’t Land van Axel

We maken een wandelingen door het land van Axel. We beginnen in Axel en wandelen vanaf daar richting het buurtschap Schapenbout en verder naar het dorp Spui. Vanaf daar gaat het richting Zaamslag en via het buurtschap de Steenovens weer terug naar het beginpunt in Axel.

We starten de wandeling in het centrum van Axel.

Axel ontstond in de 10e eeuw op een oost-west gelegen dekzandrug. Het haventje dat hierbij werd aangelegd werd meerdere malen aangevallen en geplunderd. In 1586 viel Axel definitief in Staatse handen. Kort daarop werd begonnen met de aanleg van nieuwe vestingwerken. In 1816 werd de vesting opgeheven en ontmanteld.

Van links naar rechts:

  • De voormalige De Gregorius de Grote kerk uit 1863 is een voormalige rooms-katholieke parochiekerk.
  • Voormalig stadhuis van de voormalige gemeente Axel. Het raadhuis, een fors L-vormig pand met een traptoren en ingang in de binnenhoek, werd in 1938 in traditionalistische vormen gebouwd ter vervanging van een voorganger uit 1662.
  • Pand uit 1900
  • Museum “Het Warenhuis”. Het museum richt zich met name op de geschiedenis van het Land van Axel in de 19e en 20e eeuw. Het bezit onder andere een collectie klederdracht.  De panden op de markt in Axel waren het woonhuis uit 1909 en bijbehorende schilderswinkel en warenhuis uit 1919 van schilder en decorateur Clement Benedictus Antheunis die de panden voorzag van decoraties op muren en plafonds in de stijlen Art deco en Jugendstil.

Schildstenen uit de voormalige schutsluis bij de Sassing (gesloopt in 1851)

De specifieke stenen uit 1789 staand tegen de voorgevel van het museum in Axel betreft oorspronkelijk een gevelsteen of wapensteen afkomstig van de Zwartenhoekse zeesluis. In het najaar van 1789 werd deze sluis tussen Westdorpe en Axel versierd met Belgisch hardsteen en een wapensteen van de Generaliteit met de klimmende leeuw en zeven pijlen. Op de rechter steen de tekst: CONCORDIA RES CRESCUNT (eendracht maakt macht)

Terneuzen – Axel ambachtspaal voor het museum.

Aan de voorkant staat AXEL AMBAGT en aan de achterkant NEUSEN AMBAGT. Met daaronder de ambachtswapens, die nog maar nauwelijks leesbaar zijn.

Monument-voor-Kolonel-Szydlowski.

Het monument op het Szydlowskiplein herinnert de inwoners van Axel aan de bevrijding van de stad op 19 september 1944 door troepen van het 10e Regiment Poolse Dragonders, onder leiding van kolonel dr. Zdzislaw Matthieu Szydlowski, ‘de bevrijder van Axel’.

Monument voor Poolse militairen of bevrijdingsmonument 

Axel werd bevrijd door Poolse troepen van de Eerste Poolse Pantserdivisie. De strijd duurde vier dagen. De beslissende aanval ten oosten van Axel werd ingeleid met zwaar artillerievuur. De stadhuistoren werd daarbij door een granaatinslag beschadigd. In het gat werd een jaar later een gedenksteen aangebracht. Op 17 september 1945 zijn bij het forceren van het kanaal Axel-Hulst 25 Poolse soldaten om het leven gekomen.

Monument van recenter datum

De Grote Kreek,

en de Axelse Kreek

Het is een restant van het Axelse Gat, dat een vaarweg naar Axel en Hulst vormde, maar dat in 1790 voor het grootste deel werd ingepolderd, waarbij de Beoosten Blijpolder ontstond. Daartoe werd ook een dam aangelegd, de Sasdijk, alsmede een schutsluis, de Axelsche Sassing. Dam en schutsluis bevonden zich ten westen van de Axelse Kreek. Naar het oosten toe sluit de Axelse Kreek aan op het Zijkanaal naar Hulst.

Historische duiker Buthdijk

Een duiker uit 1900 tussen de Spuikreek en de Axelsche Kreek aan de Buthdijk. De sluis diende voor de afvoer van het binnenwater van de Beoosten- en Bewesten-Blijpolder via de Spuikreek en Bronkreek richting de Otheense Kreek en Terneuzen.

Blijkbaar een goed jaar voor de noten!

We wandelen verder richting Schapenbout

De naam Schapenbout heeft niets te maken met schapenvlees: het woord bout betekent hier ‘uiteinde’, te weten van een dijk. In deze buurtschap lag een restant van een dijk waar schapen op graasden. 

Viaduct in Schapenbout is een overblijfsel van de spoorlijnlijn Terneuzen – Mechelen. Het betonnen viaduct met smeedijzeren balustrades werd in 1912 gebouwd om de spoorlijn Mechelen-Terneuzen hoog over de Graaf Jansdijk te voeren. 

De spoorlijn Mechelen-Terneuzen werd in 1871 aangelegd door de Belgische maatschappij Société du Chemin de Fer International de Malines à Terneuzen (MT). In 1948 nam de Nederlandse Spoorwegen (NS) het Nederlandse deel van de lijn over. Het personenvervoer eindigde al in 1950 en het goederenvervoer in 1968. Het spoor bleef om strategische redenen nog lang liggen, maar werd in 1990 opgebroken. De meeste stations waren toen al lang verdwenen. Slechts een enkel bouwwerk, zoals het viaduct bij Schapenbout, herinnert nog aan de voormalige spoorlijn.

We wandelen verder door nieuwe natuur langs de tractaatweg.

In de verte zien we de Yara

De Nederlandse Stikstof Maatschappij (NSM) is de historische naam van het huidige Yara Sluiskil, een voortzetting van de Compagnie Neérlandaise de l’Azote, een kunstmestfabriek in Sluiskil, opgericht in 1929. De vestiging in Sluiskil ging door onder de naam Nederlandse Stikstof Maatschappij (NSM). Deze naam zou gevoerd worden tot het bedrijf in 1979 weer van eigenaar wisselde, en gekocht werd door de Noorse gigant Norsk Hydro. Na een aantal jaren onder Norsk Hydro werd de naam in 1989 gewijzigd in Hydro Agri. Deze zou gehandhaafd blijven tot in 2004, toen Norsk Hydro haar kunstmestactiviteiten afsplitste in het zelfstandige bedrijf Yara International ASA. Yara International ASA is de grootste producent van enkelvoudige meststoffen in West-Europa. Yara Sluiskil is met circa 1,8 miljard m³ per jaar de grootste industriële verbruiker van aardgas in Nederland.

Tractaatweg

Provinciale weg N62 is als regionale stroomweg een belangrijke noord-zuidverbinding in de provincie Zeeland. De N62 loopt van snelweg A58  nabij Goes, via het havengebied Vlissingen-Oost en de Westerscheldetunnel  naar Terneuzen en vervolgens naar de Belgische grens, waar hij overgaat in de N423 richting Gent. 

We wandelen verder via het Co van Schaikpad. Hier vinden we o.a. een collectieboomgaard met oude fruitrassen.

Co van Schaik was één van de langstzittende (bijna 40 jaar) wethouders van Nederland. Eerst in Axel, later van Terneuzen.

We wandelen verder langs de Spuikreek richting Spui.

Spui

Spui (vroeger Zoutespui). Het dorp is gelegen aan de oude hoofdweg tussen Terneuzen en Axel. De naam van het dorp verwijst naar zijn oorsprong. In de zestiende eeuw ontstond Spui rond een spuisluis tussen twee zeearmen, die de naam “Het Zoute Spui” kreeg. De Otheense kreek is een restant van een van deze twee zeearmen.

Een voetbalvereniging, opgericht in 1948, met zo’n 180 leden is de vereniging even groot als het dorp zelf!

Twee voormalige gereformeerde kerken

Gebouwd in 1941 als kerkgebouw van de Gereformeerde Kerk, sinds 1974 vrijmetselaarsloge

Het buurthuis De Drie Gehugten (genoemd naar de drie gehuchten Spui, Magrette, en Schapenbout).

De witte beltmolen “Eben Haëzer” uit 1807. 

De molen is gebouwd in 1807 en is tot 1952 in gebruik geweest als korenmolen. De in Zeeuwse traditie witgeschilderde molen beschikt over een koppel maalstenen, waarmee koren kan worden gemalen. Het tweede koppel is bij de restauratie van 1965 verwijderd; de twee molenstenen liggen nu bij de ingang. Het stadsbestuur van Axel verzette zich destijds fel tegen de bouw. Men wilde geen concurrent voor de eigen stadsmolen. De toenmalige Franse overheersers dachten daar echter anders over. Er wordt zelfs beweerd dat Napoleon Bonaparte zich persoonlijk met de zaak heeft bemoeid. 

Zicht op de Spuikreek en de Bronkreek.

De Spuikreek stroomt tussen de Spui en Axel. De kreek mondt uit in de Axelse Kreek. De Bronkreek is een zijtak van de Otheense Kreek

We verlaten Spui en wandelen via het “Eiland van de Meijer” verder richting Otheense Kreek.

Het gebied is gelegen ten zuiden van de Otheense Kreek, waar de Bronkreek zich afsplitst en waar de Otheense Kreek zich voortzet in het Gat van Pinte, dat ook deel uitmaakt van het natuurgebied. 

Otheense Kreek

De Otheense Kreek is een krekensysteem in Zeeuws-Vlaanderen. De monding van de kreek ligt aan de oostkant van Terneuzen. Ongeveer een kilometer landinwaarts splitst de kreek zich in twee zijtakken. De zuidelijke tak loopt naar Axel. De oostelijke aftakking loopt via Zaamslag naar het zuiden. Een groot deel van het krekensysteem is nog watervoerend en veel kilometers landinwaarts te volgen zonder onderbrekingen. Het landschap van Zeeuws-Vlaanderen bestaat uit een zandgebied uit de laatste ijstijd dat tussen 6500 en 2800 jaar geleden door zeespiegel- en grondwaterstijging bedekt raakte door een uitgestrekt veenmoeras. Vanaf zo’n 2600 jaar geleden, waren er grote zee-inbraken en vormden zich grote getijdengeulen, waaronder de Honte, de voorloper van de huidige Westerschelde. Via die getijdengeulen zette de zee een kleipakket af en ontstond er een schorrengebied. De Honte had verschillende kleinere aftakkingen. Op de plaats van de huidige Otheense Kreek lag een natuurlijke zijtak van de Honte, de Notense geul, waaraan ook het dorp Noten lag. De vroegst bekende schriftelijke vermelding van dat dorp, ook bekend als Othene, stamt uit 1160 n.Chr. Het dorp verdween door een stormvloed in 1214 in zee, waarna Nieuw-Othene gesticht werd.

Gat van Pinte

De naam Gat van Pinte bestaat uit twee historische Zeeuwse elementen: “Gat” verwijst naar de ontstaansgeschiedenis als dijkdoorbraak of diepe geul, en “Pinte” (of Spuikreek, Gat van de Pinte) verwijst naar een historische eigenaar/gebruiker van de aangrenzende gronden. Gat van Pinte gaat over in de Grote Dulper.

Laatste blik op de Otheense kreek

We wandelen verder langs de Kleine Dulper richting Zaamslag.

Zaamslag

Het dorp vindt zijn oorsprong mogelijk al in de Romeinse tijd, maar het komt voor het eerst voor in 980. Het middeleeuwse Zaamslag ging in 1584-1586 verloren na inundatie. Het huidige dorp is opgezet in 1650 na de hernieuwde droogmaking, maar lag op dezelfde plaats en kent een geometrische opbouw die voor die tijd modern was. Zaamslag werd vroeger in een gebied gezien met Othene en Aendijcke, een dorp dat sinds 1586 niet meer bestaat. In de Middeleeuwen werd Zaamslag bestuurd vanuit Gent (Vlaanderen). Lange tijd was Zaamslag ook een zelfstandige heerlijkheid, met veel rechten. Dit was voornamelijk het geval tussen de 12de en de 15de eeuw.

Voormalige Christelijke school in Zaamslag

Het oude schooltje uit 1881 werd afgekeurd door de inspecteur en daarom is er besloten om een nieuwe school te bouwen. Deze school werd gebouwd in een bouwstijl die bekend is als de Amsterdamse School. Deze nieuwe school werd in 1930 in gebruik genomen. Later werd dit gebouw in gebruik genomen als dorpshuis en weer later als bedrijfspand.

Protestantse kerk uit 1898

De stropielekkers

De inwoners van Zaamslag worden namelijk worden ook wel “Stropielekkers”  genoemd. Vroeger stond op het dorpsplein voor een winkeltje een vat met stroop waar altijd een paar druppels aan bleven hangen. Volgens het verhaal haalden de inwoners van Zaamslag de druppels er met hun vinger af om die vervolgens af te likken (lekken in dialect).
Volgens een andere lezing van het verhaal over de afkomst van de naam “Stropielekkers” was er een vat met stroop van een kar gegleden en hadden de duigen het niet gehouden. Met als gevolg dat de stroop uit het kapotte vat lekte en dorpelingen die ervan hoorden, schoten toe, sommigen met kannetjes en kopjes, anderen om hun vingers in de stroop te steken en het zoete goedje daarvan af te likken.

Voormalig raadhuis uit 1904.

De rond gemetselde hoofdbalusters op de stoep worden bekroond door kleine wapendragende leeuwen. De leeuwen houden twee wapenschilden vast: een van de familie Van der Nisse en een van het gewest Zeeland. Het familiewapen van het Zeeuwse geslacht Van der Nisse bestaat uit een gouden veld (geel) beladen met drie groene lelies, van elkaar gescheiden door een rode keper. De lelies staan in de heraldiek symbool voor zuiverheid.

Torenberg

De Torenberg (moderne naam van na het verdwijnen van het kasteel) was het kasteel van Zaamslag, waar de ambachtsheren zetelden tussen de twaalfde en de zestiende eeuw. Het kasteel begon naar alle waarschijnlijkheid als houten mottekasteel aan het eind van de 11de eeuw. In de loop van de daaropvolgende eeuwen werd het kasteel steeds verder versteend, door onderdelen te vervangen in baksteen. Desalniettemin bleef het kasteel de indeling van een hoofdburcht met woontoren behouden, met daarvoor een grotere eivormige voorburcht met ondersteunende gebouwen.

Van links naar rechts:

  • Woning uit 1925
  • Christelijk gereformeerde kerk
  • Hier stond de molen “De Verwachting”. Gebouwd in 1803 en in 1909 verdwenen. Op de muurplaat is nog een deel te zien van deze molen.

We verlaten Zaamslag via de “Poolse Brug” en wandelen verder langs de Kleine Dulper.

Nadat de Eerste Poolse Pantserdivisie het dorp zwaar hadden beschoten met granaten, konden door de actie van de burgers de tanks zonder enige tegenstand de waterloop over. Zaamslag was daarmee bevrijd. Enkele dagen na de Duitse capitulatie in mei 1945 werd uit dankbaarheid voor de Poolse bevrijders de brug omgedoopt tot ‘Poolse Brug’. 

Kleine Dulper

Een Dulper is om een natuurlijke of kunstmatige drempel in het landschap of water aan te duiden, die fungeerde als een soort ondiepte of waterkering. Daar waar de Grote en de Kleine Dulper elkaar weer ontmoeten wandelen we verder richting de Steenovens.

Het gehucht Steenovens

Het gehucht dankt haar naam aan de voormalige steenbakkerijen die zich hier in de negentiende eeuw bevonden. Vroeger liep hier tevens de oude gemeentegrens tussen Axel en Zaamslag.

Wie verwacht er nu een Rolls Royce garage in “the middle of nowhere”? Het gaat hier vooral over het restaureren van oldtimers. En dat reeds meer dan 4o jaar!

Hoeve Zaaidijk

We wandelen verder richting Axel.

Boerderij uit 1853

Uit die tijd dateert ook de forse zwart geteerde houten schuur

Axel

Als voorstad van Gent kreeg Axel in 1213 stadsrechten. Vanwege haar bloei als marktstad werd Axel rond 1380 en in 1452 door Gentse troepen geplunderd. Door de Allerheiligenvloed van 1570 kwam de stad met het aan de noordzijde gelegen Axeler Ambacht op een eiland te liggen. In 1586 werd het door Prins Maurits veroverd. De nieuwe vestingwerken, bestaande uit acht bastions en één ravelijn, waren in 1601 gereed. Als tegenwicht legden de Spanjaarden aan de zuidzijde van de Axelse Kreek een fortengordel aan. Aan de oostzijde ontstond in 1653 een polder en in 1790 volgde de inpoldering van de kreek aan de zuidzijde. In de Franse tijd werden de vestingwerken ontmanteld (in 1816 definitief opgeheven). Het in 1789 aangelegde havenkanaal kreeg in 1824 aan de westzijde een uitwateringssluis (de Axelse Sassing). Het in 1830 richting Hulst doorgetrokken kanaal werd vanwege de Belgische Opstand niet afgemaakt. In 1851 verdween de Axelse haven. Axel kreeg in 1871 aansluiting op de spoorlijn Terneuzen-Mechelen. Bij de bevrijding door Poolse troepen in 1944 liep de stad veel schade op. 

Stadsmolen, oorspronkelijk gebouwd in 1750

De Stadsmolen was in bedrijf tot 1911. In dat jaar werd de molen onttakeld en werd het maalwerk gemechaniseerd. De romp brandde in de jaren 50 van de 20e eeuw af en bleef doelloos staan. In de jaren 80 ontstond het plan tot herbouw, waarmee uiteindelijk in 1998 werd begonnen. De restauratie nam twee jaar in beslag en veel onderdelen werden vernieuwd. De trappen naar de zolders zijn breder en veiliger gemaakt dan in de meeste andere molens, met het oog op bezoekers.

Kerkhof Heilige Gregorius de Grote

We sluiten de wandeling af met de voormalige Heilige Gregorius de Grote kerk

’t Land van Axel. Een wandeling van 19.6 km.