catjespolder naar de Rotte of via de Catjessloot en Ringvaart naar Moordrecht.

Willem-Alexander Roeibaan.

De aanleg was gekoppeld aan de herinrichting van de Eendragtspolder die vooral ten doel had de waterbergingscapaciteit in het stroomgebied van de rivier de Rotte te vergroten. De baan werd in overleg met wereldroeibond FISA ontworpen naar de geldende eisen zodat er internationale wedstrijden gehouden kunnen worden. De Willem-Alexander Baan heeft acht banen en een warming-up- en cooling-downbaan. De lengte van de baan bedraagt 2200 meter, van startlijn tot finish is exact 2000 meter. Bij de 500, 1000, 1500 en 2000 meter bevindt zich een tijdmeethut. Gescheiden van de baan is een smallere parallelvaart aangelegd voor de motorboten van de kamprechters, die zich via dit water van finish naar start kunnen begeven. Bij de finish is het hoofdgebouw gesitueerd,

De Rotte

De Eendragtsmolen.

De molen is in 1727 gebouwd als boezemmolen die het water uitsloeg van twee thans niet meer bestaande molengangen. Tegenwoordig kan de molen als waterververser voor de Rotte dienstdoen.

Zevenhuizense Verlaat.

Het Zevenhuizer Verlaat is een rijksmonument uit 1740 en ligt in de boezemkade van de Rotte. Het is een schutsluis met puntdeuren. De sluis zorgt voor de verbinding tussen de Rottemeren (NAP -1,00m) en Hennipsloot (NAP -2,15m) en is onderdeel van de (recreatie)vaarroute van de Hollandsche IJssel via de Ringvaart en de Rotte naar de Schie.

De Rotte en de Rottemeren zijn een specifiek watersport gebied.

We wandelen verder langs de Rottemeren.

De Rottemeren zijn ontstaan na de drooglegging van de omliggende polders in de 17e en 18e eeuw toen de rivier de Rotte (afkomstig van Rotta, waarin “rot” modderig of troebel en “a” of “aa” water betekent) als afwatering ging fungeren. 

De aflaat Rottemeren-Eendragtspolder

Bij dreigende wateroverlast kan in de Eendragtspolder vier miljoen kubieke meter water tijdelijk worden opgeslagen. Bij dreigende wateroverlast kan in de Eendragtspolder vier miljoen kubieke meter water tijdelijk worden
opgeslagen. Dankzij de waterberging houden bewoners in de wijde omtrek droge voeten.

De Pekhuisbrug bij Oud Verlaat.

De Rotte

Trophy, een entree naar het Hoge Bergse Bos.

Het keramische beeld is geheel uitgevoerd in wit glazuur, de schilderingen in majolica techniek en het beeld bovenop is goud geglazuurd. Majolica – Italiaans voor geglazuurd aardewerk – is een grof en bros soort keramiek met een bont gekleurde beschildering. Bij majolica wordt op een nog ongebakken witte glazuurlaag, kleurpigment geschilderd. Daarna word het bedekt met transparant glazuur en dan gaat het de oven in. Dankzij deze bewerkingswijze blijven lichte kleuren zoals geel goed zichtbaar. 

Uitkijkpunt Lührs

Dit is uitkijkpunt Lührs, vernoemd naar dhr. Lührs, die zich veel heeft inzet voor dit mooie recreatiegebied in de Rottemeren, waar je ook prachtig kunt wandelen. Het is even een klim, maar beslist de moeite waard! Vanaf het uitkijkpunt is het echt genieten van het weidse uitzicht én van de prachtige skyline van Den Haag en Rotterdam.

Spoortunnel.

Kunstwerk van Marcel Kronenburg. Het kunstwerk herinnert aan de kunstwerken van techniek die nu als puin onder de leeflaag liggen. Door de tunnel om te keren krijgt de tunnel verder het karakter van een folly of een paviljoen in een park. De vormgeving ontleende hij uit de modelbouwwereld. Hier is de spoortunnel een gesimplificeerde grillige berg met een gat precies in het midden. Een berg waar je in werkelijkheid het spoor om heen zou leggen in plaats van er dwars doorheen.

Kunstbrug “Beschouwend”.

Kunstbrug “Levendig”.

En we gaan weer verder door het Bergse Bos.

Het golfterrein van de Hooge Rotterdamsche

We passeren de verbinding welke wordt gerealiseerd tussen de A16 en de A13.

Molen de vier Winden in Terbregge.

De Vier Winden is een stellingmolen uit 1776 aan de Rotte in de Rotterdamse wijk Terbregge. Tot 1964 werd met de molen graan gemalen. Op de huidige plek van de molen stond tot 22 augustus 1775 een achtkante molen, die op die dag door brand werd verwoest. Deze brand trof niet alleen de molen, maar feitelijk het hele dorp Terbregge: 19 huizen en 18 grote gevulde turfschuren vielen ten prooi aan de vlammen. Het jaar daarop werd de huidige stenen molen gebouwd. Opmerkelijk aan deze molen is dat de toegangsdeuren op de begane grond klein zijn. Dit heeft een reden: graan werd hier voornamelijk per schuit aangevoerd en men deed hier vrijwel alleen aan loonmalen, waarbij doorgaans geen sprake was van voorraadvorming.

Boterdorpse Verlaat.

Het Boterdorpse Verlaat, een eeuwenoud sluisje. Het is de verbinding tussen de Rotte en de Strekvaart. De Strekvaart vormt de scheiding tussen de Berg- en Broeksepolder en de Boterdorpse polder. Vandaar de naam het Boterdorpse Verlaat. De vroegst bekende vermelding van een sluis “op een wornvormig aanhangsel van de Butterdorpse polder” is van 1624. Uit 1683 en 1691 zijn aankondigingen bekend waarin het Boterdorpse Verlaat wordt genoemd in verband met sluiting voor doorvaart vanwege reparatie. Het huidige sluisje werd in 1740 gebouwd. Destijds voeren spoelingschepen met moutafval en gerstenat van de Schiedamse en Rotterdamse jeneverstokerijen en bierbrouwerijen door het sluisje naar de veehouders in Hillegersberg, Bergschenhoek en Bleiswijk. De schepen voeren terug met mest die werd verkocht aan tuinders langs de Rotte. In 1933 was sprake van onttrekking van de vaart aan de binnenscheepvaart, toen werd ook de ophaalbrug aan het einde van de Dorpsstraat vervangen door een duiker. Het sluisje heeft nog steeds de constructie van de sluizen uit de 18e eeuw. De sluismuren zijn namelijk niet gemetseld, maar van hout. Het bouwwerk is bovenlangs voorzien van houten jukken. Een vergelijkbare sluis in de buurt is het Bleiswijkse Verlaat. Via het Boterdorpse Verlaat wordt water van de Rotte in de Strekvaart ingelaten. Het stroomt dan verder langs de Streksingel, via een duiker onder de Dorpsstraat door en bij de Grindweg de Ringvaart in.

We wandelen verder langs de Rotte aan de ene kant en aan de andere kant de Bergsche Voorplas.

De Prinsenmolen.

De Prinsenmolen is in 1648 gebouwd, maar is waarschijnlijk een stuk ouder. Oorspronkelijk heeft de Prinsenmolen in Noord Holland gestaan, waar hij geholpen heeft bij de drooglegging van de Beemsterpolder. Begin 17e eeuw werd het besluit genomen dat de Bergsche plassen bemaald moesten worden. Vanwege de turfwinning daalde het gebied namelijk steeds verder en werd het steeds natter. Daarom werd de molen verplaatst. Samen met de Broekse Molen bemaalde de Prinsenmolen de polder Berg en Broek tot 1881. Op dezelfde plek stond eerder, vanaf de 16e eeuw, de Berchsche Molen. Die naam is nog tot de 18e eeuw voor de molen gebruikt. Pas daarna werd de huidige naam Prinsenmolen gebruikt. De naam Prinsenmolen is zeer waarschijnlijk ontstaan na een bezoek van Stadhouder Willem IV in 1747 aan de molen. In 1772 werd begonnen met het droogmaken van de ernaast gelegen polders Schiebroek en 110 Morgen. Het water uit Schiebroek werd door drie molens naar de polder Berg en Broek afgevoerd. De Prinsenmolen en de Broekse Molen maalden op hun beurt het water uit op de Rotte. De twee molens hadden voor deze nieuwe taak erbij te weinig vermogen. Dit was voor de bewoners van het in de polder Berg en Broek gelegen dorpje Hillegersberg geen ideale situatie. Geregeld stonden hun tuinen en erven blank en hadden ze natte voeten. In 1881 werden deze problemen verholpen door de Broekse molen af te breken en te vervangen door het stoomgemaal Berg en Broekse Verlaat aan de Bergse Rechter Rottekade met meer maalvermogen. In 1866 werd hiernaast de sluis Berg en Broeksche Verlaat aangelegd, de vaarverbinding tussen (heden)de Bergse Plassen en de Rotte. De Prinsenmolen maalde ondertussen gewoon door en bleef tot 1966 in bedrijf.

Bergse Voorplas

Berg en Broekse Verlaat.

Het Berg en Broeksche Verlaat is een schutsluis met puntdeuren tussen de Rotte en de Berg en Broeksche Plassen.

Tarcisius school

De Tarcisiusschool is een school voor leerlingen met een meervoudige, complexe ondersteuningsbehoefte bij zowel de cognitieve ontwikkeling (domein leren) als in de omgang met zichzelf en de omgeving (domein gedrag). 

Het gebouw waarin de Tarcisiusschool in het Rotterdamse Hillegersberg huist stamt uit de vroege jaren ’30. 

De school is vernoemd naar Tarcisius, een jongen die in Rome leefde in de tijd dat de christenen werden vervolgd. Vele christenen werden gevangengenomen en gemarteld om vervolgens ter dood te worden veroordeeld. Voor de gevangenen was het ontvangen van de communie heel belangrijk. Maar voor het brengen van de hosties naar de gevangenissen was veel moed nodig. Tarcisius, slechts twaalf jaar oud, bood aan dit te doen.
Op weg van de ‘schuilkerk’ naar de gevangenis kwam hij een aantal jongens tegen die hem vroegen mee te doen met hun spel. Tarcisius zei dat hij geen tijd had, omdat hij belangrijkere zaken te doen had. De jongens, die geen christenen waren, kregen in de gaten dat Tarcisius hosties bij zich droeg. Ze probeerden die af te pakken, maar Tarcisius hield ze stevig vast. Hij werd tot bloedens toe geslagen en geschopt. Een soldaat kwam tussenbeide om hem te helpen, maar Tarcisius was er zo slecht aan toe dat hij de volgende dag stierf.

We naderen het eind van deze etappe en wandelen verder naar het Metrostation aan de Melanchtonweg.

Nesselande – Schiebroek. Een wandeling van 21,8 km.