Zuiderwaterlinie etappe – 8

We vertrekken vanaf de Linie van den Hout.

De Linie maakte deel uit van de Zuidelijke Waterlinie waaraan in 1701 hard gewerkt werd. De Linie van Den Hout vormde de noordelijke tegenhanger van de meer zuidelijk gelegen Linie van de Munnikenhof. Samen met de inundatiegebieden de Binnenpolder, de Brieltjespolder en de Lage Vughtpolder, vormden deze twee linies de verdediging tussen de vestingsteden Geertruidenberg en Breda.

Linie van de Munnikenhof.

Deze linie vormt een geheel met de Linie van Den Hout en de Spinolaschans. Frederik Hendrik legde de eerste wallen al in 1625 aan, tijdens zijn aanval op de Kleine Schans en het beleg van Breda. De Linie van de Munnikenhof was tot 1952 een officieel vestingwerk, maar gevochten is er nooit. 

Sinds 1911 wordt de linie doorsneden door het Markkanaal. 

Salesdreefbrug over het Markkanaal

Spinolaschans

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog kwam Breda afwisselend in Staatse en Spaanse handen. In 1624 werd de schans aangelegd door legers van Ambrogio Spinola tijdens het beleg van 1624-1625, waaraan de schans zijn naam ontleent, met het doel om de land- en waterweg ten noorden van Breda te beheersen voor de belegering van deze stad. Het gehucht Hertel moest hiervoor wijken. De schans maakte deel uit van een 50 kilometer lange circumvallatielinie met als doel de stad af te sluiten van de buitenwereld. De schans werd na de capitulatie van Breda onmiddellijk ontmanteld om te voorkomen dat deze in Staatse handen zou komen. In 1637 liet Frederik Hendrik de vervallen Spinolaschans versterken en heroverde van hieruit Breda voorgoed op de Spaanse legers. Hierna werd de schans geheel vernieuwd, maar heeft daarna geen belegeringen meer meegemaakt.

Redoutes aan de noordkant van Breda.

Verder gaan we langs de noordkant van Breda, via de Lage Vluchtpolder en de redoutes langs de Zwarte Dijk. De Vluchtpolder was een gebied wat onder water kon worden gezet, terwijl de Redoutes een schuilplaats waren voor de soldaten die de linies bewaakten

Rond 1624 werden er aan onder andere de Zwarte Dijk verschillende veldwerken gebouwd. Deze veldwerken werden in opdracht van legeraanvoerder Ambrogio Spinola, tijdens het beleg van Breda in 1624-1625, gebouwd. Spinola liet twee linies door het Spaanse leger rondom Breda aanleggen. Met deze linies werd de sterke vestingstad Breda afgesloten van de buitenwereld. De stad hield het 11 maanden vol, maar moest zich vanwege een gebrek aan levensmiddelen en voorzieningen overgeven. Aan de Zwarte Dijk werden de veldwerken ingezet als uitkijkpost om het omliggende inundatiegebied in de gaten te houden. Deze veldwerken worden ook wel redoutes genoemd. Een redoute is een vierhoekige, gesloten aarden veldwerk zonder bastions en soms voorzien van een toren.

Sint Willibrorduskerk Teteringen

Beeld van Teteringse boerin

De route gaat verder richting Vrachelseheide nabij Oosterhout waar we de Schans bij het Pannenhuis vinden.

Het Pannenhuis is geen huis met potten en pannen, maar verwijst naar een panvormige laagte. Waarschijnlijk is de schans daar naar vernoemd: het huis in de panne, het glooiende terrein ten noordwesten van Ter Aalst.

Vanaf 1672 vochten de Engelsen, Fransen en Duitsers tegen de Republiek. Republikeinse soldaten trokken zich terug achter de Schans bij het Pannenhuis. Vijandelijke soldaten verbleven in de herbergen en bij inwoners van Oosterhout. Zo ook in het Pannenhuis. Eigenaar Cornelis Bus declareerde de ingekwartierde soldaten 62 gulden en 8 stuivers. In de omgeving richtten de Engelsen veel schade aan aan bossen, velden, oogst, huizen en schuren. Het dorpsbestuur besloot: na zes uur geen bier meer voor de Engelsen.

In Oosterhout aangekomen loopt de route langs “de Gecroonde Bel”.

Gevelstenen in “de Gecroonde Bel”, een voormalige brouwerij.

De voormalige “N.V. Noord-Brabantsch-Beiersch BIERBROUWERIJ De Gekroonde Bel”.

De voormalige brouwerij werd ontworpen in 1901 door architect J. Verheul Dzn. (Rotterdam) in een Overgangsstijl met detaillering in sobere Art Nouveau. De tegeltableaus zijn vervaardigd in de fabriek Holland te Utrecht. De brouwerij trad in de loop van 1901 in werking en werd al snel een succes. Vanaf 1923 werden er ook chemische en farmaceutische producten gemaakt. In 1927 gingen de zaken zo slecht dat de brouwerij even later haar poorten moest sluiten. 

De Anoniemen.

Het polyester kunstwerk beeldt negen spookachtige mensfiguren uit in zittende positie rond een ceder, gehuld in witte lakens. Deze beeldengroep is te vinden in het Slotpark van Oosterhout.

In datzelfde park staat ook deze monumentale boom.

Onze Lieve Vrouwe Abdij Oosterhout.

In 1819 kreeg instituteur Louis Laurent toestemming om in de woonplaats van zijn vrouw Oosterhout een Franse kostschool voor jongens te beginnen. De kostschool was gericht op protestantse leerlingen. Het prijspeil lag in Brabant veel lager dan in Holland, daarom was het aantrekkelijk om in een omgeving die vrijwel geheel katholiek was, toch een protestante school te vestigen. Op de kostschool van Laurent kregen de kinderen les in onder andere Frans, Duits, Engels en Italiaans boekhouden, vreemde talen, geschiedenis, aardrijkskunde en wiskunde. n 1823 kocht hij een stuk grond op de hoek van de Kloosterdreef en de Zandheuvel. In het jaar 1826 liet Laurent voor 5.842,40 gulden een villa met kostschool op dit stuk grond bouwen. Hij noemde de villa ‘Vredeoord’. Rond het huis werd een parkachtige tuin aangelegd. Vervolgens werden in de negentiende eeuw op Vredeoord nog twee kostscholen voor jongens gevestigd. Allereerst werd in 1850 het Instituut van Opvoeding en Onderwijs van J.P. van der Schaft geopend. 

Op 13 september 1901 kochten benedictinessen uit het Franse Wisques voor 37.500 gulden het leegstaande Vredeoord. Zij moesten uit Wisques vertrekken vanwege de antiklerikale wetten die in Frankrijk werden ingevoerd. Zij hadden slechts drie maanden de tijd om het land te verlaten. De ruime leegstaande kostschoolgebouwen met het landhuis en het omliggende park boden de orde een perfecte gelegenheid om in korte tijd een nieuwe start te maken in Oosterhout. Op 13 september 1901 werd de koop gesloten en op 24 september 1901 waren alle 44 benedictinessen uit Wisques al verhuisd naar Oosterhout.

In 1924 werd de priorij verheven tot abdij. Van lieverlee traden ook meer Nederlandse zusters in en ver­anderde de voertaal van Frans in Neder­lands.

Norbertinessenpriorij Sint-Catharinadal

Sint-Catharinadal verwijst naar de zusters Norbertinessen in Oosterhout, de oudste nog bestaande vrouwenkloostergemeenschap van Nederland. Zij zijn daar gevestigd in het kasteel De Blauwe Camer dat ligt in De Heilige Driehoek. In 1647 kregen de zusters een nieuw onderkomen. Het slotje De Blauwe Camer in Oosterhout werd daarvoor verbouwd tot klooster. Van 1672 tot 1679 zijn de zusters in verband met de Hollandse Oorlog tijdelijk nog teruggekeerd naar Breda. De grote wens van de zusters om bij hun klooster in Oosterhout een kerk te bouwen kon lange tijd niet in vervulling gaan, omdat dit door het protestantse bestuur verboden was.

Nadat Nederland in 1795 werd veroverd door de Fransen werden Kerk en Staat gescheiden en kwam er vrijheid van godsdienst. Het katholieke leven kon toen weer van de grond komen. Dit gold echter niet voor de kloosters. De machthebbers van toen vonden kloosters nutteloos en achtten de leefregels in strijd met de vrijheid. Sint-Catharinadal wist te ontsnappen aan opheffing door gebruik te maken van een bepaling dat vrouwenkloosters die zich actief wijdden aan de zorg voor zieken, hulpbehoevenden, daklozen en verlaten kinderen, wel mochten blijven bestaan. Er werd daarom een school opgericht voor onderwijs aan arme meisjes. Hierdoor bleef het klooster behouden, hetgeen in 1811 met een keizerlijk besluit door Napoleon werd bevestigd. Bovendien kregen de zusters toestemming voor het bouwen van een kerk. Nog datzelfde jaar werd de eerste kerk van Sint-Catharinadal in Oosterhout gebouwd en in gebruik genomen.

Met de komst van Koning Willem II kregen in 1841 kloosters hun volledige vrijheid terug. In 1852 hebben de zusters het schooltje gesloten omdat het voor hun voortbestaan niet meer noodzakelijk was. Het onderwijs in Oosterhout werd overgenomen door een Franciscanessenorde.

Door de vrijheid van godsdienst kwam het rooms-katholieke geloof in het zuiden van Nederland en België vanaf midden negentiende eeuw weer tot bloei.

Slotbossetoren

De Slotbosse Toren is het enige overblijfsel van het vroegere kasteel Huis ten Strijen.

De Slotbosstoren is een overblijfsel van een enorm kasteel uit de veertiende eeuw. Een kwart van de hoektoren is er van overgebleven, nadat de bakstenen van het kasteel waren gebruikt voor andere gebouwen in de stad.  Het kasteel ontstond een goede zevenhonderd jaar geleden doordat inwoners van de Hoeksche Waard (waar het dorpje Strijen ligt) naar Oosterhout vluchtten vanwege de overstroming van hun gebied. Vlakbij de grens van Holland en Brabant zette de Heer van Strijen het eerste Huis ten Strijen neer. Later kwam het kasteel en de landerijen die er bij hoorden in handen van Willem van Duvenvoorde (zie daar), die het gebouw zijn definitieve, grootse vorm gaf.

Ook aan deze lange etappe komt een eind.

Made – Oosterhout. Een wandeling van 27,3 km.