Zuiderwaterlinie etappe – 5

Deze etappe begint in Willemstad. We lopen langs het Hollands Diep richting Klundert.

Onderweg komen we langs 3 forten, te weten Fort Bovensluis, Fort Carolina en Fort Hollandia. In Klundert komen we langs het in 1621 gebouwde stadhuis en langs “de Stenen Poppen”. Dit zijn verdedigingstorentjes, bovenop een gemetselde dam uit 1583. Klundert is in de 13e eeuw ontstaan en kreeg in 1357 haar stadrechten. De stad werd meerdere keren vernield door branden en een watersnoodramp. Vestingstad Klundert lag in de Tachtigjarige Oorlog op een strategische plek: precies op de grens van Holland en Brabant. Dat zag Willem van Oranje ook. Daarom omwalde hij het stadje in 1583 met de Vestingwerken van Klundert: bastions, een aarden wal en een gracht. Vestingstad Klundert was daarmee onderdeel van de Stelling van het Hollandsch Diep en het Volkerak. Uiteindelijk bleef het vestingstadje gespaard: de Spanjaarden belegerden het nooit. Later, in 1793, was Klundert een lastige hindernis voor de oprukkende Franse troepen.

De Wachter. Kunstwerk langs het Hollandsch Diep op een regenachtige dag.

Langs de Oostdijk tussen de Tonnekreek en Willemstad is de groene stoepa ‘De Wachter’ een bijzonder kunstwerk. De Wachter staat precies op de plaats waar de stormvloed op 1 februari 1953 naar binnen sloeg en de Ruigenhilpolder overspoelde.

Het kunstwerk is een acht meter hoge heuvel, waarop schapen kunnen grazen. Kunstwerk De Wachter is gebouwd langs het Hollandsch Diep op de plek waar de dijk doorbrak tijdens de Watersnoodramp in 1953. Het kunstwerk is een maar liefst acht meter hoge, piramide-achtige kleiberg, begroeid met gras. Via een pad dat slingerend over het kunstwerk loopt, kun je het kunstwerk beklimmen.

Bovensluis

De sluis had als eerste taak het teveel aan polderwater af te voeren naar het Hollands Diep. Het was tegelijk een belangrijke inundatiesluis. Bij het beleg van Willemstad in 1793 viel de sluis in Franse handen.

Fort Bovensluis

De verdedigingswerken bij de Bovensluis werden aangelegd in 1861 en 1862 en verbeterd in 1888. De werken bestonden uit een op de Oostdijk gelegen batterij op de plaats van het vervallen fort Haaren en van een benedendijks gelegen redoute.
De toegang tot het door een natte gracht omgeven fort werd via een brug verleend door een poterne, een overwelfde doorgang in de wal aan de westzijde van het fort. De borstwering rond het fort was zeven meter breed, die aan de westzijde slechts 2 à 2.4 m. Binnen het fort werd een verdedigbaar gebouw annex kazerne gebouwd waarvan de frontmuur 1.45 m dik is en de overige muren 1 m. dik. In de muren zijn 30 schietgaten voor geweer aangebracht. De bestemming van het fort was aanvankelijk om samen met fort De Hel de keelzijde (van de vijand afgekeerde zijde) van fort De Ruijter (Sabina) te dekken. De batterij op de dijk bestreek de Oostdijk tot aan de Tonnekreek en het buitentalud van de Buitendijk tot aan de haven van de Noordschans. Later werd het geschut van het fort zodanig geplaatst dat dit eveneens het oosten en zuidoosten dekte. Ook diende het tot bescherming van de poldersluis tevens inundatiesluis.
De organieke sterkte bestond uit een halve compagnie Infanterie, een halve batterij Vestingartillerie en enkele genisten, totaal 188 man. De vastgestelde bewapening (1880) van het fort bestond uit 4 houwitsers van 15 cm, 4 kanonnen van 12 cm en 2 mortieren van 29 cm en die van de batterij op de dijk uit 4 kanonnen van 8 cm en 6 Coehoornmortieren. In 1891 werd er een mitrailleur M 80 op borstweringsaffuit aan toegevoegd. Later volgden nog enkele wijzigingen.

Verbinding van de Tonnekreek met het Hollands Diep

De (16e-eeuwse) naam van deze Tonnekreek wordt verklaard uit een bebakening met tonnen in de tijd dat deze stroom in open verbinding stond met het Hollands Diep.

Noordschans

De buurtschap is vernoemd naar het Fort Hollandia, ook Noordschans geheten, dat de sluis in de Aalskreek en de dijkaccessen aldaar moest verdedigen. Het was een vierkante omgrachte schans met bastions op de hoekpunten, dat in het dijklichaam gelegen was. In 1639 werd het fort vermeld, maar bij een overstroming in 1682 werd het reeds vernield, en niet meer hersteld. In 1747-1748, tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog, werd aan beide zijden van de haven een retranchement aangelegd, en in 1793 plaatsten de Fransen er nog twee batterijen geschut, waarmee de haven werd bestreken.

De stadswallen van Zundert

Klundert.

De oude strategisch gelegen vestingstad Klundert op de grens van Holland en Brabant.

Rond 1250 ontstond, gelegen aan gunstig vaarwater, het dorp Die Overdraghe. Het lag aan een riviertje met diezelfde naam, tussen de Mark en de ‘Buttervliet’, dat later tot het Hollandsch Diep zou uitgroeien. Toen het riviertje verzandde, werd een nieuw vaarwater gegraven: De Niewervaert. Het dorp kreeg vervolgens de naam Niervaart. In 1357 kreeg Klundert, dat tot 1813 tot het Gewest Holland behoorde, stadsrechten van de heer en vrouwe van Strijen. In 1362 werd het een eigen Heerlijkheid, die aan Jan I van Polanen toeviel. Deze was ook heer van Breda. Via hem vererfde de heerlijkheid aan de Nassau’s, later prinsen van Oranje. Al vroeg in haar geschiedenis werd Klundert geplaagd door rampen. In 1420 brandde de stad af. Het jaar daarop werd het gehele gebied overstroomd tijdens de Sint-Elisabethsvloed. Maar spoedig begon de terugwinning van land op het water. In 1558 werd een dijk aangelegd langs het Hollands Diep en op de plaats waar eens Niervaart had gelegen ontstond de Groote Polder. Op die plaats werd toen het dorp De Clundert gesticht. Hoewel als plaatsnaam later Klundert werd vastgesteld, wordt het stadje lokaal nog De Klundert genoemd.

Hervormde kerk Klundert

De Botte Kreek

De Bottekreek liep van oudsher door Klundert. Het stroomde van de Moye Keene door de polder naar het Hollandsch Diep. De kreek stroomt nog altijd onder het Kreekgebouw door.

Stadhuis Klundert

Stadhuis van Klundert.

Prins Maurits schonk bij akte d.d. 26 november 1620 een bedrag van 2000 gulden “vant maecken van een nieuw stadthuys”. Bovendien kregen de bestuurders van Klundert machtiging van de prins om een extra belasting te mogen heffen. Ook schonk Maurits de benodigde hardsteen. Toen het bouwwerk werd aanbesteed bleek de geraamde 5000 gulden ontoereikend. De totale kosten zouden zeker 3400 gulden meer bedragen. “Uyt speciale gratie ende gunste” schonk Maurits een extra bedrag van 3000 gulden aan Klundert. De conditie was wel dat alle verdere kosten van de bouw en van het onderhoud voor rekening van de inwoners van Klundert zouden komen, die moesten beloven om het gebouw – “nu ende alle toecomenden tijden” – in goede staat te zullen onderhouden.

Het gebouw werd in 1621 gebouwd naar een ontwerp van Melchior van Herbach in maniëristische stijl. Het rechthoekige gebouw is opgetrokken uit rode en gele bakstenen. Het gebouw heeft twee trapgevels waartussen een zadeldak is aangebracht. Boven de ingang, die voorzien is van een bordes met toegangstrappen, bevindt zich een topgevel die versierd is met klauwstukken, obelisken en een gebroken fronton. Daarop bevindt zich een beeld van Vrouwe Justitia. Direct boven de ingang bevindt zich in een cartouche het wapen van Prins Maurits. De beide leeuwen op de balustrade van het bordes houden respectievelijk het wapen van Noord-Brabant en Klundert vast.

Willemstad – Klundert, een wandeling van 12,9 km.