Zuiderwaterlinie etappe – 1

De eerste etappe begint in Bergen op Zoom.

De stad is ontstaan op een zandrug in een veengebied dat naar het westen overging in de Scheldedelta. Het veengebied ten oosten van de zandrug werd in het begin van de 13e eeuw ontgonnen. Ter ontwatering doorgroef men de zandrug met een kanaaltje, de Grebbe genaamd, dat door het stadsgebied ter hoogte van de huidige Korenmarkt liep tot aan de Haven. Ter plaatse van de huidige Markt kwam een aantal landwegen samen: de huidige Steenbergsestraat/Fortuinstraat, de Wouwsestraat/Zuivelstraat en de Korte Bosstraat/Hoogstraat. Aldus ontwikkelde zich de stad, die voor de hertog van Brabant van belang was als vooruitgeschoven bastion tegen de expansie van het graafschap Zeeland en het graafschap Holland.

De stad Bergen op Zoom maakte aanvankelijk deel uit van het land van Breda en werd dus tot die tijd bestuurd door de heer van Breda. Toen heer Arnoud van Leuven in 1287 overleed werd het land van Breda gesplitst in twee afzonderlijke heerlijkheden. Deze splitsing kwam voort uit het erfrecht en de verdeling tussen de nakomelingen van twee dochters van Godfried III van Schoten, zie bij de baronie Breda. Aldus ontstond het land van Bergen op Zoom, met de stad Bergen op Zoom als kern. In 1533 werd deze heerlijkheid verheven tot een markgraafschap (markiezaat), waarmee deze formeel een hogere rang verwierf dan de baronie van Breda. Haar feitelijk belang werd daarmee echter niet groter. Kerkrechtelijk behoorde Bergen tot het bisdom Luik; twee telgen van het geslacht Van Bergen brachten het tot prins-bisschop van Luik: Cornelis van Bergen en Robert II van Bergen. De leden van het geslacht Van Glymes vervulden diplomatieke functies, en fungeerden tevens als heren en markiezen van Bergen op Zoom.

De stad op de grens van het graafschap Zeeland, het graafschap Vlaanderen en het hertogdom Brabant ontwikkelde zich tot een belangrijke handelsstad en kende laken- en aardewerknijverheid. De huidige Oosterschelde was toen de Scheldemond en daarmee de toegang tot Antwerpen. De toegang tot de stad was echter niet eenvoudig: eerst moest men door een bochtige kreek varen, om uiteindelijk bij de gegraven Oude Haven uit te komen. Via de Lievevrouwenstraat kon van daaruit de Markt worden bereikt. Vanaf midden 14e eeuw werden er jaarlijks twee jaarmarkten gehouden, waarop Engels laken, wol en meekrap werden verhandeld. De Paasmarkt sloot aan op de Antwerpse Pinkstermarkt en de Koudemarkt op de Bamiesmarkt in oktober te Antwerpen. Zo profiteerde de stad van de internationale status van de Antwerpse markten. Vanaf 1530 verminderde het belang van Bergen op Zoom als handelsstad. In dat jaar vond de Sint-Felixvloed plaats en hierna begon de Oosterschelde te verzanden en werd de Westerschelde geleidelijk de belangrijkste toegangsweg naar Antwerpen. Hierbij kwamen de troebelen van de Tachtigjarige Oorlog. In 1580 vond de zogenaamde Soldatenfurie plaats, waarbij veel kerkelijk bezit werd vernield door de Staatsgezinden. Bergen op Zoom nam een strategische positie in op de grens van noord en zuid, en toen Parma in 1588 vanuit het zuiden oprukte, trachtte hij de stad in te nemen door middel van het Beleg van Bergen op Zoom. Dit beleg werd uiteindelijk afgeslagen. Om bij herhaling van een beleg goed voorbereid te zijn, werden versterkingen aangelegd door Adriaen Anthonisz en David van Orliëns. Inderdaad belegerden de Spanjaarden, nu onder leiding van Spinola, in 1622 de stad opnieuw. Dit hernieuwde Beleg van Bergen op Zoom kon worden weerstaan door de versterkingen die vanuit zee werden aangevoerd. Het lied Merck toch hoe sterck van Adriaen Valerius is op dit beleg gebaseerd.

Bergen op Zoom was ondertussen getransformeerd van een handelsstad tot een garnizoensstad. Daarbij kwam dat ook de invloed van de markies sterk verminderde. Tussen 1698 en 1713 werden de vestingwerken ingrijpend gemoderniseerd door Menno van Coehoorn. De oude stadsmuren werden afgebroken en de vesting ging deel uitmaken van de West-Brabantse waterlinie. Omdat de stad nog nooit veroverd was door een vijandelijke mogendheid stond Bergen op Zoom bekend als La Pucelle (de Maagd). Tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog lukte het de Fransen het in 1747, bij het Beleg van Bergen op Zoom van 1747, om de stad in te nemen. De naam van Bergen op Zoom is daarom (als: BERG-OP-ZOOM) op de Arc de Triomphe in Parijs te vinden als een van de veroverde steden van het Franse Rijk. Grote delen van de stad werden bij de inname door de Fransen verwoest. Ook de Sint-Gertrudiskerk liep daarbij zware schade op.

We nemen eerst een kijkje in Bergen op Zoom zelf.

Het Markiezenhof is een van de mooiste stadpaleizen van Europa. Doorheen de jaren heeft het gebouw verschillende functies gekend, van paleis tot militaire kazerne. Het Markiezenhof is het oudste stadspaleis van Nederland. Het was de residentie van de heren en later de markiezen van Bergen op Zoom. Dit paleis werd aan het einde van de 15e eeuw (1485) gebouwd. Toen er in 1795 een einde kwam aan het markiezaat Bergen op Zoom, legde het Franse leger beslag op het Markiezenhof en werd het paleis gebruikt als militair hospitaal. Vanaf 1815 werd het Markiezenhof een kazerne.      Tijdens de kazernejaren raakte het paleis in zwaar verval. In de jaren 60 van de 20e eeuw werd begonnen met de restauratie van het Markiezenhof. 

De Gevangenpoort is de enige bewaard gebleven middeleeuwse stadspoort van Bergen op Zoom en het is één van de oudste nog bestaande stadspoorten in Nederland. De poort is gebouwd rond 1350 als onderdeel van een stenen vestingmuur met omgrachting. Door uitbreiding van de vesting in 1484 komt de poort binnen de muren van de stad te liggen. Daardoor verliest ze haar functie als toegangspoort en verdedigingswerk. Ondertussen is de poort al enige tijd een gevangenis, waardoor ze bespaard blijft van de sloop. Tot ongeveer 1925 wordt de poort nog als gevangenis gebruikt.

De Waterschans van Bergen op Zoom, gelegen aan de oude havenmonding en onderdeel van de West Brabantse waterlinie, is aangelegd in 1584. De waterschans is het oudste vestingwerk van deze stad, gebouwd op initiatief van Prins Willem van Oranje. Die was namelijk sinds 1582 ook Markies van Bergen op Zoom. De functie van de Waterschans was om de haventoegang, de sleutel tot de stad, te verdedigen. 

Ravelijn

Ravelijn Op den Zoom is een van de weinige overblijfselen van de roemruchte vestingwerken van Bergen op Zoom. De Bergse vesting was een belangrijk onderdeel van de Zuiderwaterlinie en bewaakte de toegang vanuit het zuiden naar Holland en Zeeland.

De Zoom is een voormalige turfvaart 

In de periode 1583-1610 verviel de functie als turfvaart omdat de vervening stil lag door oorlogshandelingen in de omgeving. De Zoom kreeg vervolgens een belangrijke functie in de West-Brabantse waterlinie (voltooid in 1628). Deze verdedigde de omgeving van Bergen op Zoom door inundatie. De noordelijk gelegen gebieden, waaronder het verveende gebied “Het Laag”, lagen onder het zeeniveau en konden onder (zout) water worden gezet door de sluizen bij de Sint Pieters redoute en de Elders redoute te openen. De meer zuidoostelijk (en hoger) gelegen gebieden konden op deze wijze echter niet worden geïnundeerd. Dit werd opgelost door De Moervaart door middel van een inundatiekanaal te verbinden met de Lingewal. De Zoom kwam op deze wijze uit ten oosten van Fort Moermont en werd beschermd door een toren. De aan de vaart gelegen ontgonnen veengebieden en een aantal hooggelegen bedijkte vennen dienden hierbij als waterreservoir. De omgeving kon onder (zoet) water worden gezet door de sluizen in de Moervaart te sluiten. Vanaf 1840 vervalt deze functie, waarmee de vaart in verval raakt.

Kleine Melanen, een voormalig heideven

Fort Pinssen

Fort Pinssen beschermde de inundatievlakte rond Halsteren. Dat maakte het een belangrijke schakel van de West Brabantse Waterlinie, de ketting van forten, loopgraven en inundatiegebieden tussen Bergen op Zoom en Steenbergen. Het fort werd waarschijnlijk in 1628 gebouwd tussen de De Roovere en Moermont met als doel een gat in de inundatievlakte rond Halsteren te dichten. In de 17e eeuw was het hier met al dat wapengekletter een drukte van jewelste. Fort Pinssen Bergen op Zoom is dan ook vernoemd naar kolonel Willem Pijnssen (Pinssen) van der Aa. Tijdens de bouw droegen de Staatsen de bescherming tegen de vijand aan hem op. In 1816 ging Fort Pinssen dicht

Ligneweg en Fort de Roovere

Menno van Coehoorn ontwierp in 1698 een liniewal tussen Bergen op Zoom en fort de Roovere.

Fort De Roovere is een schans bij Halsteren (aan de Schansbaan/Ligneweg) die onderdeel was van de West-Brabantse waterlinie. Het is een aarden fort dat door middel van een wal (Ligneweg) aan het fort Pinssen is verbonden. Het fort is aan de “achterzijde” open, aan de “voorzijde” bestaat het uit twee bastions. Het fort werd in 1628 aangelegd op een hoge zandrug. Het maakte samen met Het Laag, het fort Moermont en het fort Pinssen onderdeel uit van de Linie van Steenbergen, onderdeel van de West-Brabantse waterlinie. Het gebied rondom dit fort kon door inundatie onder water worden gezet door middel van een sluis bij Steenbergen.

Fort de Roovere met de Mozesbrug en de Pompejustoren

Het Halsters Laag

Het Halsters Laag maakte sinds 1628 deel uit van de West-Brabantse Waterlinie. Deze oude natuurlijke verdedigingslinie van Bergen op Zoom, werd later versterkt met vestingwerken als Fort de Roovere. Bij vijandelijke dreiging stroomde het gebied via een sluis bij Steenbergen vol zeewater. Uit de zuidelijke vennen en meren stroomde zoet water binnen. Zo hoog, dat de vijand er te voet niet door kon, maar te laag voor schepen. Deze overstromingen zetten het gebied vaak gedurende vele jaren blank. Tijdens de Tachtigjarige oorlog was zelfs twintig jaar lang sprake van een permanente ‘plas-dras-situatie’ en was agrarisch gebruik van het land onmogelijk. Pas in de 19e eeuw, na de Belgische afscheiding, raakte de waterlinie in onbruik.

Etappe van Bergen op Zoom naar het Halsters Laag. Een wandeling van 11,4 km.