Port en Bessin-Huppain, dag – 4

Port en Bessin is een belangrijke vissersplaats en heeft als zodanig ook een visafslag.

Voor Port-en-Bessin-Huppain ligt een baai, met een golfbreker rondom. Deze baai is onderhevig aan de getijden en valt droog met laag water. De haven zelf wordt beschermd door een sluis. Deze gaat twee uur voor hoog water open en twee uur na hoog water dicht. Daarna is het tot het volgende hoog water niet meer mogelijk de haven in of uit te varen.

De haven in de nachtelijke uren. (Vanuit slaapkamerraam)

Monument ter nagedachtenis aan alle zeelieden en vissers die op zee zijn omgekomen of vermist zijn geraakt.

Port en Bessin-Huttain

Eglise Saint-André de Port en Bessin

Een van de meest “ongebruikelijke” kerken. Vol met scheeps- en bootmodellen, zeeschelpen, licht en hoop. Voor de kerk stat een monument ter gedachtenis aan de gevallenen tijdens de eerste wereldoorlog.

Port en Bessin en de oorlog.

Port-en-Bessin ligt tussen de landingsstranden Omaha Beach en Gold Beach in. Omdat de haven flink verdedigd werd door Duitse soldaten, vormde het geen direct doel in de landingen van D-Day. Maar na de veroveringen van de geallieerden ging het toch een bijzondere rol spelen in de operatie. Hier kwam namelijk de brandstof aan land die zo nodig was bij de verdere opmars. Vanaf Port-en-Bessin vertrokken enorme pijpleidingen verder Frankrijk in, waarmee de brandstof regelrecht naar de oprukkende troepen gepompt kon worden. Een monument aan de rand van de haven herinnert nog aan deze tijd. Sindsdien draagt Port-en-Bessin de bijnaam Port pétrolièr du débarquement.

In Port-en-Bessin kwam de vanuit Groot-Brittannië aangelegde pijplijn aan land. Deze pijplijn werd in 1944, snel na de verovering van het bruggehoofd in Normandië, aangelegd om de aanvoer van brandstof voor de opmars van de Geallieerden zeker te stellen. De pijplijn werd uiteindelijk doorgetrokken naar Nederland. Een restant van deze pijplijn is nog te zien in Beek en Donk in Nederland.

Herdenkingsmonument voor het 47e Royal Marine Commando.

In het voorjaar van 1944 werd de stad Port-en-Bessin bezet door de 1e compagnie van het Grenadier-Regiment 726 (716. Infanteriedivisie). De vissershaven ligt onder een grote klif die door de Duitsers ter verdediging is aangelegd. Vanwege de geografische ligging en de moeilijkheden van de toegang vanaf de kust gaven de geallieerden het op om voor de stad aan land te gaan en besloten deze te veroveren met een aanval vanaf land. Deze missie werd toevertrouwd aan de Britse soldaten van het 47th Royal Marine Commando (verbonden aan de 50th Infantry Division) onder bevel van luitenant-kolonel C. F. Phillips. Na de landing op Gold Beach, Jig-sector, moesten ze langs de kust varen en Port-en-Bessin vanuit het oosten bestormen. De gemeente ligt ook op de grens tussen de Amerikaanse en Anglo-Canadese sectoren. De geallieerden waren van plan daar op D-Day te verbinden. De Duitsers hadden drie sterke punten opgezet in het Port-en-Bessin-gebied, gecodeerd van Wn 56 tot Wn 58. Wn 56 verdedigde de directe toegang tot de haven en was bewapend met een 47 mm Skoda Pak 36 kanon  en een 47 mm Pak 181kanon. Wn 58 bevond zich op de hoogten ten westen van de stad en bestond uit een 75 mm FK235 kanon onder een kazemat.