‘s-Gravelandse Buitenplaatsen

We wandelen over acht ‘s-Gravelandse buitenplaatsen: Boekesteyn, Schaep en Burgh, Bantam, Hilverbeek, Spanderswoud, Land en Bosch, Jagtlust en Spiegelrust. De geschiedenis van de ’s-Gravelandse Buitenplaatsen begint in 1625, in de Gouden Eeuw. Dat was de tijd waarin rijke Amsterdammers land kochten buiten de grote stad om daar hun zomers door te brengen. Het zand dat men weghaalde van deze zogeheten ‘buitenplaatsen’, vervoerde men naar Amsterdam voor het aanleggen van de grachtengordel.  De eerste vijf ‘s-Gravelandse Buitenplaatsen waren Schaep en Burgh, Boekesteyn, Spanderswoud, Hilverbeek en Gooilust. In de jaren daarna werden ze steeds verder uitgebreid en kregen de landhuizen parkachtige tuinen met bomenlanen, vijvers, theekoepeltjes, oranjerieën, sierhekken, slangenmuren,  ijskelders en heuvels met rododendrons. In totaal ontstonden er zo tien verschillende buitenplaatsen bij ‘s Graveland.

We beginnen de wandeling op het bezoekerscentrum Gooi en Vechtstreek.

    Boekesteyn.

    Landhuis Boekesteyn is rond 1720 gebouwd voor Nicolaes Sautyn. Deze telg uit een machtige Amsterdamse koopvaardijfamilie liet bijbehorende grazige weidegronden veranderen in strakke tuinen met eendere vijvers. De naam Boekesteyn is dan nog niet officieel. In 1763 komt de buitenplaats in bezit van Salomon Dedel. Hij bouwt in 1770 een nieuw huis. Hij is degene die de definitieve naam geeft: Landgoed Boekesteyn. ‘Boeke’ is oud-Hollands voor beuk. Het souterrain van Boekesteyn figureerde in de jaren ’70 als de keuken van Saartje. De beroemde huishoudster van de burgemeester in ‘Swiebertje’.

    Schaep en Burgh.

    In de 18e eeuw startte men de bouw van het huidige Schaep en Burgh. Het landhuis, koetshuis en de oranjerie staan symmetrisch rond het voorplein.

    Opvallend is de uitgebouwde koepelkamer aan de achterzijde van het hoofdgebouw.

    Het Capitool

    Het Capitool is in 1820 gebouwd door de bekende (landschaps-)architect J.D. Zocher jr. Het deed dienst als tuin- en biljartkamer en staat achter het landhuis. 

    We wandelen verder richting landgoed Bantam.

    Mallejan

    Een mallejan of boomezel is een vervoermiddel dat vroeger in de bosbouw werd gebruikt om boomstammen en andere lange voorwerpen te vervoeren.

    Bantam is pas in 18e eeuw ontstaan. De toenmalige eigenaar van Schaep en Burgh kreeg destijds toestemming ook een deel van het Naarderveld te ontginnen. Er werd een landschapstuin aangelegd, ook wel Klein Zwitserland genoemd. De heuvels en de vijvers van destijds zijn er nog steeds. Ook de rechte beuken- en eikenlanen, aangelegd door de bekende tuinarchitect Zocher, staan er nog. Ooit moet er op de hoogste heuvel, zie bovenstaande foto, een zogenaamde Turkse tent hebben gestaan waarin men thee dronk en zicht had tot aan de Zuiderzee.

    Rechtsonder de Wilhelminaboom, een Hollandse linde gepland in 1898 in het jaar dat Wilhelmina als koningin werd ingehuldigd. 

    Hilverbeek

    Buitenplaats Hilverbeek met boerderij Stofbergen uit de tijd van de eerste ontginning, gebouwd rond 1636. Voor de boerderij staat een zevenarmige, monumentale linde. Er is een 350 jaar oude eik middenin een weiland. Tegenover boerderij Stofbergen zien we het landhuis Jagtlust.

    Wijngaard Land en Boschzigt.

    De tuinderij maakt onderdeel uit van de achttiende-eeuwse buitenplaats Land en Bosch. Een deel van de tuin van het landgoed lag verscholen achter een oude achttiende-eeuwse slangenmuur en was sinds zo’n vijftig jaar in onbruik geraakt. De wijngaard werd in 2008 aangelegd in de ommuurde tuin van de voormalige buitenplaats Spiegelrust. ‘Land en Bosch’ was een kleine buitenplaats ten zuiden van de Leeuwenlaan. Tot ongeveer 1720 hoorde het terrein tot de naastgelegen buitenplaats Spiegelrust. De naam ‘Land en Boschzicht’ wordt voor het eerst genoemd toen Lodewijk Hovy de Jonge, een Amsterdamse regent, bankier en handelaar, in 1782 eigenaar werd van de buitenplaats. In de anderhalve eeuw daarna ging de buitenplaats meerdere malen in andere handen over. In de tuin van Land en Bosch zijn verschillende fases herkenbaar, met een formele lindenlaan, een landschappelijke aanleg en een terrassentuin uit 1920.

    We wandelen verder richting Jagtlust.

    Jagtlust

    Het huis Jagtlust is gebouwd op de plek van de voormalige herberg ‘De Laetste Stuyver’. In eerste aanleg is het een vrij eenvoudig landhuis. Ruim 70 jaar nadat het landgoed Heilust aan Jagtlust is toegevoegd, krijgt het huis in 1900 de huidige vorm. Er komt een tweede bouwlaag, een torenachtige uitbouw met een cirkelvormig trappenhuis en een aangebouwde inpandige oranjerie.

    We wandelen verder door het Corversbos richting landgoed Gooilust.

    Het Corversbos hoorde ooit bij landgoed Gooilust. Enkele statige beukenlanen herinneren hier nog aan. In 1944 is het oude bos grotendeels kaalgekapt. Na de Tweede Wereldoorlog is het opnieuw aangeplant, vooral met naaldbomen. 

    Het Voetstappenpad van ongeveer 25 kilometer lang, is een historische route die al in de jaren 30 is aangelegd en in 1997 in ere is hersteld. De route is te volgen via betonnen palen met een witte voetafdruk of via kleine rode plaatjes met een voet erop. Het pad voert je langs een gevarieerd landschap, inclusief heidevelden, bossen en zelfs grafheuvels. 

    Landgoed + Landhuis Gooilust

    Omstreeks 1779 laat mr. Gerrit Corver Hooft, bewindhebber van de WIC en. Tussen 1778 en 1786 wordt er een ruime geometrische tuin omheen aangelegd. De hoofdas hiervan is de laan naar het huis. Er komt ook een mooi sterrenbos. Een sterrenbos is een bos met lanen die vanuit een middelpunt straalsgewijs naar de uiteinden lopen en zo een ster vormen.

    Vanaf het landgoed wandelen we terug naar het bezoekerscentrum waar deze wandeling eindigt.

    Een wandeling van 19,5 km langs de ‘s-Gravelandse buitenplaatsen.