Pelgrimspad deel – 1; etappe – 10

Het begin van deze wandeling maken we in de mistige omstandigheden. Dit geeft een speciaal beeld van de omgeving waar we ons bevinden. Het begint al met het feit dat we bij de verkeerde aanlegplaats staan van de pont. Deze is anders ten gevolge van de toen erg hoge waterstand van de Waal dan tijdens de vorige etappe. We wandelen vanaf de pont over de Waal, nabij Herwijnen, vanaf Brakel verder langs de Waal via de Meidijksche Wielen door de Bommelerwaard richting Aalst en verder naar Nederhemert-Noord. Daar gaan we verder met de pont over de Afgedamde Maas richting Nederhemert-Zuid. We passeren daarbij kasteel Nederhemert. Nabij het gehucht Bern nemen we weer de pont over de Maas om verder te wandelen naar het eindpunt van deze etappe, Heusden.

Hier moesten we dus niet zijn…

Beeldengroep “Waar is het water?”

Zeker gezien de omstandigheden een treffende naam voor de beeldengroep! Elk beeld toont het gedeeltelijke bovenlichaam van een man die door een venster kijkt, de meest linker man roept, de tweede kijkt en de derde wijst.

Het zicht op het water geeft een spookachtig beeld. Het havenlicht biedt licht in de duisternis…

Met een beetje fantasie zou er op de linker foto zomaar een onderzeeër kunnen varen….

Vanaf Brakel wandelen we verder langs de oevers van de Waal.

Intussen gaat het scheepvaartverkeer gewoon verder.

Grenspaal Brakel – Zuilichem

De Kaaiepaal, de eeuwenoude ijzeren grenspaal op de Waaldijk tussen Brakel en Zuilichem. De paal toont het wapen van Brakel: twee zalmen. De zalmen in het wapen zouden afkomstig zijn van het familiewapen van Van Altena. Het valt niet met zekerheid te zeggen dat de Van Brakels die tot de eerste helft van de 15e eeuw heer van Brakel waren afstammen van de Van Altena’s. Hoewel de heerlijkheid wel mogelijk een afsplitsing is van het Land van Altena. Opmerkelijk detail: Het gietijzeren middengedeelte heeft aan de achterzijde cijfers die zeer waarschijnlijk op zijn kop staan. Zie foto rechts onder. Navraag bij de gemeente Zaltbommel ontkent echter deze gedachte. De cijfers/letters aan de achterzijde lijken onderdeel van een oudere, oorspronkelijke markering. De leesrichting van deze markeringen is bij oude grenspalen niet altijd direct logisch.

We wandelen verder over de Meidijk. Deze dijk verbindt de dijken van de Waal en de Afgedamde Maas met elkaar.

Het oosten van de Bommelerwaard ligt hoger dan het westelijk deel en is dichter bevolkt. In het begin van de 14e eeuw was het grootste deel van de Bommelerwaard met dijken beschermd tegen het water van de Waal en de Maas, hoewel rampzalige dijkdoorbraken sindsdien tientallen keren niet konden worden voorkomen. Het westen van de Bommelerwaard werd echter niet bedijkt, omdat dit relatief groot en dunbevolkt was. Daarom werd er tussen Zuilichem en Aalst, waar de Waal en de Maas elkaar relatief dicht naderden, een dijk aangelegd. Hierdoor werd de dijkring om de Bommelerwaard voltooid en was het gebied ten oosten van de dijk beschermd tegen hoog water in het westen. Dit leidde tot een tweedeling in de Bommelerwaard: het gebied “boven de Meidijk” was beschermd, het gebied “beneden de Meidijk” niet. Langs de Meidijk bevinden zich de Meidijkse Wielen, een overblijfsel van dijkdoorbraken uit het verleden.

Boerderij met woonhuis jaartalankers uit 1837. In de noordgevel van de stal jaartalankers: 1686.

Geschiedenis van iets recenter datum.

Volvo 444 uit het jaar 1953.

De poldermolen van Zuilichem, gebouwd in 1720 

De Zuilichemse poldermolen had tot taak om de Bommelerwaard ten oosten van de Meidijk droog te houden. De molen is iets scheef gezakt in de loop der tijden. In de kap is te zien hoe aan één kant 4,5 cm. vulhout is gebruikt om het tegen de helling op kruien te verhelpen.

Langs de oostzijde van de Meidijk.

Dijkgraaf H.C. de Jongh-gemaal in Aalst.

Het is gebouwd in 1935 als vervanging voor het toenmalige gemaal, dat bestond uit een complex gebouwen: een kolenschuur, een gemaal uit 1881, een oud gemaal uit 1854 en een werkplaats met opslagruimte. Twee oude gedenkplaten in de achtergevel van het gemaal herinneren aan de vorige gemalen. De oudste gedenkplaat is afkomstig van het gemaal uit 1854, de andere gedenkplaat is afkomstig van het schepradgemaal uit 1881. 

We wandelen verder door/ langs de uiterwaarden van de Afgedamde Maas richting Aalst.

We gaan verder langs de Drielsche Wetering.

Op 21 augustus 1320 gaf graaf Reinald II van Gelre toestemming om de Drielsche Wetering aan te leggen om het overtollige water af te voeren naar de Maas.

We vervolgen onze wandeling richting Nederhemert-Noord waar we de pont nemen over de Afgedamde Maas.

Molen Gebr. Remmerde.

Het bouwjaar van de molen is waarschijnlijk 1716. Dit jaartal is terug te vinden boven de alliantiewapens en in één van de staakijzers binnenin de molen.
De molen behoorde tot de goederen van kasteel Nederhemert, een sinds 1379 vermeld Gelders leen. Otto Frederik van Vittinghof, genaamd Schell, gehuwd met Margaretha van Randwijck, was in 1706 met het kasteel beleend. Op dit paar hebben de twee gebeeldhouwde leeuwen, waarboven een alliantiewapen is aangebracht, in de onderbouw van de molen, betrekking. De familie Remmerde kreeg de molen in 1868 in bezit.

We nemen de pont over de Afgedamde Maas.

Het gebied aan de overzijde was voordat een deel van de vroegere benedenloop van de rivier de Maas, tussen 1888 en 1904, werd afgedamd, een eiland. We wandelen dan ook verder richting de volgende pont nabij het dorp Bern.

Kasteel Nederhemert

Aan een oude bocht van de Maas ligt Kasteel Nederhemert. Het is een kasteel en voormalig fort uit de 14e eeuw. Kasteel Nederhemert is een van de grotere middeleeuwse kastelen van Nederland. De oudste delen dateren uit de dertiende eeuw.  Op het terrein binnen de gracht zijn twee imposante sequoiadendrons giganteum van bijna 200 jaar oud.

Huize Wielestein.

Huize Wielestein is een voormalige pastorie. Vanaf 1761 gaat een bonte rij aan predikanten het huis bewonen. In 1832 wordt Wielestein het eigendom van de Kerk van Nederhemert. Er komen klachten over de slechte behuizing in Wielestein. Sommige predikanten hebben dat ook uitgesproken en in de tachtiger jaren van de negentiende eeuw wordt besloten om de pastorie af te breken en er een nieuwe voor in de plaats te zetten. In 1890 wordt de eerste steen gelegd door Elisabeth van Nagell, geboren Kretschmar. In 1939 wordt een pastorie beschikbaar gesteld en verhuurd. In 1954 wordt besloten de pastorie in zuid te verkopen.

Het pontje te Bern over de Maas, het Bernse veer.

Dit veer is oorspronkelijk in het leven geroepen bij het graven van de Bergse Maas (wet van 1883) omdat hierdoor een aantal dorpen, zoals Nederhemert en Wijk en Aalburg werden afgesneden van Heusden. Het waren rijksveren en ze waren gratis, want aan boeren en andere omwonenden was beloofd dat ze te allen tijde kosteloos per pont zouden worden overgezet. Voor voetgangers en fietsers nog steeds gratis.

We wandelen verder richting Heusden.

We naderen Heusden en zien gelijk een gedeelte van de stadswallen.

Heusden is een van de elf vestingsteden van de Zuiderwaterlinie. De vestingstad ontstond rondom een van de oudste waterburchten van Noordwest-Europa. Strategisch gelegen aan de Maas, was de vesting een belangrijke schakel tussen natuurgebied De Biesbosch en ’s-Hertogenbosch. Als een van de eerste Hollandse steden kreeg Heusden een stadsmuur. 

Standerdmolen Molen III

In de achttiende eeuw zijn de oorspronkelijke 3 standerdmolens van het vestingstadje Heusden verdwenen en is nabij de huidige Nummer III de Oranjemolen verrezen, een grote en zeer fraaie stenen stellingmolen. In de nacht van 4 op 5 november 1944 werd o.a. deze molen door de Duitsers zonder pardon opgeblazen. Bij een project om Heusden weer op te bouwen is rond 1970 is deze standerdmolen, als derde en laatste, nieuw gebouwd. 

Oude Herptse Poort

In het noordoosten van de vesting is de Oude Herptse Poort een toegang naar de stad in de veertiende eeuwse stadsmuur, welke gelegen is aan de oude gracht De Demer. De stad is onder het gezag van Hertog Jan III (1312-1355) versterkt met een zware stadsmuur van een meter of acht hoog, onderbroken door rondelen, drie stadspoorten (Wijkse, Oudheusdense en Oude Herptse), een veerpoort en een waterpoort. De muur volgt aan stadszijde globaal de huidige Demer, toen aanmerkelijk breder. Door een storm, gepaard gaande met hoog water, slaat iets te veel water door de dijkgaten en wordt direct voor de poort De Wiel geslagen. De poort kan niet meer gebruikt worden, raakt in verval en wordt tot de grond toe afgebroken. 

Veerpoort

De Water- of Veerpoort stond er al in de 14e eeuw om met een muurdoorgang het voetveer richting Nederhemert te beveiligen. Het voetveer vertrok aan de achterkant van de poort naar Nederhemert aan de overkant.

De markt en omgeving in Heusden

Het voormalige postkantoor

Sinds 1871 beschikt Heusden over een Post- en Telegraafkantoor en tot in de 50’er jaren van de vorige eeuw wordt vanuit dit kantoor ook de post verzorgd naar de hulpkantoren en bestelhuizen in de omgeving. In 1873 wordt door het Ministerie van Financiën van de gemeente Heusden een gebouw gehuurd dat tot Post- en Telegraafkantoor wordt ingericht. Door de toename van het post- en telegraafverkeer ontstaat er ruimtegebrek. In 1891 begint PTT de onderhandelingen met de gemeente om het pand, waarin het postkantoor gevestigd is, aan het Rijk te verkopen. Het pand leent zich bouwtechnisch niet meer voor een verbouwing en daarom wordt besloten de opstand met de grond gelijk te maken en een nieuw gebouw te stichten. Het nieuwe post- en telegraafkantoor wordt op 21 december 1894 in gebruik genomen. Doordat in de loop der tijd het dienstenpakket van PTT zich ontwikkelt kent het gebouw vele aanpassingen: In 1905 wordt het Rijkstelefoonkantoor geopend; de centrale wordt door een telefoniste bediend en in de wachtkamer wordt een telefooncel geplaatst. Op het dak komt een ‘rek met isolatoren’, waaraan de bovengrondse telegraaf –en telefoondraden worden bevestigd. Vanwege ruimtegebrek wordt in 1919 naast het postkantoor gelegen pand Botermarkt 4 aangekocht. In 1929 wordt een elektrische lichtinstallatie aangelegd. In 1936 volgt de aansluiting op het gemeentelijk waterleidingnet. Op 4 maart 1940 wordt de morsedienst opgeheven. Bij de bevrijding wordt in de nacht 4-5 november 1944 het ernaast gelegen stadhuis opgeblazen, maar het postkantoor blijft ongeschonden. Op 15 maart 1954 wordt het kantoor verbouwd vanwege de automatisering van de telefoon. De telefoondienst gaat dan niet meer over dit kantoor. Op 14 oktober 1988 wordt het postkantoor heropend na een verbouwing die een uitbreiding van de publieksruimte, een verbetering van de postaanvoer, de bouw van een kantine, de aanleg van een cv-installatie en de gevelrenovatie omhelst. Na de oorlog wordt gestopt met bodelopen en vanuit ’s-Hertogenbosch wordt het postvervoer voortaan met postauto’s naar de omliggende dorpen verzorgd. In de negentiger jaren worden de postkantoorwerkzaamheden geleidelijk verminderd. Allereerst de loketdiensten, als; postzegelverkoop, geldafhandelingen, poststukken, openbaar vervoer, telegrammen, telefoonkaarten, visakten, kentekenbewijzen en staatsloten. Ook verdwijnen de eigen sorteerwerkzaamheden. Wat overblijft wordt door postagentschappen in winkels overgenomen. 

Monument oorlogsslachtoffers Heusden

Op de plaats van het oude stadhuis van Heusden staat een monument dat de 134 slachtoffers herdenkt die werden gedood toen de Duitsers het stadhuis opbliezen op 5 november 1944. Dit deden ze omdat ze zich terugtrokken over de Bergsche Maas en ze de hoge punten opbliezen. De Duitsers wisten dat er mensen in de kelders van het stadhuis zaten.

De gevelkijker.

Grote of Sint-Catharinakerk

Al in 1210 wordt melding gemaakt van een kerk in de middeleeuwse vesting Heusden. In de 14e en de 16e eeuw hebben enkele uitbreidingen plaats. Zoals zoveel katholieke kerken in de Nederlanden, gaat ook deze kerk na de beeldenstorm over in hervormde handen. Na genoemde Reformatie wordt de kerk van Heusden aanvankelijk bediend door één predikant. Al spoedig ontstaat er behoefte aan een tweede predikant, vanwege het grote aantal soldaten – in Heusden was een garnizoen! – en vanwege de aanwezigheid van een Latijnse School. In 1601 wordt een tweede, in 1643 zelfs een derde predikantsplaats gevestigd. Voor de kerkdiensten van de Waalse en Engelse Gemeente is de kapel van het voormalige klooster in de Zustersteeg in gebruik geweest. In de tweede helft van de 17e eeuw neemt het strategische belang van de vesting Heusden af. Het garnizoen wordt in 1821 opgeheven. In de Franse tijd is de derde en later ook de tweede predikantsplaats opgeheven.

Evangelisch Lutherse kerk

Toen Heusden in 1581 een garnizoensplaats werd, werden er ook Duitse en Zwitserse huursoldaten aangetrokken. De waren in het algemeen het Lutherse geloof toegedaan en voor hun geestelijke verzorging konden ze terecht in een wachtlokaal. Hier werd soms een predikant uitgenodigd. In 1770 werd de eerste officiële Lutherse dienst gehouden en in 1774 werd het wachtlokaal aangekocht. Op 3 oktober 1774 werd het ingewijd. In 1818 werd de Lutherse gemeente van Heusden een filiaal-gemeente van die in ‘s-Hertogenbosch. In 1838 werd het kerkgebouwtje gerestaureerd en in 1857 werd Heusden een zelfstandige Lutherse gemeente. Vanaf 1879 was Heusden geen garnizoensplaats meer, maar de kleine Lutherse gemeenschap bleef bestaan. In de nacht van 4 op 5 november 1944 werd ook dit kerkgebouwtje zwaar beschadigd door de terugtrekkende Duitse troepen. Het moest in 1948  worden gesloopt. Een nieuw kerkje kwam gereed in 1951. Het dak werd weer gesierd door een zwaan.

Stoeppalen

Veel herenhuizen in de Vesting hebben aan hun straatzijde een hardstenen stoep, waarlangs een rij hardstenen stoeppalen staat. Vaak zijn de palen onderling of met de voorgevel verbonden met smeedijzeren sierkettingen of vierkante ijzeren gordingen. De stoeppaal diende ervoor om de stoep, die particulier bezit was, af te scheiden van de openbare rijweg.

Men kent ook nog verkeerswerende palen zoals schamppalen en stootpalen. Zij werden veelal door lokale steenhouwers gemaakt en zij zijn er in een variëteit aan uitvoeringen: cilindrisch, achthoekig, kegelvormig, verschillende hoogten en kopafwerkingen, versierd met zwart ingekleurde vlakken, enz..

Zo zijn we weer aan het einde gekomen van een mooie wandeling door de Bommelerwaard. Brakel – Heusden, een wandeling van 23 km.