Etappe – 17 Oosterscheldepad
Het Oosterscheldepad na het starten van deze wandeling aangepast. Vandaar alsnog een extra etappe toegevoegd omdat het wandelpad nu in Goes begint en eindigt hier nog een extra wandeling gedaan.
Deze etappe bevat twee delen, nl het gedeelte van de eerste etappe vanaf het station naar Wilhelminadorp door het centrum van Goes en het laatste gedeelte van de laatste etappe vanaf Wilhelminadorp door de wijk “Goese Meer” en over de wallen naar het station in Goes.
Deel – 1 van etappe 17.
Beeld “Wachtende Reizigers”.

Poort van de Latijnse school.

Zandstenen poortje gedateerd Anno 1614. Leeuwenmasker als sluitsteen. Opschrift op de rondboog: AMANDA PALLAS EXITU. (vertaling: ‘Zij die oefenen worden door Pallas bemind’. Pallas is godin van de wijsheid en wetenschap). Van de 17e tot en met de 19e eeuw reikte de Latijnse School zogenaamde ‘prijsbanden’ uit aan hun ijverigste leerlingen.
De Goese gans

De gevelsteen dateert uit 1921 waarschijnlijk is het pand toen verbouwd of is herbouwd of van een nieuwe zijgevel is voorzien. De gans is grof vormgegeven en eigenlijk te groot voor zijn hokje: hij stoot bijna zijn kop en zijn poten lijken bij de knieën – als een gans die tenminste heeft – geamputeerd. Je kunt je zelfs afvragen of het wel een echte gevelsteen is, die ‘beneden’ is gemaakt en vervolgens ‘boven’ is ingemetseld. Het plaatje met jaartal zou ook zomaar ter plekke zijn vervaardigd, met stevige specie. Op de eindbestemming ‘gekleid’, oneerbiedig gezegd.
Binnenplein voormalig burgerweeshuis.









Het voormalig weeshuiscomplex heeft een binnenplein. Aan het binnenterrein achter de poort belangrijke restanten van het v.m. Klooster der Zwarte Zusteren. Tegen de muur van het museumgebouw staan gevelstenen van meestoof Reigersberg uit 1870, meestoof Holland uit 1817 en de Goese gasfabriek uit 1860. Meestoven waren gebouwen waarin mekraapwortel gedroogd, gereinigd, gemalen en gezuiverd werd. Bij de achteringang van het museum vinden we een wapensteen met het wapen van Goes en een gevelsteen uit 1624, afkomstig uit de oude Ganzenpoort bij de Stenen Brug waarvan een replica in het museum te zien is. Helemaal aan de achterkant, tegen de muur waar zich binnen de Zusterzaal bevindt, vinden we een gevelsteen van Brouwerij de Gans en een gevelsteen van meestoof De Liefde uit 1700. Op deze laatste gevelsteen zien we de liefde (in de betekenis agape = caritas = naastenliefde, ouderliefde e.d.) als zinnebeeld weergegeven in de vorm van een vrouw met drie kleine kinderen.
De toegangspoort uit ca 1689 met op de kroonlijst het wapen van Zeeland en twee kinderfiguren onder een guirlande.
Het oude manhuis.



Nadat in 1628 in een voormalig klooster aan de Zusterstraat een weeshuis werd geopend, werden in dat weeshuis ook ouden van dagen opgenomen. Zij konden zich voor een flinke som inkopen en moesten zelf een bed met dekens en enkele andere spullen meebrengen, dat bij overlijden verviel aan het weeshuis. De vermenging van ouderen en kinderen en de vermenging van functies leidden tot moeilijkheden. Daarop werd vanaf 1654 een deel van het ingebracht geld gebruikt voor het bouwen van een apart manhuis. Hiervoor worden aan de Zusterstraat staande huisjes gesloopt. Begin 1656 verrijst er een groot, maar sober, complex. Allen de ingang is voorzien van een fraaie poort, waarop een tekst en twee beeldjes staan. De tekst luidt:
Tot hulp en troost van man en vrouw is opgherecht dit nieu gebouw In ruste ider hier syn tyt En teynde van syn leve slyt
De beeldjes stellen een welgestelde man en dito vrouw voor, waarop het manhuis mikte. En die kwamen ook, er moest immers een flinke inkoopsom worden betaald voor een rustige en verzorgde oude dag. In later tijd werd het manhuis steeds meer een opvang voor arme bejaarden. Tot 1969 heeft het manhuis zijn functie als bejaardenhuis behouden.
Heilige Maria Magdalenakerk




De katholieken kerkten vanaf 1815 in een kerkgebouw dat in 1909 plaatsmaakte voor de huidige pastorie. In 1905-1908 werd een nieuwe kerk gebouwd



Al in de twaalfde eeuw stond op deze plek een parochiekerk, gewijd aan de heilige Maria Magdalena. De kerk onderging vele uitbreidingen, brandde in 1618 grotendeels af, maar verrees daarna weer in volle glorie.
Slot Oostende



Slot Oostende is het oudste gebouw van Goes en er doen spannende verhalen de ronde over dit kasteel. Hier zou Jacoba van Beieren hebben gewoond en men zegt dat er zelfs een geheime gang voor haar zou zijn. Toen de heren Van Borsele in de dertiende eeuw in Goes aan de macht kwamen, was er bij de huidige Wijngaardstraat en Singelstraat al een motte: een kasteelberg waarop een houten toren stond. Het kasteel, dat Torenburg werd genoemd, had een kelder met gewelven, met daarboven een grote zaal. Daar weer boven lagen de woonvertrekken. Om het terrein liep een gracht. In de vijftiende eeuw fungeerde het Goese kasteel als baljuwshuis. Eind vijftiende eeuw betrok Jan van Oostende het kasteelcomplex. Naar hem is het slot genoemd. In 1577 bood het onderdak aan nonnen uit het victorinnenklooster Jeruzalem bij Biezelinge, die op de vlucht waren voor de reformatie. Vanaf het midden van de achttiende eeuw had slot Oostende uiteenlopende bestemmingen. Korte tijd was het hospitaal. Daarna liet chirurgijn Cornelis Steenaard er enkele paardenstallen bouwen en vroeg hij een vergunning aan om er een herberg te beginnen. Aan het begin van de negentiende eeuw bood het slot ruimte aan een tabaksfabriek, na het midden van die eeuw kreeg het weer een horecafunctie en werden er vergader- en gelagkamers bijgebouwd. Naast en achter het slot kwam in 1928 bioscoop Grand Theater tot stand. In 2011 moest die het veld ruimen toen de gemeente het slot opnieuw zichtbaar wilde maken. De sloop van de bioscoop maakte het mogelijk archeologisch onderzoek te doen naar de veertiende- en vijftiende-eeuwse fundamenten van het kasteel en verscheidene kelders met gewelven, waar vroeger onder meer het voedsel werd bewaard. En de geheime gang van Jacoba van Beieren? Dat moet wel het gemetselde riool van het slot zijn dat in de Westvest uitkomt en begin zeventiende eeuw werd aangelegd in opdracht van de zonen van Maarten van de Weerde. Of Jacoba van Beieren werkelijk in het slot heeft gewoond, blijft omstreden en dat de gang voor haar bedoeld zou zijn, kunnen we naar het rijk der negentiende-eeuwse fabelen verwijzen.







De oorsprong van het stadhuis ligt in de late 13e eeuw toen er aan de openplek een laken- en vleeshal werd gebouwd. Van lieverlee werden er vergaderruimten bijgebouwd voor het stadsbestuur en de vierschaar. Een belangrijk onderdeel was de rechtertoren (van 1389). Deze deed tot haverwege de 19e eeuw dienst als gevangenis. Het oostelijke gedeelte was de woning van de stadsbode. De dakrand bevat stadswapen, en links Prudentia en rechts Justitia. In 1948 wordt het oorlogsmonument op de gevel van het stadhuis onthuld. Het monument bestaat uit twee bronzen gedenkplaten en een luidklok. Deze platen zijn aangebracht in een boogvormige nis aan de gevel van het stadhuis. Op de bovenste gedenkplaat is in reliëf een luidklok te zien.










De Koningstraat ontleent zijn naam aan de steen met de drie koningen: Casper, Balthasar en Melchior
Stadshaven van Goes.












Tot 1809, toen door een sluis geen getij meer in de Goese stadshaven bestond, heeft het dienst gedaan als getijwaterkorenmolen. Al in 1484 stond op deze plek zo’n molen, maar het huidige gebouw is ontstaan uit herbouw in 1554. In 1641 werd het gebouw vernieuwd met de gepleisterde pilastergevel. Het torentje met slagklokje en het eenwijzer-uurwerk zijn afkomstig van de in 1855 gesloopte Oostpoort. De molen werkte op water dat door sluisjes in een gebouwtje naast ’t Soepuus bij hoog tij in de Achterhaven werd opgezameld en bij laag tij weer terugstroomde. In de kademuur is met een boog aangegeven waar het water werd doorgelaten. In de negentiende eeuw werd het gebouw gebruikt als gaarkeuken, waar, tot in de jaren dertig, soep aan de Goese armen werd verstrekt. Aan deze verstrekkingen dankt het zijn naam.

Het kantongerecht Goes was van 1838 tot 1934 een van de kantongerechten in Nederland. Het gerecht was oorspronkelijk samen met de rechtbank Goes gevestigd in het stadhuis van Goes. In 1890 verhuisde het gerecht naar de strafgevangenis. Bij oprichting was Goes het eerste kanton van het arrondissement Goes, na sluiting van de rechtbank in 1877 viel het kanton onder het arrondissement Middelburg. Kantons werden in Nederland ingevoerd in de Franse tijd. In ieder kanton zetelde oorspronkelijk een vrederechter. In 1838 werd de vrederechter opgevolgd door de kantonrechter. Daarbij werd het aantal kantons aanzienlijk ingekrompen. Het nieuwe kanton Goes was een fusie van de oude kantons Goes en Kruiningen. In 1877 vond er een herindeling plaats van rechtsgebieden. De provinciale hoven werden opgeheven en het aantal rechtbanken en kantongerechten werd ingekrompen. Goes verloor bij deze operatie zijn rechtbank. Het kanton daarentegen werd fors uitgebreid. De beide opgeheven kantons Kortgene en Heinkenszand werden in hun geheel bij Goes gevoegd, waardoor het kanton nu geheel Noord- en Zuid-Beveland omvatte. In 1933 vond er een tweede reorganisatie plaats, Hierbij werd het kantongerecht in Goes opgeheven. Die opheffing had zich al enkele jaren aangekondigd. Na de pensionering van de kantonrechter in 1925 was geen opvolger benoemd, maar moest het gerecht het met een plaatsvervanger doen. Het kanton werd in zijn geheel toegevoegd aan het kanton Middelburg.
















Tussengedeelte van etappe 17.



Rechtsboven: Polder Peil de horizon die boven de polder zweeft. De polder is het decor van Polder Peil, een kunstwerk bestaande uit negen bolvormige sculpturen die je anders naar het landschap laten kijken. Land art (landschapskunst) is een kunstvorm waarbij het landschap wordt gemanipuleerd waardoor er een nieuwe beleving ontstaat van de ruimte.
Rechtsonder: Peilmerksteen. De aanduidingen verwijst naar het door Rijkswaterstaat in 1885 ingevoerde Normaal Amsterdams Peil (NAP).



Deel – 2 van etappe 17. Vanaf de brug over het Goese kanaal begint het laatste gedeelte van de laatste etappe, terug naar het station. We wandelen o.a. door de wijk Goese Meer, de Hollandsche Hoeve en over de wallen van Goes.










Links: Hofstede Mosselbank. Boerderij behoren bij de Koninklijke Maatschap de Wilhelminapolder.
Goese Meer.






Het Goese Meer is aan het einde van de 20ste eeuw aangelegd. Het is aangesloten op het kanaal Goes – Goese Sas en heeft een rechtstreekse verbinding met de Oosterschelde.
Hollandsche Hoeve





De Hollandsche Hoeve is een recreatiepark . Het park is ongeveer 200.000 m² groot en al meer dan 100 jaar oud. De eerste vermelding van de naam ‘Hollandsche Hoeve’ was echter al in 1733. Het is een gebied met o.a. oude hoogstam appelbomen.
CIOS Zuidwest Nederland.



Bij CIOS Zuidwest-Nederland word je in een kleurrijk gebouw opgeleid tot professional op het gebied van sport en bewegen.
Nog meer kleuren…





Via de wallen van Goes wandelen we terug naar het station, het eindpunt van het Oosterscheldepad.









Wandeling van 11,2 km door Goes.

