Land van Cuijk, Etappe – 1
We starten met de wandeling bij het station van Cuijk.


Het stationsgebouw dateert uit 1882.





- Linksboven: Oorlogsmonument “de Barmhartige Samaritaan”. Dit beeld is ter herdenking aan de gebeurtenissen van 10 mei 1940.
- Midden links: 2 woningen gebouwd in 1914.
- Rechts: Woonhuis met kenmerken van de Chaletstijl en een strakke vorm van Art Nouveau, gebouwd in 1913
- Linksonder: woning is gebouwd in 1910




- Wapen van Cuijk: Het wapen is afgeleid van het familiewapen van het geslacht van Cuijk, met daaraan toegevoegd een kroon. Het wapen bevat 8 zogenaamde merletten. De merlet, ook wel merlaan genoemd, is een heraldisch wapendier. De merlet kreeg zijn aparte vorm zonder snavel en poten vanaf de 13e eeuw. Volgens de overlevering zouden alleen ridders die aan kruistochten hadden deelgenomen merletten in hun wapen hebben mogen dragen.
- Via Valentiniana: In de Romeinse tijd lag er langs de Maas een drukke verkeersroute. De weg liep van Tongeren en Maastricht naar Nijmegen. Bij Cuijk lag er een stenen brug over de Maas die door duikers tot op de meter nauwkeurig is vastgelegd. Deze route heet de Via Valentiniana, naar de Romeinse keizer Valentinianus. Hij investeerde veel in de infrastructuur en bracht voor een korte periode weer rust in het Romeinse Rijk. Waarschijnlijk heeft Valentinianus in 368 na Chr. in eigen persoon Ceuclum (Cuijk) bezocht om zijn werk te inspecteren.
- Dorpspomp.
- Stenen welke door de Romeinen gebruikt zijn voor de bouw van de brug over de Maas. De stenen brug werd in 347 n. Chr. gebouwd bij het Castellum Ceuclum (Castellum = fort, Ceuclum = Cuijk). Deze brug en de brug bij Maastricht zijn de enige twee stenen bruggen die de Romeinen ooit in Nederland bouwden.
Sint-Martinuskerk



Deze kerk is gebouwd in 1911 – 1913.

De Maas bij Cuijk.




Links: Een “restant” van de Brusselse Expo ’58 is Exporum, een stalen stier. De toenmalige burgemeester wilde het beeld koste wat kost naar Cuijk halen. Na afloop van de wereldtentoonstelling vertrok een gemeentelijke delegatie naar Brussel om te kijken of het beeld gekocht kon worden. En inderdaad: voor het alleszins redelijke bedrag van ƒ 1.500 ging het beeld over van de gemeente Rotterdam (de oorspronkelijke opdrachtgever) naar Cuijk. Rechts: De Molen Jan van Cuijk. In 1869 werd korenmolen Jan van Cuijk gebouwd als graan- en schorsmolen.

Natuurvriendelijke oevers.




Waar dat langs de Maas kan worden natuurvriendelijke oevers gemaakt. Door de stenen oeververdediging zoveel mogelijk te verwijderen, kunnen stroming en golfslag een brede oever ‘boetseren’. Dit zijn oevers met ondiepe waterzones, rivierstrandjes en steilranden: plekken waar Maasgebonden planten en dieren zich goed thuis voelen. Het weghalen van de stenen bestorting helpt ook bij de doorstroming bij hoogwater. De Maas komt zonder oeververdediging namelijk minder strak in haar jasje te zitten. De rivier heeft daardoor bij hoogwater meer ruimte om het water af te voeren. Wel is het belangrijk om de begroeiing op de oevers en uiterwaarden in bedwang te houden, zodat die de doorstroming bij hoogwater niet belemmert.


Links: Pinksterbloem. De Pinksterbloem siert met zijn trosvormige bloeiwijzen met bloemen met zacht lila kroonbladeren in het vroege voorjaar van april tot juni onze vochtige tot natte graslanden. Rechts: Gewoon Speenkruid. Gewoon speenkruid is een tot 30 cm hoge, onbehaarde voorjaarsbloeier uit de Ranonkelfamilie. Bij slecht weer blijven de bloemen gesloten, maar bij zon spreidt de bloem zich wijd open. Na de bloei sterft het bovengrondse deel van de plant in de voorzomer af, de ondergrondse knolletjes van enkele millimeters lengte blijven in leven voor het volgende jaar.
We komen bij het gebied aan waar deze streek bekend om is, namelijk de “Maasheggen”.






Voor de bloeiende Meidoorn zijn we eigenlijk nog te vroeg. Echter de Sleedoorn staat in volle bloei.



We wandelen verder richting Sint Agatha.









Het klooster wordt sinds 1371 onafgebroken bewoond door Kruisheren en vierde in 2021 zijn 650e verjaardag. Het is daarmee een van de oudste nog bewoonde kloosters van Nederland.
De Kruisheren maken deel uit van de wereldwijde Orde van het Heilig Kruis. Deze Orde heet in het Latijn: Ordo Sanctae Crucis (OSC). Als religieuze Orde zijn zij een onderdeel van de Rooms-Katholieke Kerk. Hun voornaamste activiteiten lagen op het gebied van het onderwijs, pastoraal werk in parochies, missiezendingen naar andere continenten, en functies in de eigen organisatie (zoals opleiding, bestuur, administratie). Zij blijven zich in hun gemeenschappen inzetten om te leven naar hun roeping tot het religieuze leven als Kruisheren. Ze leggen daarbij de nadruk op het leven in gemeenschap, het bidden en vieren van de liturgie, en het verrichten van pastorale activiteiten.
Kloostertuin.
















We wandelen verder richting de Oeffelter Meent.






Op diverse hekken in het gebied staan namen. Deze namen verwijzen naar de historische namen van de weilanden die erachter liggen. Hierdoor wordt de geschiedenis van het gebied verteld én zichtbaarder gemaakt.
B.W.B. paal.


Beperkt Winterbed (BWB) palen markeerden de grens in de uiterwaarden waarbinnen, ter bescherming van de waterafvoer, geen obstakels zoals bebouwing of beplanting mochten staan. Deze palen gaven de scheiding aan tussen het stroomvoerende deel en het waterbergende deel van de rivier.
Oeffelter Meent







De Oeffelter Meent is gelegen op een grofzandige oeverwal van een vroegere rivierloop in de uiterwaard van de Maas. Het gebied wordt doorsneden door een gekanaliseerde beek, de Oeffeltsche Raam, die ter plaatse in de Maas uitmondt.


In dit gebied zien we de zogenaamde vlechtheggen. Deze heggen worden op een bepaalde manier gevlochten. Het kale hout wordt met de hand ingezaagd en gebogen en de ingezaagde stammen en takken worden vervolgens in elkaar gevlochten. Ze vergroeien zo met elkaar waardoor er een ondoordringbare levende omheining ontstaat.
Kilometerraaipaal 158



Een kilometerraaipaal is een paal die langs een rivier staat om de afstand in kilometers (de raai) vanaf een bepaald punt aan te geven, vaak gebruikt voor de navigatie op de rivier. De Maas heeft een eigen kilometerstelling die begint bij de Belgische grens. Sommige oude natuurstenen kilometerraaipalen zijn in het verleden hergebruikt als BWB-palen (Beheersgrens Waterbergend gebied).


De schoorsteen behoorde bij de voormalige steenfabriek Milsbeek. De oorsprong van de steenfabriek ligt in 1898. De schoorsteen vormt een markant herkennings- en oriëntatiepunt op het terrein van de fabriek zelf en zeker ook in de wijde omgeving. De laatste verandering aan het terrein betreft de realisatie van de haven aan de Maas aan de oostzijde in 1983. Rondom de haven wordt uit ruimtegebrek een betonnen keerwand opgetrokken als bescherming tegen het wassende water. In 2008 wordt besloten de steenfabriek definitief te sluiten.
De Oeffeltse Raam mondt uit in de Maas.





Het Genneperhuis was een burcht en versterkte vesting aan de monding van de Niers in de Maas. Waarschijnlijk is de basis van de burcht een Romeinse fortificatie.
De hedendaagse belegering (door vissers) van de Maas.

We wandelen verder richting de Maasbrug – Moasbrögk nabij Gennep










De naam Koude Oord nabij Oeffelt verwijst oorspronkelijk naar een historische boerderij en pleisterplaats die daar gelegen was, vermoedelijk in de uiterwaarden langs de Maas. Door het gebied meandert de Oeffeltse Raam.
Spelevaren op de Maas.

Monument Langste Baileybrug van WOII


Op 12 februari 1945 bevrijdden de Geallieerden het Noord-Limburgse stadje Gennep. De inname van Gennep was essentieel om via het Duitse Goch te kunnen doorstoten naar het hart van het Duitse Rijk. Als gevolg van zware regenval en het opblazen van de dammen in de Roer stond de Maas heel hoog. Er werd op 12 februari 1945 met de bouw begonnen en men was klaar op 20 februari 1945. Deze brug werd gebouwd onder leiding van Majoor Hunt Royal Engineers en de Nederlandse Luitenant Constant Lambrechtsen van Ritthem die een ingenieur was bij Rijkswaterstaat, die al aan het plannen begonnen waren eind 1944.


Het Veerhuis



Het Veerhuis in Oeffelt, gelegen aan de Maas, kent een rijke historie als historische pleisterplaats voor reizigers die wachtten op de veerboot. Het was ooit het drukste veer in het Land van Cuijk, maar verloor zijn functie door de bouw van een verkeersbrug in 1955.
Voorbereid op hoog water in de Maas!

Rivierkazematten als onderdeel van de Maaslinie




De noordelijke bunker ter verdediging van de Maasbrug bij Gennep. Het Noord-Brabantse deel van de Maaslinie liep van Maashees tot aan Katwijk. In tegenstelling tot de andere waterlinies die hier behandeld zijn, was de Maaslinie niet gebaseerd op inundatie, het onder water zetten van een gebied, al maakte de Maaslinie natuurlijk wel gebruik van water, namelijk de rivier de Maas, die op zichzelf al een natuurlijke barrière vormde.
Hoekpaal Hp448



Hoekpalen geven de positie aan van een meetpunt dat de afstanden tot drie posities weer. De op het terrein (i.d.g. langs de zijdes van de Maas) verzekerde hoekpunten van het driehoeksnet dienen in de eerste plaats als uitgangspunt voor de detailmeting der rivierkaart.
Omdat dit punt (coördinaat) vast ligt werden vanuit deze palen afstanden uitgezet naar bruggen, havens en gebouwen etc. Omdat de coördinaat onder het maaiveld ligt is er een hardstenen paal bijgezet die dus aangeeft
(verklikt) waar de tegel ligt. Deze verklikker ‘verraad’ de plaats van de tegel en markeert deze
hoekpunten bovengronds.
De Maasbrug – Moasbrögk






Deze brug is gebouwd in 1955. De oorspronkelijke Maasbrug werd in 1873 aangelegd als spoorbrug en maakte deel uit van het Duits Lijntje. In het najaar van 1944 wordt de brug opgeblazen door het Duitse leger. Tussen 1973 en 1974 wordt de spoorbrug afgebroken. Aan de zuidzijde van de huidige verkeersbrug is nog altijd de plaats te zien waar de spoorbrug gelegen heeft.
Rivierkazemat aan de zuidzijde van de Maasbrug.






We wandelen verder richting Beugen.








Hoekpaal Hp442



Meuse Bridge




De brug van de A77 was de eerste brug op deze locatie, en de planvorming van de A77 viel samen met de periode dat de Maasbedding werd verlegd en gekanaliseerd tussen Boxmeer en Gennep. Deze kanalisatie was iets eerder gereed, in de jaren ’60.



Het oorspronkelijke kasteel van eind 13e eeuw is diverse keren afgebroken en weer opgebouwd in een nieuwe gedaante. Dit had diverse redenen, het maken van verkeerde keuzes, oorlogen, verval door slecht onderhoud en water. Slechts één vleugel (de oostvleugel) kon uiteindelijk worden behouden. Aan het eind van de negentiende eeuw vestigden de Zusters van Julie Postel een ziekenhuis in het kasteel. Na de bouw van het Maasziekenhuis in de jaren 1960 bleef het kasteel als zusterklooster in gebruik. Eind jaren ‘80 promoveerde het gebouw zelfs tot moederhuis van de congregatie.
De Nepomukkapel





- Kapel van Johannes Nepomucenus. Deze kapel is op 19 juli 1737 door de bisschop van Roermond ingewijd en in gebruik genomen. De stichter van de Nepomukkapel was Frans Ant. Eppele de Raijhof, grafelijk rentmeester van graaf Frans Wilhelm van Hohenzollern-Sigmaringen. Het is een vroeg 18e eeuwse zaalkerkje met oorspronkelijk een tongewelf van stucwerk. In de voorgevel boven de ingangsdeur is een steen gelegd met het jaartal 1737 waaruit blijkt dat de kapel gewijd is aan Johannes Nepomucenus.
- Bijgebouw van het vroegere ziekenhuis
- Beeld van de wierookzwaaier.
Voormalige langgevelboerderij en woning van een boomkweker en tuinder daterend uit omstreeks 1850



Kerkgebouw van de Protestantse gemeente.


Op 1 december 1822 werd het kerkgebouw in gebruik genomen en was gebouwd als Waterstaatskerk.





- De Stapeling
- Beeld ter ere van Sylvia Millecam (woonde in Boxmeer)
- Sculptuur “Het Gezin”.
- Het Bruidje




Station Boxmeer





Het witte stationsgebouw van het type Hemmen is gebouwd in 1882. Het station, dat is gelegen aan de Maaslijn, is geopend in 1883.
Bij het station zijn we aan het eind gekomen van deze wandeling. Cuijk – Boxmeer. Een wandeling van 19,8 km.

