Utrechtpad Etappe – 7

We beginnen deze wandeling in het stadspark Elisabeth Groen. Een plek met een rijke historie. Al eeuwen meandert hier de Heiligenbergerbeek, die vanuit het achterland de Eem voedt. Op haar beurt speelde de Eem een rol bij het ontstaan en de groei van Amersfoort. De stad Amersfoort dankt zijn ontstaan en naam aan een doorwaadbare plaats of voorde in de rivier de Eem (vroeger: Amer). De Eem begint waar de Lunterse Beek (Heiligenbergerbeek) en de Barneveldse Beek (Flierbeek), die water afvoerden uit de Gelderse Vallei, bij elkaar kwamen in een laagte tussen de Amersfoortse Berg en het hoger gelegen gebied ten noorden van Amersfoort (Hoogland). Bij die doorwaadbare plaats werd de Eem gekruist door handelsroutes die van Utrecht naar het oosten en noorden liepen.

Zonnewijzer in het stadspark

Op deze plaats stond vroeger het St. Elisabeth ziekenhuis.

We wandelen langs de Heiligenbergerbeek door park Randenbroek richting het oude stadscentrum.

Park Randenbroek is een van oorsprong middeleeuws huis en landgoed en was vanaf de 17e eeuw een buitenplaats, een (zomer)verblijf voor rijke stedelingen. Het Landgoed werd ook gebruikt voor landbouw, bosbouw en veeteelt. Het was een droge, hoge plek langs de Heiligenbergerbeek, aan de rand van een moerassig gebied. De heuvels in Park Randenbroek zijn rivierduinen die hier na de laatste ijstijd (± 10.000 jaar geleden) zijn ontstaan. De Heiligenbergerbeek sleep in die tijd een lage bedding uit waardoor de hogere oeverlanden uitdroogden. De wind liet het zand vervolgens opstuiven tot heuvels.

Het Bronmonument Luiaard-Kattekampen.

Een speels bewegend kunstwerk dat continue bronwater spettert en schenkt in twee grote schalen. Op willekeurige momenten schenken de schalen het water in de beek leeg en keren terug in de oude stand om weer gevuld te worden. Verticaal op de schalen staan de mooie stratenplannen van beide wijken. 

Zo komen we bij het oude stadscentrum van Amersfoort.

De eerste vermelding van Amersfoort dateert uit 1028. Er moet toen sprake geweest zijn van een boerennederzetting. De strategische ligging was voor de bisschop van Utrecht aanleiding om er een van zijn hoven te bouwen, om van hieruit de Gelderse Vallei te ontginnen. Waarschijnlijk werd dit bisschoppelijk hof in de eerste helft van de 12e eeuw gesticht op de plaats waar thans de Sint-Joriskerk staat. Handel en nijverheid leefden op.

Waterpoort de Monnikendam

De Monnikendam is een nog bestaande waterpoort in Amersfoort. Onder deze waterpoort stroomt het water van de Heiligenbergerbeek de binnenstad binnen. Begin 1400 werd de Monnikendam gebouwd als onderdeel van de tweede stadsmuur, die gebouwd werd vanaf 1380 en gereed was in 1480. De poort wordt voor het eerst vermeld in 1435. De naam van de poort is vermoedelijk afkomstig van de Augustijner monniken, die sinds 1394 huisden op Sint Andrieskamp. De monniken verhuisden in 1420 naar De Birkt.

Mariënhof

De geschiedenis van de Mariënhof begint wanneer de Celzusteren in 1479 een klein klooster bouwen. Niet veel jaren later verhuizen de zusters naar een andere locatie en namen Augustijner monniken uit Soest intrede in het klooster.
Omstreeks 1600 kreeg de Mariënhof een nieuwe functie en werd het Burgerweeshuis gevestigd in het klooster. Ruim 300 jaar was de Mariënhof een weeshuis, een hele lange periode in haar geschiedenis. Bijzonder is dat het Burgerweeshuis als stichting tot op de dag van vandaag nog steeds bestaat.

Augustijnenklooster Amersfoort.

Kloostergebouw, van de congregatie van Augustijnen. In 1900 werd in opdracht van de congregatie van Onze Lieve Vrouwe te Amersfoort de eerste fase van een, toen voor Amersfoortse begrippen grootschalig, kloostergebouw ontworpen. Het betrof een uitbreiding van een complex dat zijn aanvang vond in het betrekken door de congregatie van het voorname achttiende-eeuwse huis van de familie Cohen ‘Huis met de paarse ruiten’. In 1847 werd ter linker zijde, op de plaats van het oude koetshuis, naar ontwerp van Th. Molkenboer een eerste uitbreiding gerealiseerd, waarbij onderdelen van het koetshuis werden behouden. In 1889 werd aan de achterzijde een kapel gebouwd. In 1918 werd in een tweede bouwfase de gevellengte – geheel in dezelfde stijl als de eerste fase – meer dan verdubbeld. Was er na de eerste bouwfase sprake van vijftien traveeën, na 1918 waren het er twee-en-dertig. Het gebouw is nog steeds als klooster in gebruik. 

Het voormalig Sint-Elisabeth Gasthuis behoort met name vanwege de uitgebouwde hoog opgaande traptoren tot de meest schilderachtige en vaker gefotografeerde muurhuizen. Van 1578 tot 1907 was hier het Sint-Elisabeth Gast- of Ziekenhuis gevestigd. Dit was het eerste ziekenhuis in Amersfoort. 

Het bood onderdak aan:

’een ofte meer ellendighe bedtlegers. Die met geen aenslaende syeckte besmeth waren’.


Meer weten over dit voormalige ziekenhuis, klik dan hier.

Groot Tinnenburg

Toen de stad na 1259 ommuurd werd, stroomde aan de oostzijde van de stad het water van de Heiligenbergerbeek de ommuurde stad in. Ter verdediging van deze waterdoorgang werd in de 14de-eeuw Huis Tinnenburg gebouwd. Tinnenburg vormde samen met Huis Rommelenburg aan de overzijde van het water de waterpoort in de stadsmuur.  De doorsnede van die stadsmuur is in de zijgevel van muurhuis Tinnenburg  duidelijk te zien. De muur was circa zeven meter hoog en 60 cm dik en aan stadszijde voorzien van een weergang op bogen en met kantelen (tinnen). Direct buiten de muur lagen twee grachten. Na de aanleg van de tweede stadsmuur was de waterpoort bij Tinnenburg niet langer nodig en werd omstreeks 1450 afgebroken. Huis Tinnenburg werd verbouwd tot woonhuis en Rommelenburg verdween in 1848.

Huis Bollenburgh

De meest bekende Amersfoorter is ongetwijfeld Johan van Oldenbarnevelt. Hij was in 1547 geboren in de huidige Van Oldenbarneveltsteeg en woonde daarna in huis Bollenburgh. Na een snelle carrière werd Van Oldenbarnevelt in 1586 landsadvocaat, de belangrijkste adviseur van de Staten van Holland. Hij erfde van zijn ouders landerijen rondom Amersfoort, waaronder de malenhoeve Groot-Emiclaer. Ook kocht hij gronden aan, zoals Stoutenburg dat ooit toebehoorde aan de heren van Amersfoort. Van Oldenbarnevelt wilde graag afstammen van dit oude geslacht en liet er een stamboom voor opstellen. Rond 1600 was Van Oldenbarnevelt de machtigste man in het land. Hij was de drijvende kracht achter de VOC en het 12-jarige bestand in de oorlog tegen Spanje. Maar hij had prins Maurits tegen zich. Naar aanleiding van de religieuze Bestandstwisten werd hij wegens hoogverraad gearresteerd en na een schijnproces ter dood veroordeeld. In 1619 beklom hij het schavot, steunend op zijn stokje. 

Huis met de Paarse Ruiten.

Het Huis met de Paarse Ruiten dankt zijn naam aan het mangaan in het glas, dat paars verkleurt onder invloed van het licht. Het koopmanshuis is rond 1780 gebouwd voor Benjamin Cohen (1725-1800), bankier en bestuurder binnen de Joodse gemeenschap. De prachtige interieurs hebben joodse elementen, zoals het kokertje voor de mezoeza in de deurpost (gebedsrolletje dat men aanraakt voor het naar binnen gaan). De wand- en deurversieringen zijn geïnspireerd op zijn interesse in wiskunde en zijn tabaksteelt en -handel. Cohen stelde zijn huis beschikbaar aan stadhouder Willem V en zijn vrouw tijdens de burgeroorlog tussen Patriotten en Prinsgezinden in 1787. Als dank kreeg hij een portret van de stadhouder en een dure japon van zijn vrouw (die werd vermaakt tot voorhang van de torakast in de synagoge). In 1843 kocht de Congregatie Onze Lieve Vrouw van Amersfoort het pand en vestigde er een meisjeskostschool. Kardinaal De Jong (1885-1955) sleet hier zijn laatste jaren. De kardinaal had zich in de Tweede Wereldoorlog verzet tegen de Duitse maatregelen tegen de joden en de persvrijheid. Zijn wapen is afgebeeld boven de ingang. Het gebouw is nu nog in gebruik als klooster.

Sint Joriskerk

Waar nu de Sint-Joriskerk staat, is in de 12de eeuw een bisschoppelijk hof gesticht. Bij dit hof hoorde een kapel, die waarschijnlijk gewijd was aan ‘heilige Joris’. In 1248 werd de kapel vervangen door een Romaanse zaalkerk, die later is verbouwd tot gotische kruiskerk. In 1337 werd de Sint-Joriskerk tot kapittelkerk verheven. Van het begin van de 15de eeuw tot 1534 werd de kerk uitgebreid tot een driebeukige hallenkerk, waarbij de (wacht)toren uit 1190 werd ingesloten. Sinds 1579 (met enkele onderbrekingen) is de Sint-Joriskerk in protestantse handen. De Middeleeuwse schilderingen werden overschilderd, maar zijn veertig jaar geleden gerestaureerd. Andere bijzonderheden in de kerk zijn een zeldzaam en rijk versierd oxaal (afsluiting tussen het koor en het middenschip) uit circa 1480, het schilderij ‘Het Laatste Oordeel’ van Jacob van Campen (1653) en het grafteken van Jacob van Campen. Boven het gotische ingangsportaal bevindt zich de chirurgijnskamer, waar sinds de 17de eeuw het chirurgijnsgilde vergaderde.

Markt op stadsplein de Hof.

De gevels van Havik 33-35 dateren uit begin 17e eeuw. Nr. 35 was oorspronkelijk het gildehuis van de brouwers waar leerlingen hun brouwersopleiding kregen. Het rechterhuisje (nr. 33, de Doelen) zou gebouwd zijn op de plaats waar vroeger het Havikkerstraatje was dat achter de huizen langs liep en op de Hof uitkwam. Later zou men bij de bouw van het huis de zijmuren van de beide buurhuizen gebruikt hebben. Door verschillende werking van die muren is het huis waarschijnlijk scheefgezakt. Boven de toegangsdeur staat het jaartal 1618. Het is het smalste huisje (3,0 meter) van Amersfoort.

Gebouwd in 1664.

Huis met VOC verleden. Zie de windvaan.

Onze Lieve Vrouwe toren.

De Lieve-Vrouwekapel werd omstreeks 1460 gebouwd als bedevaartskerk voor het Mirakel van Amersfoort. De 12de-eeuwse kapel die er al stond, werd het koor van de nieuwe kerk. De toren, iets lager dan de Utrechtse Domtoren, stond apart en schuin ten opzicht van de kerk. Dit kwam doordat de toren op de fundamenten van de oude stadsmuur stond. De toren is symbolisch gebouwd; het trappentorentje staat voor het kindje Jezus, de toren voor Maria. Na de Reformatie in 1579 kreeg het kerkgebouw andere functies, bijvoorbeeld die van munitieopslagplaats. Door een buskruitontploffing in 1787 stortte de kerk in, maar de toren bleef staan. Rond de kerk lag een begraafplaats, die tot ongeveer 1829 werd gebruikt.

Het midden van de Onze-Lieve-Vrouwetoren vormt sinds de 19de eeuw het ‘middelpunt’ van Nederland, zoals gebruikt door het Kadaster. In Nederland kan de ligging van een vast punt worden aangegeven door middel van coördinaten, de afstanden tot de Y-as (van noord naar zuid) en de X-as (van oost naar west). Vroeger sneden deze assen elkaar in Amersfoort, maar doordat na 1960 bij alle x-coördinaten 155 kilometer is opgeteld en bij alle y-coördinaten 463 kilometer, ligt het 0-punt van het assenstelsel nu in Frankrijk, ten zuidoosten van Parijs. De keuze voor Amersfoort was historisch. Vroeger werd de omgeving namelijk in kaart gebracht door vanaf het hoogste punt in een stad (meestal de kerktoren) het omliggende land te tekenen, compleet met dorpen, steden, heuvels en kerken die tot aan de horizon te zien waren. Vervolgens werd deze tekening gecombineerd met de afbeeldingen die gemaakt waren vanaf de torens die erop te zien waren, om zo als het ware te komen tot een lappendeken van vogelvluchttekeningen. Amersfoort lag erg centraal en was in het bezit van een hoge toren, en werd zo het middelpunt van deze lappendeken.

Museum Flehite

De naam van het museum stamt uit de middeleeuwen. De vroegst bekende vermelding komt uit een document uit 777. Flethite was toen een gouw, een soort provincie in het rijk van Karel de Grote en omvatte het huidige Eemland. Na een verbastering of schrijffout is dit Flehite geworden. De muurhuizen waarin het museum is gevestigd, danken deze benaming aan het feit dat zij met hun voorgevel op de fundamenten van de eerste stadsmuur staan. Deze was omstreeks 1500 bovengronds afgebroken na de voltooiing van de tweede stadsmuur omstreeks 1425. Vanaf omstreeks 1550 werden op de achtergebleven fundamenten woon- en pakhuizen gebouwd. Deze muurhuizen zijn ondiep, omdat het perceel buiten de oude stadsmuur tot aan de gracht niet zo diep  was. Daarentegen is een muurhuis wel imposant, met een lange gevel en een lange en hoge laatmiddeleeuwse kap parallel aan de straat. De drie panden waar het museum nu in gevestigd is werden rond 1540 gebouwd. 

De blauwe kunstwerkjes wijzen de route tussen musea in Amersfoort.

Koppelpoort

De Koppelpoort, onderdeel van de tweede stadsmuur (1380-1451), kwam gereed in 1427. Het is een gecombineerde land- en waterpoort, waar het water vanuit de stad in de Eem stroomt. De Koppelpoort werd tijdens de belegering van 1427 voor het eerst aangevallen. Amersfoortse vrouwen wierpen kokend bier vanaf de muren naar beneden en de aanval werd afgeslagen. Voor de hoofdpoort lag tussen 1645 en 1778 een voorpoort, die mogelijk het ontwerp was van de Amersfoortse bouwmeester Jacob van Campen. Aan de binnenzijde van de poort zetelde in ruimtes onder de dichtgebouwde bogen onder andere het Zakkendragersgilde. Toen omstreeks 1840 alle verdedigingswerken werden afgebroken, dreigde ook de Koppelpoort te verdwijnen. Maar de poort bleef gespaard en werd in 1886 gerestaureerd.

Stoneystuw

De stuw van het type Stoney, naast de Volmolen en de Koppelpoort, dateert uit 1910 en regelt de toevoer van water van de Oostbuitensingel naar de Eem. Eind jaren tachtig verdwenen enkele karakteristieke onderdelen van de stuw. Het ging hierbij om onder meer de as met raderen en tandwielen aan de bovenzijde en het contragewicht.

Het Eemhuis

In het Eemhuis zijn een aantal culturele instellingen gehuisvest.

Brug “het Sasje” over de Eem.

De duif is een een eerbetoon aan de vele duivenmelkers uit de vroegere woonwijk ’t Sasje.

De kolensjouwer

Dit beeld herinnert aan de voormalige woonwijk ’t Sasje, dat tussen de binnenstad en de Isselt lag. De inwoners van deze wijk deden zwaar werk, veelal in de Eemhaven. Vandaar dat het beeld aan de kade staat.

Woonwijk de Koppel.

De bouw van de woonwijk begon in de jaren vijftig van de 20e eeuw. De Koppel was een van de wijken die volgens het plan van stadsarchitect David Zuiderhoek de binnenstad weer het geografisch middelpunt van de stad deden zijn. Door de bouw van de wijk hoopte de gemeente de heersende woningnood te lenigen. De overblijfselen van de Grebbelinie, die door dit gebied had gelopen, verdwenen door de woningbouw grotendeels uit het stadsbeeld.

De Oude Eem.

Dit gebied herinnert nog aan de Grebbelinie.

De vuurtoren van Amersfoort

Grenspaal van Hoogland aan de Hamseweg. Ook wel Mussertpalen genoemd. Paaltjes met aan drie zijden het wapen van de provincie Utrecht 

Deze paaltjes worden “Mussertpalen” genoemd. Rond 1930 zijn de palen langs de doorgaande wegen in de provincie Utrecht geplaatst op initiaitef van A.A. Mussert, die van 1920 tot 1934 werkzaam was bij de provinciale Waterstaat Utrecht. In 1920 kwam Anton Mussert in dienst van de Provinciale Waterstaat van Utrecht. Hij werd speciaal belast met het provinciaal wegenplan, een nieuwe landelijke ontwikkeling. Als gevolg van het plan werden verscheidene wegen aan de provincie overgedragen. Het beheer kwam echter niet bij de provincie te liggen, maar bij derden. Kosten voor het beheer moesten moesten worden gedeclareerd bij Provinciale Waterstaat en als gevolg daarvan moest nauwkeurig worden aangegeven waar de grens lag tussen de provinciale grond en de aangrenzende particuliere grond.

Kermis in de wijk Schothorst.

Wals van Engelse makelarij, gebouwd door de fa Wallis & Steevens.

We wandelen verder richting de Coelhorsterweg met de Coelhorsterkade. In 1745 werd de Grebbeliniedijk van de Roode Haan bij Veenendaal tot aan de Vudijk aangelegd. In dezelfde periode realiseerde men dwarskaden, zodat het water van de inundatie niet kon wegstromen naar lager gelegen gebieden. De Coelhorsterkade of Keulhorsterkade is één van die keerkaden, gelegen in landgoed Coelhorst ten noorden van Amersfoort. Mogelijk maakte men bij de aanleg gebruik van een oude dwarskade uit de 15e eeuw(1410), die hier al langer lag om een deel van Eemland te beschermen.

Kapel van Coelhorst

De Kapel van Coelhorst werd ergens voor 1363 gebouwd als katholieke kapel in de buurtschap Koelhorst en gewijd aan Sint-Nicolaas, de beschermheilige van zeelieden. Het diende als steunpunt voor de regio Hogelanden, die gescheiden was van de kerk in Leusden door de rivier de Eem. Een rivier die in open verbinding stond met de Zuiderzee. In de kapel werden mensen begraven en er ontstond een kerkhof rondom de kapel. Toen Hoogland met De Inham in 1843 een nieuwe kerk kreeg in de dorpskern, werd de kapel verkocht aan de bewoners van landgoed Coelhorst. De familie Van Tuijl van Serooskerken en na 1957 de familie Beelaerts van Blokland gebruikten de kapel als grafkapel. 

Boerderij Krachtwijk.

Meer weten over de geschiedenis van deze boerderij, klik dan hier.

Gemaal Zeldert.

Het Gemaal Zeldert werd in 1896 gebouwd als stoomgemaal, nadat het was weggespoeld bij een dijkdoorbraak. In 1926 werd het stoomgemaal vervangen door een elektrisch gemaal. Met dit gemaal houdt waterschap Vallei en Veluwe een gebied van ruim 10.000 hectare droog.

Nederlands bont schaap.

De fokkers van dit schaap zijn het erover eens dat het bonte schaap geen ras, maar meer een variatie in kleur is.

Natuurgebied Wolkenberg.

Het gebied is genoemd naar de buitendijkse gronden in de maten bij boerderij Wolkenberg aan de Eemlandsedijk. In het verleden zorgden sloten bij hoge waterstanden voor een snelle afvoer van het water naar de Eem. Na de omvorming tot natuurgebied wordt het water langer in het gebied gehouden. Dit zorgt, samen met het afgraven van de bovenste bodemlaag, voor vernatting waardoor de natuur meer kansen krijgt. De vochtige en bloemrijke graslanden en rietpartijen maken vestiging van specifieke planten- en dierensoorten mogelijk.

Jachthaven Eembrugge

De zweminrichting van Baarn is een oud zwembad. Bij een januaristorm in 1916 sloeg een overstroming het eerste zwembad aan de Eem weg. De Baarnse filantroop August Janssen liet toen een nieuwe zweminrichting bouwen. Men zwom in die tijd afgescheiden in de Eem. In het linker deel van de zwembaden kon het ‘gewone volk’ gratis baden. De badmeester woonde op het terrein in wat later het bootsmanhuis van de roeivereniging zou worden. Het andere bad lag voor het huidige gebouw, dit was alleen toegankelijk tegen betaling. Vanaf 20 mei 1936 mocht hier na een handtekeningenactie ook gemengd worden gezwommen.

Station Baarn, eindpunt van deze etappe.

Hoewel het een klein station is, heeft het een bijzondere eigenschap die verder alleen een klein aantal grotere stations heeft: een koninklijke wachtkamer. Paleis Soestdijk ligt op ongeveer twee kilometer afstand, in 1874 woonde hier Prins Hendrik (1820-1879), die daardoor in de omgeving de trein kon nemen. Later konden koningin Juliana en prins Bernhard over hun eigen luxueuze wachtkamer beschikken om op de trein te wachten.

Amersfoort – Baarn. Een wandeling van 20 km.