Streek GR Kempen etappe – 6

Deze etappe start bij de Sint-Katharina kerk in Hoogstraten.

De Sint-Katharinakerk werd gebouwd tussen 1525 en 1550 in opdracht van Antoon van Lalaing en Elisabeth van Culemborg, graaf en gravin van het graafschap Hoogstraten. Het imposante bouwwerk wordt ook wel genoemd als “kathedraal van de Kempen” of in de volksmond “ons Katrien”.

De kerk is het derde hoogste kerkgebouw in België. Kenmerkend is de rode Kempense baksteen wat zelden gebruikt wordt voor torens van die omvang. De hoogste bakstenen toren in Europa is die van de Martinskirche in Landshut, Duitsland (130,6 meter). De hoogste bakstenen toren van België is die van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Brugge (115 meter).

De kerk had niet te lijden onder de godsdienstrellen in de 16e eeuw, maar op 23 oktober 1944 werd de toren net voor de bevrijding door de terugtrekkende Duitse troepen opgeblazen.

Stadhuis van Hoogstraten

In 1525 werd in een vergadering tussen graaf Antoon de Lalaing en de ‘ingesetenen’ van de Vrijheid van Hoogstraten besloten een stadhuis te bouwen. De graaf besloot het nieuwe ‘stadhuys’ zelf te financieren omdat de burgers van de stad al de zware last van de bouw van een nieuw kerkkoor hielpen dragen. Het laatgotisch stadhuis werd gebouwd tussen 1530-1534.

Op 23 oktober 1944 werd het stadhuis bedolven onder de brokstukken van de toren van de Sint-Catharinakerk toen die werd opgeblazen.

Het begijnhof van Hoogstraten.

Het begijnhof van Hoogstraten bestaat uit 36 huisjes, een schuur en een barokke driebeukige begijnhofkerk, toegewijd aan Sint-Jan-de-Evangelist.

Een eerste vermelding van het begijnhof vinden we in een akte van 1380. Toen gaf Jan V van Cuijk de grond waar het begijnhof op stond aan de begijnen. Hij vermeldde in de akte dat ze de grond al een tijdje in pacht hadden van zijn voorvaders.

In de 16e eeuw hadden de begijnen te maken met meerdere branden, onder meer op Witte Donderdag van 1506 toen, behalve de kerk, het hele complex werd vernield. In 1534 werd het hof omringd door een stenen muur.

In het begin van de 17e eeuw telde men twee begijntjes. Dit aantal liep op tot 160 bij het einde van de 17e eeuw. In 1972 verliet de laatste begijn, Johanna van den Wijngaard, het begijnhof.

Sinds 1997, na restauratie, is het begijnhof opnieuw volledig bewoond.

In 1380 werd het begijnhof van Hoogstraten opgericht. Met de aangroei van het aantal begijnen vanaf de 17de eeuw, werden nieuwe woningen en een nieuwe kerk gebouwd. Het laatste begijntje verliet dit hof in 1972. 

Laermolen aan de Hollandsche loop.

De eerste vermelding van de molen is uit 1381, maar ze is waarschijnlijk ouder. Zo’n molen was in die tijd eigendom van de heer van Hoogstraten. Vroeger was het een dubbele molen: een korenmolen later schorsmolen op de linkeroever, en een oliemolen op de rechteroever. De oliemolen werd in 1860 stilgezet en de rest van de molen in 1913, omdat de eigenaren het stuwrecht verkocht hadden. Na 1918 werd de schorsmolen gesloopt en bleef slechts het restant van de oliemolen en de sluisvloer over.

Het Withof.

Reeds in een akte van 1295 schenkt de Heer van Hoogstraten deze eigendom onder zijn huidige benaming aan de Sint-Michielsabdij. In de tweede helft van 15de eeuw, toen in opdracht van de bloeiende Sint-Michielsabdij een nieuwe parochiekerk werd opgetrokken, werd hoogstwaarschijnlijk ook de bestaande pastorie herbouwd tot een “groot pastoorshuys“, zoals vermeld in 1581. Gedurende de Tachtigjarige Oorlog werd het goed ettelijke malen verwoest, onder meer in 1581. Vanaf 1640 tot de inval van de Fransen in 1794 voerden de opeenvolgende pastoors gestadig verbouwings- en onderhoudswerken uit conform de wisselende noden en mode van de tijd: een oude gevelsteen met jaartal “1663” en een oude gedenksteen met inscriptie “ad maiorem dei deiparaeque et S. Norberti gloriam A MDCLXVI” (1666) wijzen wellicht op verbouwingen aan het Withof ten tijde van pastoor F.W. van Dijck, pastoor van 1640 tot 1668; zijn nota’s vermelden het optrekken van een brouwerij aan de linkerzijde van de poort in 1664. Dit gegeven stemt overeen met de vermelde Tiendekaart van 1678 waarop de omwalde pastorie van twee bouwlagen onder zadeldak wordt weergegeven met links en rechts van de poort een bijgebouw en een tevens volledig omgrachte tuin (moestuin, boomgaard?).

Kapel Onze Lieve Vrouw van den Akker.

De kapel van Onze-lieve-Vrouw van den Akker dankt haar naam aan haar legendarisch ontstaan.

“Waar nu het kapelletje staat, was er vroeger niets meer dan woeste grond en struikgewas met doornen. Op een dag vond een jong meisje al spelend een ‘schone pop’ onder een struik. Toen ze blij de vondst aan haar moeder toonde, zag deze vrij snel dat het geen gewone speelpop was en borg ze zorgvuldig weg. Groot was de verwondering toen de vondst de volgende dag verdwenen bleek te zijn. Het meisje ging opnieuw op zoek en vond de pop weer op dezelfde plaats bij de struik waar zij ze de vorige dag gevonden had. Dit wonderbaarlijke verhaal werd aan de pastoor verteld en die besloot om de pop in processie naar de parochiekerk te brengen. Tot driemaal toe werd de pop naar de kerk gebracht en driemaal keerde het terug naar de houtstruik. Men wist niet beter dan een kapel te bouwen op de plaats waar Maria duidelijk vereerd wenste te worden.”

De legende blijft in de eerste plaats een mondelinge volksoverlevering, maar ook officiële documenten uit 1650 spreken van een ‘miraculeus beldeken’ in een ‘oud capelleke’. Van de vroegste periode en de bouw van de eerste kapel is geen archief bewaard. De bouw van de tweede kapel in 1650 werd wel gedocumenteerd. Naar men zegt, is de volledige bouw van de kapel betaald met de giften van bedevaarders. De eerste steen werd gelegd door Waltman van Dyck. Hij zou 28 jaar lang pastoor blijven in Minderhout.

De kapel bleef ook in de daaropvolgende jaren druk bezocht omwille van de verschillende wonderen en mirakelen. Hierdoor moest de kapel in 1686 en nadien in 1691 nogmaals vergroot worden tot ze in 1696 de huidige vorm kreeg. 

Piaggio

Met het passeren van het riviertje de Mark passeren we ook de Belgisch – Nederlandse grens. Ook hier komen we weer een bord tegen van de Dodendraad, de electrische draadversperring uit WO 1, de dodendraad, langs de grens.

Castelré, een dorp wat ligt als een soort van schiereiland ligt in België.

Millennium Kapel O.L. Vrouw ter Donken

De Mark

De Mark ontspringt bij de Zandvenheide in Koekhoven, een Belgisch gehuchtje bij Merksplas. Het brongebied van de Mark, het Turnhouts Vennengebied, vormt de waterscheiding tussen de Maas (Dommel en Mark) en de Schelde (Nete). Via Hoogstraten en Minderhout, waar de Mark een tijdje de rijksgrens vormt tussen België en Nederland, komt de beek uiteindelijk bij grenspaal 218 net ten zuiden van de Markbrug tussen Meersel-Dreef en Galder definitief Nederlands grondgebied binnenstromen.

In Nederland stroomt de Mark naar Breda waar deze in de singel van Breda uitkomt nabij de straat Boeimeersingel. Even westwaarts heeft het riviertje de Aa of Weerijs haar water aan de singel toegevoegd. Ten noorden van het centrum van Breda verlaat de singel de stad en gaat in noordelijke richting verder als rivier de Mark. Vanaf dit punt is de beek een rivier geworden en is er beroepsvaart mogelijk. Bij Standdaarbuiten gaat de Mark over in de Dintel, waarna het rivierwater via het Volkerak, Rijn-Scheldekanaal en Spuikanaal Bath uitkomt in de Westerschelde

Oude watermolen Meersel-Dreef.

De Meerselmolen wordt voor het eerst genoemd in een document van de heer van Hoogstraten uit 1382 .

Het was toen slechts een kleine houtenconstructie, verscholen in het toenmalige moerasachtige gebied. Deze watermolen was net als alle anderen in de regio een banmolen, d.w.z. dat hij eigendom was van de heer van Hoogstraten.

Deze verbood de inwoners een eigen molen te hebben en verplichtte hen op die manier gebruik te maken van zijn molen. De Meerselmolen was trouwens niet enkel een graan-. maar ook een olieslagmolen , waarmee olie werd gewonnen uit lijnzaad en koolzaad.

Door oorlogsgeweld en brand moest het gebouw vaak terug herop gebouwd worden. De huidige turbinewatermolen dateert uit 1910. Na de laatste brand in 1910 werd de traditionele molen met onderslagrad gemoderniseerd.

Het rad werd vervangen door twee turbines (type Singrund uit Epinal in Frankrijk) die een olie- en graanmolen aandrijven. In 1998 werd hij geheel gerestaureerd en sindsdien is hij ook gedeeltelijk bewoond.

De nog steeds maalvaardige watermolen is sinds 1993 als  monument beschermd.

Aan de overzijde staat de mooie molenaarswoning uit 1872 (Dreef 3) met typisch klokkentorentje. Daarnaast (Dreef1) staat de molenschuur uit 1894, bestaande uit een woning vooraan en de schuur achteraan.

St. Joost Brug

p de foto is de grenspaal met volgnummer 218 te zien. Deze paal staat langs het fietspad langs de Mark en bevindt zich niet op het grondgebied van de gemeente Breda, maar op het gebied van gemeente Alphen-Chaam.

Isidoruskapel Strijbeek

Sint Isidorus is de patroon van de landbouwers.

Isidorus leefde als eenvoudige landbouwer in de omgeving van Madrid.

Met zijn echtgenote leefde hij een voorbeeldig leven van arbeid en gebed.

Hij staat hier afgebeeld met een ploeg. De legende vertelt dat twee engelen zijn ploegwerk verrichtten opdat hij intussen tot God kon bidden. Hij stierf in het jaar 1130 en werd in 1622 door Paus Gregorius XV heilig verklaard.

Sint Hubertuskapel in Strijbeek

De Sint Hubertuskapel staat in Strijbeek op 100 meter afstand van de Belgisch-Nederlandse grens. De huidige Strijbeekse kapel dateert uit 1872 en is gebouwd met behulp van materialen die van een grotere ‘oude’ kapel kwamen. In de nis boven de ingang werd een veelkleurig gipsen Hubertusbeeld geplaatst. In de voorgevel is een klokkenstoeltje ingebouwd, waarin een in 1756 gegoten klok hangt.

Het interieur van het gebouwtje bevat een Maria-altaar en enkele glas-in-loodramen die episoden uit het leven van de Heilige Hubertus uitbeelden.

Hubertus is afgebeeld als patroonheilige van de jagers, gekleed in een traditioneel  jachtkostuum, met een jachthoorn in zijn hand. Voor hem staat een hert met een crucifix tussen het gewei. Elk jaar wordt Hubertus bij de kapel gevierd.

De eerdere kapel werd op dezelfde plaats omstreeks 1518 gebouwd. De oorspronkelijke kapel was beduidend groter dan de huidige en deed ook dienst als kerk. Ze was 22 m lang en 15 m hoog. In 1520 werd de kapel toegewijd aan de Heilige Maagd, H. Cornelius en H. Hubertus. In 1556 werd er een speciaal gegoten Corneliusklokje in de toren gehangen. Het klokje werd na de reformatie geschonken aan de capucijnen in Meersel-Dreef, die het in de Luciakapel van Meersel hingen

In 1648 gingen alle katholieke kerkgebouwen over in protestantse handen. Na een korte periode als schuilkerk te hebben gefungeerd voor de gelovigen uit Ginneken stond het gebouwtje meer dan een eeuw leeg. In 1798 kwam de kapel weer in katholieke handen maar er werden geen kerkdiensten meer gehouden. Na 350 jaar waren de onderhoudskosten zo hoog geworden dat besloten werd tot sloop. 

Etappe 6. Hoogstraten – Strijbeek, een wandeling van 22,8 km.