Zuiderwaterlinie etappe – 17
De laatste etappe! Deze etappe voert ons vanaf Reek via Velp naar Grave. Het eindpunt van de Zuiderwaterlinie.
Al wandelend komen we langs het “Mobilisatiecomplex Grave-Driehuis”. De mobilisatiecomplexen zijn magazijncomplexen waarbij het materieel opgelegd ligt, klaar voor een mobilisatie. De complexen hebben een standaard-indeling en een standaard voor het soort gebouwen.

Als u meer wilt weten van dit complex, klik dan hier.
De Graafsche Raam bij Escharen


De Graafse Raam is een brede waterloop die een voortzetting is van Lage Raam. Iets stroomafwaarts van de monding van het Defensiekanaal wordt ook de Biestgraaf opgenomen en spreekt men van de Graafse Raam. Deze stroomt nog langs Escharen en Grave, waar ze deel uitmaakte van de voormalige verdedigingsgordel.
Velp met het huis Mariëndaal.





Het huis Mariëndaal in Velp werd tussen 1862 en 1865 gebouwd door de paters jezuïeten en was tot de jaren zestig van de twintigste eeuw in gebruik als noviciaat. Hier kon iemand die intrede in het klooster deed, zijn proeftijd doormaken. Het canoniek recht stelt deze proeftijd verplicht voordat men tijdelijke geloften kan afleggen. De paters deden ook aan zielzorg in de omgeving en leidden tevens missionarissen op, die onder meer naar Java werden uitgezonden. In 1966 vertrokken de paters naar Venlo en werd het klooster (jezuïeten spraken en spreken overigens steevast niet van klooster maar van huis) verkocht aan de Sint-Jozefstichting, ofwel Stichting “Binckhof”, die de opvang voor verstandelijk gehandicapten verzorgt.
De Poort, een kunstwerk van Peter Kortekaas.




De zogenaamde Drie-eenheid Velp, van rechts naar links: Het Emmausklooster van de Orde der Minderbroeders Kapucijnen Vincentiuskerkje Het Sint -Alfinsusklooster van de zusters Moniale Redemptoristinnen
De driehoek omvat negenhonderd jaar religieuze geschiedenis: het Vincentiuskerkje als middeleeuwse dorpskerk, het Emmausklooster uit de 17e en 18e eeuw en het Sint-Alfinsusklooster uit de 19e en 20e eeuw, de periode van het rijke roomse leven.

Emmausklooster
Het Emmausklooster is het oudste Kapucijnerklooster in Nederland (1645) en is vernoemd naar de Bijbelse plaats Emmaus.








Sint-Vincentiuskerk.



Oorspronkelijk stond hier een eenvoudig romaans tufstenen zaalkerkje. Het oudste deel van de huidige kerk is een deel van de zuidmuur die uit de 12e en misschien wel uit de 10e eeuw stamt. Dit is een overblijfsel van het oorspronkelijk gebouw en het zou een der oudste overgebleven kerkmuren in Noord-Brabant kunnen zijn. Het rechthoekig koor van het romaanse kerkje is bij opgravingen in 1957 blootgelegd. In het begin van de 16e eeuw werd dit koor vervangen door een breder, driezijdig gesloten gotisch koor. Daarop is het schip verhoogd en werd een noordbeuk aangebouwd. De toren stamt uit de 14e eeuw.
Sint-Alfinsusklooster of Redemptoristinnenklooster


Het Redemtoristinnenklooster in Velp is gebouwd op de fundamenten van een eerder kasteel. Een lid van de Gelderse familie Bronckhorst bouwde dat kasteel in de vijftiende eeuw. In 1858 vestigden zich zeven zusters Redemptoristinnen vanuit Brugge in Velp. Een groot deel van het kasteel werd twee jaar later gesloopt voor de nieuwbouw van het klooster. Delen van het muurwerk van het kasteel werden in deze nieuwbouw opgenomen. De eerste steen werd op 6 juni 1860 door de deken en de burgemeester van Velp gelegd. Onder een deel van het klooster zijn enkele oude kelders van het voormalige kasteel nog aanwezig.
De kloosterlingen waren slotzusters en leefden dus in afzondering. Ze stonden bekend als de rooi nonnekes, vanwege de kleur van hun pij. Ze verbouwden zelf eten in de kloostertuin met kippenhok. Hun aantallen liepen sterk terug in de tweede helft van de twintigste eeuw en in 1990 verlieten de laatste negen zusters het klooster om naar Someren te gaan.
Langs de Hertogswetering wandelen we verder richting Grave. Het eindpunt van de etappe maar ook het eindpunt van het Zuiderwaterliniepad.
Langs de Hertogswetering zien we dat er ook in dit gebied bevers zitten.

Grave in 1649.

Brabant was als provincie de speelbal tussen de Republiek en haar vijanden. In het Noorden van Brabant liep de Zuiderwaterlinie als scheidslijn tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden, het protestante Noorden en het katholieke Zuiden en tussen Spaans en Staats.
De linie liep van Grave tot aan Bergen op Zoom. Met een knap ontworpen stelsel van dijken en sluizen kon het land tussen de elf tussenliggende versterkte steden in tijden van oorlog onder water worden gezet. Diep genoeg om het doorwaden ervan onmogelijk te maken maar ook weer niet te diep om er te kunnen varen. Het was de grote vestingbouwer Menno van Coehoorn die rond 1700 op het idee kwam de verschillende vestingsteden met elkaar te verbinden en te versterken met behulp van water. Om Grave te kunnen verdedigen legde hij rond 1700 het Kroonwerk Coehoorn aan in de Nederasseltse uiterwaarden. Het werd een onderdeel van de Zuidelijke verdedigingslinie van de Republiek. Er lag een gracht om het kroonwerk heen, en er kwam een pontonbrug over de Maas. Het kroonwerk verving oudere, kleinere verdedigingswerken. Zoals het lunet Verloren Cost dat de Spanjaarden er in 1586 aanlegden, en een hoornwerk van de Staatsen. De restanten van het Kroonwerk zijn zichtbaar vanaf de kade in Grave.
Hertog van Brabant kapel.

GEGROET GIJ MACHTIGSTE DER VROUWEN. DIE WAAKT AAN BRABANTS OOSTERPOORT! BESCHERM UW VOLK EN AL DE GOUWEN, IN ’T VADERLAND VAN ZUID TOT NOORD.
De Hampoort.



De Hampoort, ontleent haar naam aan de ‘ham’ die op enige afstand buiten deze poort lag. Een ‘ham’ is een hoek aangeslibd land of een aan water gelegen weiland. De Hampoort in haar huidige staat stamt uit 1688 echter wordt er in de archieven al gesproken over een Hampoort in 1309. De nieuwe Hampoort, zoals deze er nu staat, is als onderdeel van de nieuwe vestingwerken tot stand gekomen uit de originele vestingwerken.

Reek – Grave. Een wandeling van 19,1 km.
