Pelgrimspad deel – 1; etappe – 11

We straten deze etappe in het oude vestingstadje Heusden. Via Oudheusden wandelen we door de Hooibroeken richting de Oude Zeedijk. Daar passeren we diverse “Wielen” om via Elshout verder te wandelen richting Drunen. Na Drunen volgen al snel de Loonse en Drunense Duinen. Het wordt ook wel de Brabantse Sahara genoemd vanwege de enorm uitgestrekte zandvlaktes. We kiezen er voor om van de route af te wijken i.v.m. de weersvoorspelling, de beschikbaarheid van het OV en de tijd. We wandelen verder via het natuurgebied De Brand naar Udenhout waar we de bus nemen om de thuisreis weer te aanvaarden.

We starten deze wandeling in het mooie vestingstadje Heusden wat we al snel verlaten.

We wandelen langs de Demer,

passeren het Demer-rondeel,

De toren (rondeel) maakte deel uit van de vestingmuren van de stad. Gebouwd in de zestiende en zeventiende eeuw. 

het Gouverneurshuis,

Het Gouverneurshuis is in 1592 gebouwd voor de gouverneur van het garnizoen die destijds volgens de geschiedenis van Heusden hier legerde. Hier, achter de Grote of Catharijnekerk, woonden ook later altijd voorname Heusdenaren. Bij het huis hoort een ommuurde tuin met fruitbomen, rozenperken en bankjes. 

en de Grote of Sint-Catharinakerk

om Heusden via de vestingwerken Heusden te verlaten.

De eerste stenen van de stadsmuur van Heusden, met poorten en torens, zijn gelegd in het midden van de 14e eeuw. Dat werd het begin van de huidige vesting. In 1572 legde een stadsbrand Heusden grotendeels in as en werd ze ingenomen door de watergeuzen. Eenmaal weer in Staatse handen werd in 1579 besloten tot stadsversterking volgens het Oud-Nederlands Vestingstelsel. Tijdens het Twaalfjarig Bestand werd vestingstad Heusden verder versterkt en uitgebouwd. Het doel van de vestingwallen in Heusden: de bescherming van het kasteel en de haven van Heusden. Dat werkte want deze vestingstad gold lang als “TLANTS STERCKTE”, onneembaar dus.

We wandelen verder richting Oudheusden om daarna via natuurgebied de Hooibroeken richting Drunen te gaan.

We wandelen verder over de oude Zeedijk richting Elshout. Hierbij passeren we diverse zogenaamde “Elshoutse Wielen”, te weten: Koppelwiel, Dwarswiel, Kleine Koppelwiel, Harten Aas, Gobbegatwiel en het Kamperwiel. De Elshoutse Wielen, sluisjes en de Zeedijk liggen tussen Heusden, Doeveren, Elshout en Waalwijk. De dijk werd ooit gebouwd vanwege de vloed van 1421; die richtte veel schade aan. In de eeuwen erna beschermde de dijk de mensen tegen het opkomende water van de Maas en Baardwijkse Overlaat. Eind 16e eeuw werd Heusden een frontiervesting van de Republiek der Nederlanden. De Zeedijk werd een onderdeel van de Stelling van Heusden. Hij zorgde dus niet alleen voor droge voeten, maar verdedigde ons ook tegen de vijand. De Elshoutse wielen vertellen het verhaal van de vele dijkdoorbraken. 

Grenspaal van het Ministerie van Oorlog

Hoewel de palen op de Zeedijk primair grensscheidingen uit 1795 zijn, plaatste het Ministerie van Oorlog halverwege de 19e eeuw (rond 1840-1875) soortgelijke hardstenen (arduin) limietpalen langs diverse verdedigingslinies en strategische gebieden om militair terrein aan te duiden. Sommige van deze stenen werden gemarkeerd met een ‘O’ van Oorlog.

Hoefje Tannetje

Er woonde vanaf 1972 een priester van het bisdom Den Bosch. Toen deze het pand verliet, kwamen er in 1994 nieuwe bewoners, bestaande uit twee priesters van het bisdom Breda en een religieuze broeder. Zij vormden een kleine religieuze communauteit. Zoals in een klooster leven ze in een dagritme, met vaste gebedstijden. Rond de communauteit is een kleine geloofsgemeenschap ontstaan, een ‘huisgemeente’.  Het eerste deel van de naam, Hoefje, is afgeleid van hoeve, een synoniem van ‘boerderij’. ‘Tannetje’ komt van de moeder van een van hen. Het is een meisjesnaam, die vooral in Zeeland voorkomt.

Eikenhouten grenspaal die de historische grens uit 1795 tussen Holland en Brabant markeert.

Na een aantal grensincidenten wordt een overeenkomst uit 1232 in1388 enigszins aangepast. De grens komt na de nodige aanpassingen uiteindelijk bij de Zuidhollandsedijk. Om misverstanden te voorkomen, worden grenspalen gezet, vandaar de term paalscheiding, waarop aan de ene kant de Hollandse leeuw staat afgebeeld en op de andere kant de Brabantse. Het blijkt een geslaagde grensafbakening, want op enkele kleine aanpassingen na blijft die grens meer dan vierhonderd jaar ongewijzigd. De grillige grens tussen Holland en Brabant, met Waalwijk als vooruitgeschoven post tussen Hollandse dorpen, blijft tot de Bataafs-Franse tijd bestaan.

De schaaltafel.

De schal is een symbool voor de vruchtbare opbrengst van de land- en tuinbouw in Elshout

We wandelen verder en zien in de verte de “blokkendozen” van Bol.com nabij Waalwijk.


Molen de Hertogin van Brabant

Als vervanging van een afgebrande standerdmolen werd in 1836 de huidige molen gebouwd. 

On top of the world

Beeld verwijst naar de verstilde euforie die past bij het bereiken van een bergtop. En is tegelijkertijd een metafoor voor het mysterieuze eindpunt waar hemel en aarde elkaar raken. Een stilgezet filmbeeld waarin het dagelijks leven even in de wachtstand staat. Een bevroren moment waarop je je afvraagt waar je vandaan komt en wat de onmetelijke ruimte boven ons – ons nog te bieden heeft. 

Het bovenstaande beeld on de onderstaande brug bevinden zich op de kruising met het zogenaamde Halvezolen lijntje.

De Langstraatspoorlijn was een spoorlijn die liep door de Langstraat, van  Lage Zwaluwe via Waalwijk naar ‘s-Hertogenbosch. De bijnaam  Halvezolenlijntje verwijst naar het vervoer van benodigdheden voor de schoenfabrieken in de streek.

De route gaat verder langs Drunen en verder door de Baardwijksche Overlaat richting het afwateringskanaal ‘s-Hertogenbosch – Drongelen.

Tussen Drunen en Waalwijk ligt De Baardwijksche Overlaat. Een bos- en waterrijk natuurgebied. Het grote stelsel van dijken diende van 1766 tot 1911 om vijandelijke legers tegen te houden. Het gebied werd oorspronkelijk gebruikt om water van de Maas op te vangen bij overstromingen. Het bestond al in de 15e eeuw als een enorm gesloten complex van dijken; de Grote of Hollandse Waard. Juist door die enorme omvang ging het in 1421 mis. De zee stroomde tijdens de tweede Sint-Elisabethsvloed helemaal tot aan Heusden. Om de boel te repareren, werden bij Drunen verschillende zijdijken gebouwd. Rond 1766 werd het water juist kompaan van de Brabanders. Het systeem kreeg – met inmiddels aangelegde inundatiesluizen – de functie van waterlinie: de Baardwijksche Overlaat. Dat bleef zo tot 1911!

Afwateringskanaal ‘s-Hertogenbosch – Drongelen

Het Drongelens of Drongels Kanaal zoals het in de volksmond wordt genoemd, is tussen 1907 en 1911 gegraven om wateroverlast te voorkomen in de lage gebieden rond ’s-Hertogenbosch en in de polders ten westen van de stad.

Het Pijlmonument. Herdenkingsmonument WO II

Het ‘Pijlmonument’ in Drunen herinnert aan de bevrijding van Heusden door de Schotse 51st Highland Division. Deze plek markeert een cruciaal moment in de bevrijding van de gemeente Heusden. Op 4 november 1944 maakten de Schotse troepen de oversteek over het Drongelens kanaal. Daarmee startten zij de bevrijding van het grondgebied van de huidige gemeente Heusden.

Verder wandelend komen we in het gebied van de Loonse en Drunense Duinen.

Dit gebied, één van Europa’s grootste levend stuifzandgebieden, ontstond door middeleeuwse ontbossing en windtransport.  In de laatste IJstijd bliezen de poolwinden zand vanuit het noorden naar Brabant, waar het in dikke pakketten bleef liggen. Lange tijd was deze zandvlakte met oerbossen bedekt. Tot in de veertiende eeuw de bomen werden gekapt door mensen. Die gebruikten het hout als brandstof. De kale vlakte vulde zich met heide, waar de boeren hun vee op liet grazen. Deze intensieve begrazing en het plaggen van de bodem putte de bodem uit. Hierdoor kreeg het zand vrij spel. Lange tijd was het zand een groot probleem voor de bewoners. Dorpen en akkers dreigden eronder te verdwijnen. Er werden bomen aangeplant, die het oprukkende zand een halt moesten toeroepen. Daarvan zie je vandaag de dag nog de sporen: vind de ondergestoven bomen die alleen met hun kruinen nog boven de zandheuvels uitpiepen.

Natuurgebied De Brand.

De Brand maakt deel uit van het Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen. De naam De Brand is afkomstig van de brandstof die men in dit gebied won. Er werd op kleine schaal turf gewonnen en ook brandhout gesprokkeld. Het gebied bestaat uit vochtige graslanden en hakhoutbossen en wordt doorsneden door het riviertje de Zandleij en de daarin uitstromende Zandkantse Leij. 

Udenhout

Het voormalige raadhuis van Udenhout uit 1849

De kletsende vrouwtjes en de oude waterpomp.

De St.-Lambertuskerk en het Fraterhuis St.-Petrus.

De kerk werd gebouwd in 1841 ter vervanging van de schuurkerk. Deze schuurkerk was een zogenaamde waterstaatskerk.

Op het fraterhuis staat de tekst ‘Sint Petrus’, maar het beeld van Sint Jozef. Het fraterhuis is gebouwd in 1901 en de fraters wilden hun huis vernoemen naar de pastoor van Udenhout, pastoor Petrus van de Wal. Dat was heel gebruikelijk in die tijd. Sint Felix is vernoemd naar pastoor Felix Cuijpers. Maar pastoor Petrus van de Wal hield niet zo van dat soort persoonsverheerlijking en verkoos de naam van Sint Jozef. Maar daar hadden de fraters weer problemen mee omdat het moederhuis van de fraters in Tilburg al was vernoemd naar Sint Jozef.

Rechts een herdenkingsplaats aan zogenaamde slipjachten. De slipjacht was een nabootsing van de Engelse vossenjacht, maar met een belangrijk verschil: er werd niet op levende dieren gejaagd. In plaats daarvan volgde een meute honden een kunstmatig spoor van vossenreuk, dat van tevoren was uitgezet.

In Udenhout eindigt deze etappe van Heusden naar Udenhout. Een wandeling van 21,8 km.