Zuiderwaterlinie etappe – 3

Deze etappe begint bij het fort Henricus en gaat via de Heen naar Benedensas en vandaar naar Dinteloord.

Steenbergsche Vliet

De waterloop ontspringt nabij Wildert als Wildertse Beek, verder stroomafwaarts Kleine Aa genoemd. Ze stroomt ten oosten van Essen en vervolgens Nispen, en wordt dan de Watermolenbeek of Molenbeek genoemd. Ze stroomt door Roosendaal en gaat hier over in de Nieuwe Roosendaalse Vliet. Deze stroomt verder noordwaarts om uiteindelijk naar het westen af te buigen, waar ze bij Blauwe Sluis overgaat in de Steenbergse Vliet, welke via de sluizen van Benedensas in verbinding staat met het Volkerak. Via het Mark-Vlietkanaal ontvangt de Vliet ook water van de Dintel. Het bevaarbaar maken van de Vliet en het aanleggen van een haven in 1451 zette de bloei van Roosendaal in gang. Verzanding van de Vliet maakte het tussen 1792-1823 noodzakelijk de beek opnieuw uit te graven. In deze tijd stond de Roosendaalse en Steenbergse Vliet via het Volkerak nog in open verbinding met de zee. Vanaf 1824 beschermden de sluizen van Benedensas het achterliggende gebied tegen hoge vloedstanden.

De Heen met jachthaven De Schapenput, waardoor De Heen is verbonden met de Steenbergse Vliet.

In 1609 werden de gorzen van De Heen ingedijkt en in 1610 was de Heense Polder geschikt voor de landbouw. Hierin werd in 1614 het dorp De Heen gesticht. In 1785 werd een haventje aangelegd, dat uitkomt op de Steenbergse Vliet. De Heen, in 1716 nog Het Heensche Dorp geheten, is vernoemd naar de Heense Polder, waarin het is gelegen. Deze polder is op zijn beurt weer vernoemd naar een waterloop, die Heen of Heendrecht werd genoemd, en wat later Eendracht is geworden. En dít komt weer van de zeebies of heen (Bolboschoenus maritimus), die op de schorren groeide. Tot 1775 was voor het dorp ook de naam Hogediep in gebruik.

Huis gebouwd in 1644.Rond 1880 is het verbouwd en voorzien van een Franse kap. Deze boerderij is de oudste boerderij in de Heense polder.

Benedensas

Benedensas is een sluizencomplex, daterend uit 1824. Het complex is gebouwd om het achterliggende land te beschermen tegen hoog water én voor de scheepvaart om het hoogteverschil door eb en vloed te overbruggen. Naast de sluizen vind je ook een gelijknamig buurtschap, met enkele historische panden. De sluizen en het buurtschap komen voor in de verhalen rond Merijntje Gijzen van auteur A.M. De Jong. De buurt wordt erin omschreven als een ruige plaats waar de schippers op café wachten op hun boot in de sluis. 

Met het voltooien van de Philipsdam is er inmiddels geen eb en vloed meer. De sluisdeuren bieden een uitzicht op het Krammer, Volkerak en het natuurgebied de Dintelse Gorzen. De sluis heeft de naam Benedensas omdat het zich aan de benedenloop van de Vliet bevindt, dit in tegenstelling tot het Bovensas. Naast de sluis staat een oude bunker uit de Tweede Wereldoorlog. Deze is destijds door de Duitsers aangelegd als onderdeel van de zogenaamde ‘Atlantikwall’ en diende als verdediging tegen mogelijke aanvallen vanuit het tegenwoordige Volkerak.

Het Saspoldertje

Fort Henricus – Dinteloord. Een wandeling van 17,5 km.