Zuiderwaterlinie etappe – 6

Deze etappe loopt van Klundert via Zevenbergen naar Zwartenbergse Molen.

We verlaten Klundert via de wijk “Moye Keene”.

De Mooie Keene (of: Mooye Keene) was een zeearm van het Hollandsch Diep, die ontstaan is tijdens de Sint-Elisabethsvloed van 1421.

De Mooie Keene liep vanaf het Hollandsch Diep, als de huidige Roode Vaart, zuidwaarts het binnenland in. Dan boog ze af naar het westen, en zo zuidelijk langs Klundert, om aldaar weer naar het zuiden af te buigen. Bij de huidige buurtschap Barlaque kwam ze in de Dintel terecht. In de loop der eeuwen zijn grote delen van de Mooie Keene ingepolderd: Mancia Winterpolder, Henriëttepolder en dergelijke. De dijken van de voormalige zeearm zijn nog in het landschap te vinden, onder andere de Kreekdijk.

Zevenbergen.

In het gebied was veel veen aanwezig, en men gebruikte dit veen voor de turfproductie. Vanaf 1263 werd de turf ook voor de markt geëxploiteerd, met name ten behoeve van de opkomende steden in Vlaanderen en Brabant, zoals Antwerpen en Brugge. Aangezien men met de vervening aanvankelijk begon vanuit de wat hoger gelegen delen, zal Zevenbergen daar zijn oorsprong hebben gevonden. Gedurende de 13e eeuw en vooral na 1360 overstroomde het veen vanuit de zee steeds vaker, mede door de reeds plaatsgevonden turfwinning, waardoor het verziltte. Men ging over op moernering, en het daarbij gewonnen zout werd ook naar Engeland geëxporteerd en leverde veel geld op. In het gebied was veel veen aanwezig, en men gebruikte dit veen voor de turfproductie. Vanaf 1263 werd de turf ook voor de markt geëxploiteerd, met name ten behoeve van de opkomende steden in Vlaanderen en Brabant, zoals Antwerpen en Brugge. Aangezien men met de vervening aanvankelijk begon vanuit de wat hoger gelegen delen, zal Zevenbergen daar zijn oorsprong hebben gevonden. Gedurende de 13e eeuw en vooral na 1360 overstroomde het veen vanuit de zee steeds vaker, mede door de reeds plaatsgevonden turfwinning, waardoor het verziltte. Men ging over op moernering, en het daarbij gewonnen zout werd ook naar Engeland geëxporteerd en leverde veel geld op.

Tot aan de Franse tijd is het Hollands gebied gebleven, in 1805 werd het onderdeel van Bataafs Brabant. Bij het herstel van het Koninkrijk der Nederlanden in 1813 werd Zevenbergen bij de provincie Noord-Brabant

De St. Catharinakerk is het enige monumentale gebouw dat, na de verwoestingen in Zevenbergen door oorlogshandelingen in 1940 en 1944, behouden is gebleven. Er was evenwel zware oorlogsschade aan de kerk, die tussen 1949 en 1953 is gerepareerd. De toren was vlak voor de bevrijding opgeblazen maar is in 1961 naar het oude uiterlijk geheel herbouwd.

Dubbel woonhuis gebouwd in 1897 in een stijl waarbij elementen van de neorenaissance en de Art Nouveau met elkaar worden gecombineerd. Het object is vrij zeldzaam op grond van diverse bouwkundige details in het exterieur en enkele elementen uit het interieur.

Als u meer wilt weten van Zevenbergen, klik dan hier.

We verlaten Zevenbergen en wandelen richting de Mark.

De Mark ontspringt bij de Zandvenheide in Koekhoven, een Belgisch gehuchtje bij Merksplas. Het brongebied van de Mark, het Turnhouts Vennengebied, vormt de waterscheiding tussen de Maas (Dommel en Mark) en de Schelde (Nete). Via Hoogstraten en Minderhout, waar de Mark een tijdje de rijksgrens vormt tussen België en Nederland, komt de beek uiteindelijk bij grenspaal 218 net ten zuiden van de Markbrug tussen Meersel-Dreef en Galder definitief Nederlands grondgebied binnenstromen. In Nederland stroomt de Mark naar Breda waar deze in de singel van Breda uitkomt nabij de straat Boeimeersingel. Even westwaarts heeft het riviertje de Aa of Weerijs haar water aan de singel toegevoegd. Ten noorden van het centrum van Breda verlaat de singel de stad en gaat in noordelijke richting verder als rivier de Mark. Vanaf dit punt is de beek een rivier geworden en is er beroepsvaart mogelijk. Bij Standdaarbuiten gaat de Mark over in de Dintel, waarna het rivierwater via het Volkerak, Rijn-Scheldekanaal en Spuikanaal Bath uitkomt in de Westerschelde.

De Halsche Vliet

De Halsche Vliet is ontstaan ten tijde van de Sint Elisabethsvloed en is daarna als turfvaart in gebruik geweest in de middeleeuwen.

Langs de Halsche Vliet zijn veel wielen te vinden die duiden op dijkdoorbraken. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd de polder soms ook wel opzettelijk geïnundeerd. Het is nog steeds een nat gebied.

Parasolzwam

De grote parasolzwam (Macrolepiota procera) is een schimmel met een lange steel en grote hoed en heeft gelijkenis met een parasol, vandaar ook de naam. Het is een veelvoorkomende soort die groeit op matig vochtige grasgebieden en in lichte bossen.

Zwartenbergse molen

De Zwartenbergse molen dankt zijn naam aan een gelijknamige polder. Deze stenen grondzeiler is in 1889 gebouwd nadat zijn voorganger, eveneens een stenen molen was afgebrand.

De Zwartenbergse polder bij Etten-Leur werd rond 1507 bedijkt. Om het grondwater in de nieuwe polder op peil te houden, werd het overtollige water op het riviertje de Mark geloosd via uitwateringssluizen. Dat werkte goed, totdat de verzanding van de Mark een groeiend waterprobleem op ging leveren voor de polderIn 1721 besloot men daarom een poldermolen te bouwen die het water geforceerd moest wegmalen uit de polder.

Etappe 6. Een wandeling van Klundert naar Zwartenbergse Molen. Een afstand van 19,4 km.