Etappe – 1 Oosterscheldepad

We starten deze etappe bij het station van Kruiningen-Yerseke en wandelen vanaf daar richting Yerseke.

Coupure Zanddijk

De Zanddijkstelling ligt op de plaats waar de spoorlijn via een coupure door de Zanddijk snijdt. Aan de oostzijde hiervan bevinden zich twee gedeeltelijk in het dijklichaam opgenomen (en later wat verplaatste) kazematten van gewapend beton uit 1938 van het type stekelvarken.

Hoogspanningsverbinding (380 kV) Borssele-Rilland.

Deze verbinding is nodig om de groeiende hoeveelheid duurzaam opgewekte stroom – zoals wind- en zonne-energie – goed te kunnen transporteren naar andere delen van Nederland en het buitenland.

Het ‘Hof Zoute’ is een karakteristieke Zeeuwse boerderij.

Het jaartal en de initialen op de steen verwijzen naar de bouw van een nieuwe woning in 1849 en naar
de eigenaresse van de boerderij, op dat moment Jacoba Petronella Sprenger.
De boerderij heeft een lange historie. Vanaf 1547 zijn de eigenaren bekend

Het dorp is tegenwoordig vooral bekend om zijn mossel- en oestercultuur.  Vanaf ongeveer 1870 is in Yerseke begonnen met het kweken van oesters.  Ook ging de mosselcultuur een steeds belangrijker plaats innemen voor het dorp. Deze dateert al uit de 15e eeuw. De vroegste vermelding van Yerseke is waarschijnlijk die in een oorkonde van keizer Otto I van 24 januari 966, onder de naam Gersika. Men veronderstelt wel dat de naam Gersika/Gersicha afgeleid is van deze vroegere “kreek”. In de middeleeuwen is Yerseke een handelsdorp, waarbij bewoners zich toeleggen op de handel in landbouwproducten, zoals tarwe, meekrap en darink of derrie (zouthoudende turf). Landbouwers zijn met name als darinkdelvers actief in de moernering, in de gebieden die we tegenwoordig de Yerseke Moer noemen.

Voormalige pastorie uit 1912.

De pastorie van dominee Kersten in Yerseke, het zenuwcentrum van de Ger. Gem en de SGP rond 1922. Ds. Kersten was medeoprichter van de  Staatkundig Gereformeerde Partij in 1918.

Sint Anna.

De heilige Anna is de patroonheilige van onvruchtbare- en zwangere vrouwen, mijnwerkers, meubelmakers, houtdraaiers, kleermakers, borduursters en schippers. Op 12 juli 1894 wordt de eerste steen voor de bouw van de Sint Anna gelegd en gewijd. Op 5 december 1894 wordt de inwijding van het nieuwe gebouw gedaan. De parochie omvat Yerseke en Wemeldinge. Naast de kerk wordt ook een nieuwe pastorie gebouwd die in de 1909 af is. Op 8 februari 2003 wordt de laatste dienst gehouden.

Woning uit 1887

De woning is gebouwd in 1887 als ambtswoning voor de predikant van de Nederlandse Hervormde Kerk te Yerseke. Later is aan de Langeville een nieuwe pastorie gebouwd. De oude pastorie is verkocht en in twee delen gesplitst. Het linker deel heeft een tijd lang dienst gedaan als kerkzaal voor
de Gereformeerde Gemeente in Nederland, het rechter deel bleef woning. Nu is ook het linkerdeel woning geworden.

Oesterputten Yerseke.

In de Oosterschelde liggen percelen met oesters en mosselen die bijdragen aan de nieuwe beweging binnen de eiwittransitie. De temperatuur van het water, het zoutgehalte én het zuivere water in de Oosterschelde maken Yerseke een ideale plaats voor de oesterkweek. In de oesterputten bijvoorbeeld worden de oesters vervolgens opgeslagen en op een innovatieve manier ontdaan van zand en slib. De Oesterputten worden al eeuwenlang gebruikt door schaal- en schelpdierkwekers in Yerseke. Het zijn een soort grote betonnen bakken waar Oosterscheldewater in gelaten kan worden. De oesterputten en loodsen daar omheen dateren uit 1873.

Jachthaven en “praetuus”.

Vissershaven

De Oosterschelde bij eb.

We wandelen verder richting het Yerseke Moer.

In de verte zien we de nieuwe beeldbepalende kerk van de Gereformeerde Gemeente van Yerseke.

Het kruisvormige gebouw biedt plaats aan maar liefst 1.600 personen en nog eens 400 op de galerij. Ook is er een grote zaal met 400 plaatsen naast de kerkzaal, die er incidenteel bij getrokken kan worden. Bij de kerk is ook een pastorie en een kosterswoning gebouwd.

Yerseke Moer.

In de middeleeuwen zijn de moeren op grote schaal weggegraven ten behoeve van de zoutwinning: de zogenaamde moernering. De moernering of het darink delven was het naar de oppervlakte brengen van de moer op de schorren, die bijna overal was afgedekt door een dikke laag klei. De darink werd te drogen gelegd op bergjes van weggegraven bovengrond om het moerwerk heen, of op een ‘moerdijk’, een aangelegd dijkje. De moer werd vervolgens verbrand en de as van de turf vervoerd naar speciale inrichtingen, de zoutketen. In de zoutketen werd de as vermengd met zout water en droog gekookt (gezoden) in grote pannen. Het zout gebruikte men als tafelzout en als conserveringsmiddel. Door de moernering ontstond een typerend reliëf, dat vroeger algemeen in het Zeeuwse “oudland” te vinden was. Aan de vroegere zoutwinning, de moernering, heeft de Yerseke Moer haar naam te danken. 

Kanaal door Zuid-Beveland.

Het Kanaal door Zuid-Beveland is een kanaal dat in noord-zuidrichting, loopt van Wemeldinge naar Hansweert. In opdracht van Napoleon maakte genie-generaal Francois de Chasseloupe (1754-1833) in 1810 plannen voor de verdediging van Zeeland en Antwerpen. Een onderdeel van dit plan was een kanaal door Zuid-Beveland, tussen  Kattendijke en Wadijk en ongeveer vier kilometer ten westen van het huidige kanaal. Het was een groot en duur project dat niet is uitgevoerd. De aanleg van het kanaal met een Nederlands plan startte op 1 juli 1852. Vanwege faillissementen van de diverse aannemers werden in januari 1863 de werkzaamheden weer opgestart en na zo’n veertien jaar werd het Kanaal door Zuid-Beveland op 15 oktober 1866 voor de scheepvaart opengesteld. Er was bij Hansweert en Wemeldinge een schutsluis, de middensluis, gebouwd. Al vrij snel na de opening werd een tweede schutsluis gebouwd in beide plaatsen, de westsluis, als extra capaciteit maar ook om de doorgang te verzekeren bij storingen en ongevallen aan een van de sluizen. De westsluizen kwamen in 1872 gereed. Het kanaal moest aangelegd worden als gevolg van het tractaat met België, wat een vrije vaart van Antwerpen naar de Rijn garandeerde. Door de aanleg van de spoorlijn van Bergen op Zoom naar Goes werd deze vrij vaart onmogelijk. Het kanaal is daarom aangelegd als onderdeel van de werken voor de spoorlijn, grotendeels door spoorwegingenieurs. Met de komst van het Schelde-Rijnkanaal, geopend in 1975, is het belang van het kanaal afgenomen. Doordat over het Schelde-Rijnkanaal enkel vaste bruggen met een maximale doorvaarthoogte van 8,80 meter liggen, moeten hogere vaartuigen blijven gebruik maken van het kanaal door Zuid-Beveland, waarover beweegbare bruggen liggen.

Frans oorlogsmonument

Monument bij de Postbrug. Op 10 mei 1940 viel nazi-Duitsland Nederland binnen. Het Franse leger verdedigde op 16 mei het Kanaal door Zuid-Beveland. Hierbij sneuvelden 84 soldaten en een veelvoud werd gewond

We wandelen verder richting Wemeldinge.

De naam Wemeldinge stamt af van de oud Germaanse naam Werimald, wat betekend `bij de lieden van Wiemald` een moedige krachtige bewaker. De plaatsen die op – inge eindigen, behoren tot de oudste van Zeeland. Van oudsher was Wemeldinge een agrarisch dorp totdat in 1866 het kanaal door Zuid-Beveland werd geopend. Visvangst en oesterkwekerijen werden een belangrijke bron van inkomsten. Scheepvaart op het kanaal bracht handel door parlevinker op gang wat ontwikkeling voor het dorp betekende. 

Molens Wemeldinge

Molen De Hoop is een korenmolen uit 1866 gebouwd door de molenaarsknecht van de molenaar van de voorganger van de andere molen  Aeolus. Het is een ronde stenen stellingmolen. Tot 1968 bleef de molen in bedrijf. De Aeolus is een koren- en pelmolen, vernoemd naar de naam van de Griekse god van de wind, Aeolus. Deze molen werd in 1869 als wraak op een molenknecht die de huidige molen de Hoop een stukje verderop liet bouwen. De Aeolus molen is ook groter en hoger dan de molen de hoop.

De jachthaven van Wemeldinge.

In de haven staat een beeld van een zeemeermin.

In de haven van Wemeldinge staat een bronzen zeemeermin op een houten paal. Het beeldje, met bladgouden haren die wapperen in de wind, is in 2008 gemaakt. Het verwijst naar een oude Zeeuwse sage, zoals er meer zijn ontstaan rond de monding van de Schelde. Door het getij en de vele overstromingen waar Zeeland in de loop der eeuwen mee te maken kreeg, ontstonden verhalen over dorpen die door de zee werden opgeslokt. Zeemeerminnen spelen in die verhalen vaak een rol als voorbode van rampspoed, wezens die waarschuwen maar ook kunnen wreken.

Peilhuisje

Het peilhuisje, een gebouw voor de wacht van het Sluizencomplex vroeger, heeft nog steeds een grote klok die de hoogte van het waterpeil in de Oosterschelde aangeeft in boven of onder N.A.P.

Het praetuus

In het huisje komen vooral mannen met een verleden in de scheepvaart. Het gaat er vaak over de gewone dagelijkse dingen. “Het zijn vaak mensen op leeftijd die daar komen, en die hebben gewoon behoefte aan sociaal contact. 

Dit is een ander “uusje”.

Zicht op de Oosterscheldebrug.

Woning uit 1929

Dorpsstraat Wemeldinge.

Hiermee zijn we aan het eind gekomen van de eerste etappe en vertrekken we wee huiswaarts vanaf station Kapelle.

Kruiningen-Yerseke – Wemeldinge. Een wandeling van 17,9 km.