Pelgrimspad deel – 1; etappe – 12
Deze laatste etappe van het Pelgrimspad deel – 1 starten we in Udenhout. We wandelen via de onderkant van de Loonse en Drunense Duinen richting het recreatie gebied “de IJzeren Man” en verder richting het Nationaal Monument Kamp Vught. Daarna gaat het verder richting ‘s-Hertogenbosch, het eindpunt van het eerste deel van het Pelgrimspad.
We starten deze etappe in Udenhout t.g.v. het ontbreken van het O.V.
’t Rectoraat.

Oorspronkelijk het woonhuis van ‘Gouden Willem’, burgemeesterszoon W. van Iersel, in 1924 weldoener van Huize Sint Vincentius. Het huis was als woonhuis ‘De Kleine Strijdhoeve’ in 1826 van het landgoed De Strijdhoeve afgesplitst en korte tijd vestiging van het internaat Sint Vincentius en later rectorswoning.
Het beeld “Hemelvaart”.




Boerderij van het Kempische langgeveltype, met jaarankers 1812.




Pinksterbloem

De pinksterbloem bloeit in het voorjaar, met een bloeitijd die loopt van april tot en met juni. Ondanks de naam bloeit de plant vaak al rond Pasen en is ze rond Pinksteren al over haar hoogtepunt heen.

Natuurgebied “De Brand”.




Het bos waar in het voorjaar de Bosanemonen zo veelvuldig in bloei staan’.
We wandelen verder door de bossen van de Loonse en Drunense Duinen.








Trentepohlia (alg)


Met enige regelmaat zien we in de bossen bomen met een oranje gekleurde bast. Dit zijn algen, genaamd Trentepholia. Dit is een geslacht van ‘groene algen’ maar bevat erg veel zogenaamde carotenoïde pigmenten en kleurt daardoor oranje.
De voormalige herberg De Reizende Man

Deze boerderij en herberg is bewaard gebleven omdat wordt aangenomen dat Napoleon hier gepasseerd is op de Voorste Distelberg op de kruising aan het begin van de Hoenderstraat met zijn manschappen op weg van Breda naar Den Bosch op 6 mei 1810. Op 8 mei trok hij vanuit Den Bosch over de Langstraat naar Bergen op Zoom en zo naar het westen, aldus de Utrechtsche Courant van 14 mei 1810. Daarom heeft de oud-burgemeester van ’s-Hertogenbosch en bewoner van kasteel Zwijnsbergen, deze plaquette laten ontwerpen.
Misschien is onderstaande wagen toen wel achtergebleven…


De Zandleij


De Zandleij begint ten noorden van Tilburg, waar zich een complex van vloeivelden bevindt. Deze zijn tussen 1919 en 1929 aangelegd en dienden om het afvalwater van de stad Tilburg en zijn textielindustrie te zuiveren. Van hier uit stroomde het riviertje in noordoostelijke richting, door het natte en laaggelegen natuurgebied De Brand en vervolgens langs kasteel Zwijnsbergen bij Helvoirt. Daarna buigt de stroom zich in noordelijke richting en doorsnijdt de dekzandrug. Het stroompje is nimmer geheel natuurlijk geweest, waarvan de naam leij, wat geleiden betekent, getuigt. Men neemt aan dat de Zandleij tussen de 14e en de 18e eeuw gegraven is.
We wandelen verder richting “De IJzeren Man”. Vanaf daar wandelen we verder langs de “Broekleij”.






De Broekleij stroomt door een breed dal in een merendeels open landschap van Haaren naar Cromvoirt. De Broekleij was de waterlossing van het Helvoirts Broek. Het maaiveld van de broekgronden lag echter slechts weinig boven de laagwaterstand van de beek. Overstromingen waren dan ook eerder regel dan uitzondering. Van oudsher werd in het stroomgebied strooisel gedolven om in de potstallen te gebruiken. Ook werd er turf gewonnen. De ontginningen begonnen in de 11e eeuw, maar waren weinig succesvol. Al in de negentiende eeuw werden er plannen opgesteld om de waterhuishouding in het stroomgebied te verbeteren, maar tot uitvoering kwam het niet. In 1907 veranderde de uitwatering van de Broekleij en de Zandleij, omdat de laatste op het nieuwe Drongelens Kanaal werd aangesloten. In 1918 werd 3200 m. kanaal gegraven van de Broekleij naar het Drongelens Kanaal. Daar kwam een uitwateringssluis met een stoomgemaal. De uitstroom naar de Zandleij werd afgedamd. Die dam moest in de winter van 1918-1919 alweer worden doorgestoken. Niet omdat de Broekleij het water niet aankon, maar de Zandleij! Die kon zo meeprofiteren van het gemaal. Maar daarna werden de beken weer gescheiden. In 1964 werd een verbindingsleiding, t.b.v. een gemaal, tussen de Zandleij en de Broekleij gegraven. Niettemin bleven overstromingen voorkomen, zoals in 1977 en 1981.
De IJzeren Man.


Op deze plek werd zand gewonnen voor de stadsophoging van de wijk Het Zand in ‘s-Hertogenbosch, rond 1890. Daarvoor, rond 1868, werd ook al zand afgegraven dat gebruikt werd bij de aanleg van de Kuilenburgse spoorbrug. Bijna 1.300.000 m3 zand is er tussen 1890 tot 1894 op de Vughtse Heide afgegraven. Dat gebeurde met een zogenaamde “excavateur”, een grote graafmachine, in de volksmond “De IJzeren Man” genoemd. Over een speciaal aangelegde spoorlijn werd het zand vervolgens naar de plaats van bestemming gebracht. Eerst werd het zand met kruiwagens naar een zandtreintje gebracht. Later werd een stoombaggermolen gemaakt. De arbeiders dachten hun baan te verliezen en een scheldnaam voor de stoombaggermolen ontstond: “De IJzeren Man”.


Het Pelgrimspad bestaat uit twee delen, te weten deel – 1 van Amsterdam naar ‘s-Hertogenbosch en deel – 2 van ‘s-Hertogenbosch naar Maastricht. De laatste etappe van deel – 1 en het eerste deel van de eerste etappe van deel zijn hetzelfde. Op het punt van bovenstaande foto scheiden deel 1 en 2 zich.
We vervolgen onze weg richting het Monument Fusilladeplaats Vught en het nationaal Monument Kamp Vught.
Om bij beide monumenten te komen wandelen we door de Vughtse lunetten.






In de 19de eeuw legde koning Willem II rondom ‘s-Hertogenbosch een ring van verdedigingswerken aan uit vrees door Belgische en Franse aanvallen uit het zuiden. Tussen de Lunetten 1-3 en Fort Isabella werd op de Vughtse Heide een legerkamp gecreëerd: Kamp Willem II. Bij oorlogsdreiging werden hier troepen opgevangen. Een lunet is een klein verdedigingswerk. Als je van bovenaf kijkt, zie je de vorm van een halve maan. Die naam komt uit het Frans: ‘lune’ betekent maan. Een lunet heeft vier zijden. Twee ervan zijn schuin, naar buiten gericht. Dit zijn de ‘facen’. De andere zijden zijn naar achteren gericht: ‘flanken’. De achterkant is vaak open, dit heet de keel. Om een lunet ligt altijd een gracht.
Monument Fusilladeplaats Vught










De fusilladeplaats Vught is de schietbaan van het voormalig concentratiekamp Vught. Op de fusilladeplaats zijn 329 mannen doodgeschoten tijdens de Deppner-executies. Vanuit verschillende gevangenissen werden verzetsmensen naar Vught gebracht en hier vermoord. De daders waren Nederlandse SS’ers, die normaal gesproken de wachttorens bewaakten. De Deppner-executies waren grootschalige executies van verzetsstrijders in Kamp Vught tussen eind juli en begin september 1944. Minstens 450 mensen kwamen hierbij om het leven. Deppner was hoofd van de afdeling Gegnerbekämpfung (contraspionage). Eind juli of begin augustus 1944, werd Deppner naar kamp Vught gestuurd met de speciale opdracht om Hitlers zogeheten Niedermachungsbefehl van 30 juli 1944 uit te voeren – het bevel om “terroristen en saboteurs” zo nodig onmiddellijk dood te schieten. Hij is nooit veroordeeld.

Nationaal Monument Kamp Vught









Monument der verloren kinderen

Nationaal Monument Kamp Vught is een herdenkingsplaats met museum over het concentratiekamp Kamp Vught dat daar in de Tweede Wereldoorlog gevestigd was. Op het buitenterrein bevindt zich een nagebouwde halve barak, nummer 13b, en een aantal nagebouwde wachttorens. De wachttorens zijn lager dan de originele torens, omdat men anders over de muren van de verderop op het voormalige kampterrein gelegen penitentiaire inrichting heen zou kunnen kijken. Het voormalige crematorium van het concentratiekamp staat ook op het buitenterrein, het is het enige museumonderdeel dat niet gereconstrueerd is.
We wandelen verder langs het afwateringskanaal ‘s-Hertogenbosch – Drongelen.






Fort Isabella




















Fort Isabella draagt de naam van Isabella Clara Eugenie van Aragon. Ze was de dochter van koning Philips II. Fort Isabella is gebouwd in 1617, tijdens het Twaalfjarig Bestand. Doel: de zuidkant van ‘s-Hertogenbosch beschermen, en indringers wegjagen uit de rivier de Dommel. Vanaf 1621 voerde Philips’ dochter Isabella het bestuur over de Zuidelijke Nederlanden, waaronder ‘s-Hertogenbosch (tot 1629). Na de Belgische Opstand werden in 1844 en 1848 de Vughtse Lunetten aangelegd. Fort Isabella kreeg weer een taak: een aanval van de Belgen afslaan. Maar die aanval kwam er nooit. Op het terrein van het fort kwam begin 20e eeuw de Isabellakazerne. Eerst huisde er een regiment Infanterie in Isabella. Daarna was het Bataljon Wielrijders (later Regiment Wielrijders) hier gelegerd: soldaten op de fiets en motor. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakten de SS Wachbatallion Nordwest hier de dienst uit. Op een opvallend 18e-eeuws poortgebouwtje na – De Puist – is het fort zelf verdwenen.









Bastion Vught




Bastion Vught was een verdedigingswerk van de stad ‘s-Hertogenbosch. Achter het Bastion was nog de ommuring van de stad met de Vughter Poort. Het verdedigingswerk werd verdedigd door twee forten, Fort Isabella en Fort Sint-Andries. Deze twee forten kwamen bij het Beleg van ‘s-Hertogenbosch in 1629 onder vuur te liggen door troepen van Frederik Hendrik van Oranje en uiteindelijk werden ze veroverd door de Staatse troepen. Vervolgens werd het Bastion onder vuur genomen. Het lukte om een bres te slaan in dit verdedigingswerk. Kort daarna capituleerde de stad. Op de plek waar een bres is geslagen bij Bastion Vught, is op een verharde verhoging een bronzen plaquette geplaatst. De tekst hierop luidt : Hier werd de veste overmand… Hier brak met ’t Hertogdom de band, Maar Brabant bleef sijn eyghen lant.


Tilmanshof uit 1895.








Het Tilmanshofje in Den Bosch bestaat uit acht woningen in twee blokken van twee en vier vrijstaande huizen. In 1896 zijn de woningen gebouwd. Ontworpen in koloniale of stationsstijl, hebben de panden kenmerkende, opengewerkte kappen met een oversteek. In 1907 kwamen de huizen in bezit van de bankier C. Tilman ten behoeve van ‘minder bedeelde katholieke gezinnen’. Hij woonde zelf met zijn gezin in een stadsvilla aan de Vughterstraat, pal achter de Tilmanshof. Op de plek stond voor 1896 een boerderij met een grote moestuin.
De vesting ‘s-Hertogenbosch met het Bossche Broek.




Waterpoort ‘Groote Hekel’



De Grote Hekel is de belangrijkste en grootste van de middeleeuwse waterinlaten aan de zuidzijde van de stad. De openingen konden met ijzeren hekwerken, hekels, worden afgesloten. Vandaar de naam. In 1399 werd er over gesproken als de “Waterpoort aan de Voldertrap”. In de 16e eeuw noemde men het “de drie Heekelen” of “Heekelsluis”. De huidige naam kreeg het pas na 1629. Nu zijn er nog maar twee openingen omdat de westelijke tussen 1634 en 1668 is dichtgemetseld
Abri (Wachtende mensen)

Zij stellen zes wachtende mensen voor onder grote paraplu’s en een hond. De schoot van de vrouw vormt een zitplaats, de paraplu’s het dak.
‘s-Hertogenbosch is de stad van Jeroen Bosch.




De stadszijde van de waterpoort Groote Hekel. Hier zien we aantal beelden van Jeroen Bosch te weten Het Gedrocht en de Blauwe Fluitvogel.


Sint Janskathedraal






We wandelen door het drukke centrum van ‘s-Hertogenbosch verder naar de eindbestemming van het Pelgrimspad deel – 1, het station.






- St. Jan de Evangelist
- Musicerende vrouw met dansende kinderen
- Puthuis
- Jeroen Bosch
- Het Vergulde Duifke’ een (gouden) vredesduif met olijftak
Udenhout – ‘s-Hertogenbosch. Een wandeling van 24,2 km.

