Op pad met Andreas Schotel

Andreas Schotel (Rotterdam, 1896 – 1984) was een Nederlands graficus. Hij maakte vele etsen van het leven en de werkzaamheden van de Noord-Brabantse boeren en landarbeiders. In 1922 kwam hij, via de directeur van de Kralingse gasfabriek, in contact met diens broer, Cornelis Sissingh. Deze was houtvester op het Landgoed de Utrecht. Hier mocht hij gratis wonen nabij de brandtoren te Esbeek. Hij schafte zich een tuinhuisje aan dat in 1923 naar Esbeek werd overgebracht. Het gezin bracht in dit twee bij twee meter metende huisje de zomermaanden door. Het huisje kwam te staan vlak bij de opzichterswoning van de Oranjebond van Orde, die de Rovertsche Heide had ontgonnen. Hiervandaan betrok men elektriciteit en water werd uit een waterput gehaald. De kunst van Schotel was naturalistisch. De etsen van Schotel tonen het landschap en de werkende mensen. De laatsten werden uitgebeeld vanuit de schoonheid van de werkzaamheden en niet zozeer als aanklacht tegen armoede. Zijn etsen bieden nauwkeurige tijdsdocumenten aangaande alles wat eens gewoon was maar geleidelijk verdween om plaats te maken voor nieuwe zaken (primitieve dorsmachines, bijvoorbeeld) die op hun beurt eveneens weer verdwenen zijn. In 2015 werd de ‘Andreas Schotel wandel- en kunstroute’ uitgezet langs plekken waar de kunstenaar werkte. Daar staan schildersezels opgesteld en vijf door de Esbeekse kunstenaar Hannes Verhoeven (1984) gemaakte sculpturen. Ze zijn soms meer dan levensgroot en geïnspireerd door werk van Schotel.

Onze wandeling voert ons vanaf Esbeek o.a. via de Broekeling, het Arboretum van Landgoed de Utrecht, door het “Landgoed De Utrecht”, langs landgoed “Wellenseind”, richting herberg “In den Bockenreyder” waar we een stop maken. Verder gaat de wandeling langs de beek “De Reusel”, weer terug naar Eersel. In Eersel bezoeken we nog de beeldentuin van Hannes Verhoeven.
Tijdens de wandeling komen we diverse schildersezels tegen met daarop info betreffende de schilderijen gemaakt door Andreas Schotel.


We starten dus in Esbeek.


Met deze creatie van Hannes Verhoeven wordt een verbinding gemaakt tussen Esbeek en Rotterdam.


We laten de bebouwing van Esbeek achter ons en komen in het kleine buurtschap Spaenderhorst waar we de “Houthakker” tegenkomen.



Andreas Schotel voelde zich te gast in Esbeek en koppelde hieraan een zekere bescheidenheid.
Minicamping d’n Hendrik.







Lindeboom


De Schuttel.



In 1922 kwam Schotel, via de directeur van de Kralingen gasfabriek, in contact met diens broer, Cornelis Sissingh. Deze was houtvester op het Landgoed de Utrecht. Hier mocht Schotel gratis wonen nabij de brandtoren. Hij verkocht echter nauwelijks iets waardoor hij na een jaar samen met zijn gezin weer naar Rotterdam moest terugkeren. Het verlangen naar Esbeek bleef bij Schotel. Dat deed hem besluiten om in 1923 een tuinhuisje over te brengen van Rotterdam naar Esbeek. Het kreeg de naam “De Schuttel”. Het gezin bracht hier de zomermaanden door. Het huisje kwam te staan vlakbij de opzichterswoning van de Oranjebond van Orde, die de Roovertsche Heide had ontgonnen.

Boswachtershuis uit 1905 op het landgoed “De Oranjebond” in Esbeek. Het huis is gebouwd door de Oranjebond van Orde. Dit was een ontginningsmaatschappij die in 1893 in Utrecht werd opgericht. Als doelstelling had de bond: de werkgelegenheid en de trek naar het platteland te bevorderen, om zodoende een aantal misstanden, armoede etc. uit de weg te ruimen en zo de socialisten de wind uit de zeilen te nemen. In 1903 kocht de bond ruim 400 ha. op de Roovertse Heide. Men kreeg toestemming om te ontginnen, dit werk werd uitgevoerd door de Heidemaatschappij. Het landgoed ligt midden tussen landgoederen Gorp en Rovert en de Utrecht.
Op sterk water.

De in Esbeek geboren kunstenaar Joost Oerlemans heeft herinneringen uit zijn jeugd hieraan vastgelegd (“op sterk water gezet”) in een kunstwerk geïnspireerd op een aquarel van Andreas Schotel.


Tijdens de wandeling komen we een aantal “schildersezels” tegen waarop werk te zien is van Andreas Schotel.



De twee rechtse hebben te maken met de aanleg van de aardgasleiding voor het dorp Esbeek en de impact hiervan t.o.v. het kleinschalige werk van de boer.

De Melkfabriek.











Andreas Schotel zag tijdens zijn periode in Esbeek de mechanisatie steeds meer impact krijgen op het landschap. De melkfabriek geeft het contrast weer tussen de natuur en de opkomende industrie met een sterke link naar die tijd en naar de toekomst: De koe in het landschap getransformeerd tot melkfabriek. Kunstenaar Hannes Verhoeven werkte, samen met 50 vrijwilligers, een half jaar aan het acht meter hoge kunstwerk dat 13.000 eikenhouten latjes telt en 50.000 schroefjes.
De pluktuin.





Verroeste PK’s.



De boer op het land aan het werk met zijn paard, was jarenlang een vertrouwd beeld in het Esbeekse landschap. Hij ploegde, egde, zaaide en maaide. De boer, zijn paard en het werktuig waren een drie-eenheid. Zij vormden een geoliede machine. De paardenkracht bleef als het ware achter in het veld.
De Broekeling






Baadsters in Broeke;ing







Andreas Schotel geniet vooral bekendheid door zijn Rotterdamse en Brabantse etsen, maar ook het vrouwelijk naakt loopt als rode draad door zijn oeuvre. Voor de vroege etsen uit het begin van de jaren 1920 heeft Mies Gips (1898-1991), met wie hij op 16 april 1920 in Rotterdam is getrouwd, model gestaan. Deze etsen inspireerden Hannes Verhoeven tot het creëren van de sculptuur “Baadster in Broekeling”. Deze staan aan de oever van de waterplas Broekeling.

De Bijenstal.




Vrijwilligers van Landgoed de Utrecht hebben in de Broekeling een ‘bijenschans” gerealiseerd waar er in de vroege middeleeuwen ook al een gelegen moet hebben. Bij de inrichting van de schans is zo veel mogelijk uitgegaan van de oude. Voor de reconstructie hiervan diende een schets van Schotel als voorbeeld. De schans ligt in een oude leemkuil en wordt omgeven door een carré-vormige , historische, aarden wal, die beschutting moet bieden tegen de wind. De opening van de schans is gericht op het oosten, waardoor de vroege zon de kasten kan verwarmen en de bijen snel actief worden. Deze situering biedt dan weer verkoeling tegen de zonnekracht later op de dag.
Boerderij De Koekoek op het landgoed De Utrecht te Esbeek






In 1898 startte de Levensverzekeringmaatschappij “De Utrecht” een groot ontginningsproject als geldbelegging. Dit is uitgegroeid tot het Landgoed “De Utrecht”. Landgoed de Utrecht is ontstaan door het ontginnen van woeste gronden. Hiermee wilde men akkergronden en productiebossen ontwikkelen. Rond 1850 bestond het gebied nog uit uitgestrekte heidevelden. In feite gedegradeerd bos als gevolg van houtkap en overbeweiding. Het ging toen nog om natte heide. Dit blijkt uit topografische en militaire kaarten uit die tijd. In het gebied liggen verschillende vennen en vennetjes. Aan het einde van de negentiende eeuw kwam kunstmest op de markt. Hierdoor waren schapen niet meer nodig voor de productie van dierlijke mest voor de akkers en verloor de heide haar functie als graasgrond. Dit was het startteken om de heidevelden op grote schaal te ontginnen. Op de droge heide werd bos gepland en de vochtige heide werd omgezet in cultuurgrond: zogenaamde ‘jonge heideontginningen’.
De Brandtoren


In 1905 is de houtvesterwoning met brandtoren gebouwd
We wandelen verder door het Arnolduspark met arboretum.










Nog meer informatie over Landgoed “De Utrecht vindt u hier.
Andreas Schotel himself.




De buitenproportionele grootte is niet verheerlijkend bedoeld, maar past goed binnen de ruimtelijke verhoudingen ter plekke: een zichtas vanuit het park op het voormalige Rustoord. Om het karakter en de gelaatsuitdrukking zo goed mogelijk te laten herleven, is gekozen voor een nogal revolutionair idee om het 6 meter hoge beeld in polychroom uit te voeren. Bronzen beelden missen toch vaak de mogelijkheid om net dat stukje extra realisme mee te geven. Daarbij is ook de kleding van Schotel herleid van het oude beeldmateriaal om de persoon zo herkenbaar mogelijk neer te zetten. Of hij met deze typische gekleurde rode trui iets uit wilde dragen is niet bekend, maar hij heeft deze in ieder geval jarenlang gedragen.



Bij de ontwikkeling van dit gebied zijn er veel naaldbomen gepland bedoeld om te voldoen aan de toenmalige vraag naar hout. Nu worden er weer “inheemse”soorten teruggepland.






Bij natuur begraven is verbondenheid met de natuur en de natuurlijke kringloop het uitgangspunt. Niet alleen de eindige kringloop van het aardse bestaan, maar ook de oneindige kringloop van het leven als onderdeel van het ecosysteem.
De beek de Reusel.






Aan de oostkant van het landgoed ligt de meanderende beek “De Reusel”.
Herberg “In den Bockenreyder”





De naam “In den Bockenreyder” vindt zijn oorsprong in een stukje historie van deze streek. Bokkenrijders waren min of meer misdadige spookfiguren die, in lang vervlogen tijden, ’s nachts op een bok door de hei reden en een spoor van plundering achterlieten. Doordat de Bokkenrijders op verschillende ver van elkaar liggende plaatsen toesloegen en de snelheid van verplaatsing enorm was, dacht men aan het werk van de duivel die deze bende de kracht gaf om zich op bokken door de lucht te verplaatsen. Veel feiten rond de Bokkenrijders zijn nog immer niet opgehelderd.
We wandelen verder langs de meanderende Reusel richting Esbeek.



















Kunst in het viaduct over de N269 nabij Esbeek.



We sluiten de wandeling af met een bezoek aan de Beeldentuin SEE van Hannes Verhoeven, de kunstenaar die de beelden heeft gemaakt welke we onderweg hebben gezien.


















We sluiten de wandeling af met deze indringende muurschildering van de kunstenaar José Luis Lopez Galván, genaamd “Herinneringen en Hoop”.

